Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Roestbuikpiewie

Roestbuikpiewie | Contopus latirostris

Lesser Antillean Pewee | Pibí de las Antillas Menores

De roestbuikpiewie is een kleine, donkere tiran met een warm gekleurde buik, verdeeld over drie gescheiden eilandgroepen: Puerto Rico, het midden van de Kleine Antillen en Saint Lucia. Sommige auteurs beschouwen de vormen van Puerto Rico en Saint Lucia als aparte soorten. Op Guadeloupe heet hij onder meer gobe-mouches, loulou fou en tombé-levé.

Roestbuikpiewie (Contopus latirostris)
Foto: Joshua Stone — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nadrukkelijk, trillend prie-e-e en een hoog, herhaald piet-piet-piet-piet-piet.

Luister: ZangXC972882

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 15 cm. De kruin is donker roetbruin, de bovendelen donker olijfbruin, op Saint Lucia met een kaneelkleurige tint. De onderdelen zijn warm roestbruin tot okergeel, de keel lichter. Vleugelstrepen ontbreken of zijn zeer vaag. De snavel is breed, met een oranjegele ondersnavel. De ondersoort blancoi van Puerto Rico is bleker en valer van onderen; brunneicapillus van Guadeloupe, Dominica en Martinique heeft een bijna zwarte kruin en een lichtere, bruingele keel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witbuikelenia Elaenia martinica heeft witte vleugelstrepen, een witachtige buik en een kleine snavel. De bruinvleugeltiran Myiarchus oberi en op Puerto Rico de Puerto Ricaanse tiran Myiarchus antillarum zijn groter, met een ruigere kop en roestbruin in vleugels en staart, en zonder de egaal roestkleurige onderdelen. De oostelijke bospiewie Contopus virens is als doortrekker zeldzaam en heeft een grijswitte buik en duidelijke vleugelstrepen.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos, bergregenwoud, beboste heuvels en koffieplantages; daarnaast droog struikbos en kustmangrove. Van zeeniveau tot ongeveer 900 m. Zit laag tot halfhoog in de schaduw en vliegt kort uit naar insecten, vaak terug naar dezelfde tak. Broedt van maart tot juni in een open kom van mos, korstmos en plantenmateriaal op een tak, met twee roomkleurige, roodbruin gevlekte eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Puerto Rico (blancoi), Guadeloupe, Dominica en Martinique (brunneicapillus) en Saint Lucia (latirostris). Niet op de tussenliggende eilanden; van Saint Kitts zijn enkele losse meldingen bekend.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de bossen van het binnenland, zoals het Maricao-bos op Puerto Rico en de regenwouden van Dominica en Saint Lucia. De vogel zit vaak stil en laag in de schaduw; de roep en het korte uitvliegen vanaf een vaste tak verraden hem.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De populatie is niet geteld en neemt vermoedelijk af, maar acute bedreigingen zijn niet bekend.

Wetenschappelijke naam

Contopus latirostris | (Verreaux, 1866)

Verreaux beschreef de soort in 1866 als Myiobius latirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Contopus werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Contopus is Grieks, van kontos 'paal, schacht' en pous 'voet', naar de korte poten. latirostris is Latijn, van latus 'breed' en rostrum 'snavel', naar de brede snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Saint Lucia.