Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Hispaniolapiewie

Hispaniolapiewie | Contopus hispaniolensis

Hispaniolan Pewee | Maroíta

De Hispaniolapiewie is een kleine, donkere tiran die alleen op Hispaniola en het nabije eiland Gonâve voorkomt. Hij zit rechtop op een lage, beschaduwde tak, vliegt kort uit naar een insect en keert meestal naar dezelfde zitplaats terug. In de Dominicaanse Republiek heet hij maroíta.

Hispaniolapiewie (Contopus hispaniolensis)
Foto: steve b — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht prrr gevolgd door een reeks pip-pip-pip-pip. De ochtendzang is een luide, snelle reeks gepaarde tonen die in toonhoogte stijgen.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Zac Peterson — CC BY 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist

Herkenning

15–16 cm. De bovendelen zijn grijsachtig olijf, de kruin iets donkerder. Vleugels en staart zijn donker; soms zijn twee vage, smalle vleugelstrepen te zien. De keel is grijs, de borst grijs met een olijfkleurige waas, de buik en onderstaartdekveren geelachtig bruingeel met grijs. De snavel is breed en zwartachtig, met een lichtere basis van de ondersnavel. Poten zwartachtig, iris donker. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Hispaniola-elenia Elaenia cherriei heeft duidelijke witte vleugelstrepen, een kleinere snavel en zit minder rechtop. De dikkoptiran Myiarchus stolidus is groter, met een ruigere kop, gele buik en brede witte randen aan de vleugelpennen. De oostelijke bospiewie Contopus virens, die in de trektijd passeert, is bleker en grijzer van onderen, met duidelijker vleugelstrepen en langere handpennen.

Leefgebied

Groenblijvend en halfgroen loofbos, droog bos, pijnbos, schaduwkoffieplantages en boomgaarden, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m; in de bergen het talrijkst. Jaagt vanaf lage zitplaatsen op vliegende insecten, vaak aan bosranden en open plekken in het bos. Broedt vooral in mei en juni; het nest is een open kom van worteltjes, mos en korstmos op 3–5 m hoogte, met twee tot vier eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola, zowel in Haïti als in de Dominicaanse Republiek, en op Île de la Gonâve, waar de ondersoort tacitus leeft; de nominaatvorm bewoont het hoofdeiland. Er zijn losse waarnemingen als dwaalgast van Mona (Puerto Rico) en Providenciales (Turks- en Caicoseilanden).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vooral in de bergbossen van de Dominicaanse Republiek, zoals de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central, waar de vogel langs bospaden op lage takken zit. De roep verraadt hem vaak eerder dan het zicht; bij het landen trilt hij kort met de staart.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is nog algemeen, maar de populatie neemt vermoedelijk af door ontbossing en de omzetting van bos in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Contopus hispaniolensis | (Bryant, 1867)

Bryant beschreef de soort in 1867 als Tyrannula carriboea (var. hispaniolensis); omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Contopus werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Contopus is Grieks, van kontos 'paal, schacht' en pous 'voet', naar de korte poten. hispaniolensis is Latijn voor 'van Hispaniola', het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Domingo (Hispaniola).