Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Puerto Ricaanse schreeuwuil

Puerto Ricaanse schreeuwuil | Gymnasio nudipes

Puerto Rican Owl | Múcaro de Puerto Rico

De Puerto Ricaanse schreeuwuil is de enige inheemse kleine uil van Puerto Rico, waar hij múcaro heet. Hij werd lange tijd tot Otus of Megascops gerekend, maar staat nu in een eigen geslacht, Gymnasio; ondanks de Nederlandse naam is hij dus geen echte schreeuwuil. Kenmerkend zijn de onbevederde poten.

Puerto Ricaanse schreeuwuil (Gymnasio nudipes)
Foto: Efeliciano ms — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De territoriumzang is een korte, vrij lage, keelachtige en padachtige triller, rrrrrrr. Verder een zacht, kakelend goe-goe en een luid koe-koe.

Luister: ZangXC999407

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–25 cm, klein en gedrongen, met een ronde kop zonder of met nauwelijks zichtbare oorpluimen. Er zijn drie kleurvormen: bruin (de meeste vogels), roodbruin (vrij algemeen) en grijs (zeldzaam). De bovendelen zijn fijn gevermiculeerd, de onderdelen lichter met donkere lengtestreepjes en fijne dwarstekening. Het gezicht is egaal, met lichte wenkbrauwen; de ogen zijn bruin, de snavel groenachtig geel. De lange poten zijn kaal en bleek bruin tot grijsgeel. Vrouwtjes zijn iets zwaarder dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

Op Puerto Rico is er geen andere kleine uil. De velduil Asio flammeus is veel groter, heeft gele ogen in donkere vlekken en jaagt boven open land. De Cubaanse schreeuwuil Margarobyas lawrencii heeft ook kale poten en bruine ogen, maar leeft alleen op Cuba.

Leefgebied

Vrijwel alle bostypen, van droog bos aan de kust tot vochtig laaglandbos en bergbos, ook kalksteenbos, koffieplantages, parken en wijken met grote bomen. Het voedsel bestaat vooral uit grote geleedpotigen zoals kakkerlakken, sprinkhanen en nachtvlinders, en verder uit kikkers, hagedissen, knaagdieren en kleine vogels. Broedt van april tot juni in boomholten, met tot drie eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Endemisch op Puerto Rico, waar hij over het hele hoofdeiland verspreid voorkomt. De ondersoort newtoni van de Maagdeneilanden (Saint Croix, Saint John, Saint Thomas) is sinds het midden van de negentiende eeuw niet met zekerheid waargenomen en is waarschijnlijk uitgestorven.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste na zonsondergang in bosgebieden zoals het droge bos van Guánica en het regenwoud van El Yunque, waar de trillende zang vaak te horen is. Overdag rust de uil verborgen in dichte begroeiing of in een holte.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de populatie telt naar schatting ruim 10.000 volwassen vogels en lijkt stabiel. Op de Maagdeneilanden is de soort verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Gymnasio nudipes | (Daudin, 1800) (GBIF: Megascops nudipes)

Daudin beschreef de soort in 1800 als Strix nudipes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gymnasio werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Gymnasio combineert het Griekse gumnos 'naakt' met het uilengeslacht Asio, naar de onbevederde poten. nudipes is Latijn, van nudus 'naakt' en pes 'voet', naar de onbevederde poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico.