Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Jamaicaanse ransuil

Jamaicaanse ransuil | Asio grammicus

Jamaican Owl | Búho jamaicano

De Jamaicaanse ransuil komt alleen op Jamaica voor en is daar de enige uil met oorpluimen. Lange tijd stond hij in een eigen geslacht, Pseudoscops; DNA-onderzoek plaatst hem nu in Asio, naast de grote en de gestreepte ransuil. Hij is nachtactief en op het hele eiland te vinden waar bomen staan.

Jamaicaanse ransuil (Asio grammicus)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lage, keelachtige grom, grrrr, en een hoge, trillende roep, whoooo. Daarnaast diverse krassende en blaffende geluiden, vooral rond het nest.

Luister: ZangXC699020

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

27–34 cm, middelgroot, met lange, duidelijke oorpluimen. Het gezichtsmasker is roestbruin met een zwartachtige, wit gespikkelde rand; de ogen zijn donkerbruin. De bovendelen zijn warm roodbruin met fijne donkere vermiculatie en strepen. Borst en buik zijn lichter roestbruin tot geelbruin met smalle donkere lengtestrepen. De staart is roodbruin met donkere banden. Jonge vogels zijn lichter, grijzig bruin op de rug en bleek kaneelkleurig op de onderdelen.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse kerkuil Tyto furcata is de enige andere uil op Jamaica; die is lichter, heeft een wit, hartvormig masker zonder oorpluimen en lange poten. De noordelijke reuzennachtzwaluw Nyctibius jamaicensis zit 's nachts ook op palen en takken, maar heeft geen oorpluimen, een brede, platte kop met een minuscule snavel en een lange staart.

Leefgebied

Open bos, bosranden, plantages en tuinen met grote bomen, vooral in het laagland en heuvelland tot ongeveer 600 meter; ook in parken en dorpen. Eet vooral grote insecten, verder spinnen, kikkers, hagedissen, knaagdieren en een enkele vogel. Broedt in boomholten of in een verborgen vork van een boom, met meestal twee eieren.

Verspreiding en trek

Endemisch op Jamaica, waar hij over het hele eiland voorkomt en plaatselijk vrij algemeen is. Elders in het gebied niet vastgesteld.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de schemering bij bosranden en tuinen met grote bomen; in sommige parken en natuurlodges rust de soort op vaste plekken. Op de lage grom letten, die verder draagt dan te verwachten is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en past zich aan cultuurland met bomen aan, maar het kappen van bos heeft het leefgebied en de aantallen plaatselijk verminderd.

Wetenschappelijke naam

Asio grammicus | (Gosse, 1847) (GBIF: Pseudoscops grammicus)

Gosse beschreef de soort in 1847 als Ephialtes grammicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Asio werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Asio is de Latijnse naam van een uil met oorpluimen. grammicus komt van het Griekse grammikos 'lijnvormig' (grammē 'lijn'), naar de fijne strepen op de onderzijde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tait-Shafton, Jamaica.