Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Naaktoogduif
Naaktoogduif | Patagioenas corensis
Bare-eyed Pigeon | Paloma cardonera
De naaktoogduif is een middelgrote, lichte duif van de droge kust van het noorden van Zuid-Amerika, met een wijnrode kop, een witte vlek op de gesloten vleugel en een groot veld naakte huid rond het oog. In het Caribisch gebied is hij inheems op Aruba, Curaçao en Bonaire, waar hij ala blanca heet. Op Sint Maarten en Saint-Martin is hij rond 2012 ingevoerd en sindsdien snel toegenomen.
Geluid
Een ritmische reeks lage koertonen, steeds in hetzelfde patroon herhaald, ongeveer koe, koe-oe, koe-koe-oe. Vaak vanuit een boom of mast, vooral in de ochtend.
Opname: Francisco contreras @francontreras.80 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
30–37 cm; mannetjes zijn gemiddeld wat groter dan vrouwtjes. Kop, hals en borst zijn mauve tot roze-wijnrood. Rond het oranjebruine oog ligt een groot veld naakte huid: een smalle blauwe binnenring en een bredere roodbruine buitenrand, die de vogel ook op afstand een bril geeft. Hals en bovenrug hebben een geschubd patroon van bronszwarte en lichtbruine veren; de onderrug is licht blauwgrijs. Op de gesloten vleugel zit een duidelijke witte vlek, die in de vlucht als witte band zichtbaar is. De seksen zijn gelijk gekleurd.
Verwarringssoorten
De roodhalsduif Patagioenas squamosa, op Curaçao, Bonaire en Sint Maarten, is groter en veel donkerder leigrijs, zonder wit in de vleugel. De rotsduif Columba livia heeft zwarte vleugelbanden en een lichte stuit, zonder witte vleugelvlek. Op Sint Maarten en Saint-Martin heeft ook de witvleugeltreurduif Zenaida asiatica een witte vleugelstreep, maar die is kleiner en grijsbruin, met een blauwe naakte oogring en witte staarthoeken.
Leefgebied
Droog land: cactusscrub, doornstruweel met acacia's, droog bos en de rand van mangrove, en daarnaast tuinen, erven en dorpen. Op Sint Maarten en Saint-Martin aanvankelijk vooral bij de kustlagunes, later ook in woonwijken en bebouwd gebied. Eet zaden en vruchten, onder meer van cactussen. Het nest is een zo dun platform van twijgjes in een boom of struik dat het ene ei er van onderen doorheen te zien is; het broeden komt op gang na regen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Inheems en algemeen op Aruba, Curaçao en Bonaire. Op Sint Maarten en Saint-Martin werd hij voor het eerst gezien in januari 2013, kort na een vermoedelijke ontsnapping of vrijlating van gekooide vogels eind 2012; hij heeft zich sindsdien over het hele eiland verspreid, aan Franse en Nederlandse kant. Van andere eilanden zijn alleen losse waarnemingen bekend. Daarbuiten langs de Caribische kust van Colombia en Venezuela en op Margarita en La Blanquilla.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op de ABC-eilanden in tuinen, op erven en in de cactusvlakten te zien, vaak op palen, draden en in bomen. De witte vleugelvlek en de lichte bril zijn ook op afstand te herkennen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. Op de ABC-eilanden algemeen. Op Sint Maarten en Saint-Martin is de populatie een exoot die snel groeit; wat dat voor de inheemse duiven van het eiland betekent, is nog niet duidelijk.
Wetenschappelijke naam
Patagioenas corensis | (Jacquin, 1784)
Jacquin beschreef de soort in 1784 als Columba corensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Patagioenas werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Patagioenas is Grieks, van patageō 'klepperen' en oinas 'duif', naar het klapperende vleugelgeluid bij het opvliegen. corensis verwijst naar Coro in noordwest-Venezuela. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Coro, Venezuela (afgeleid van de naam).



