Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Muskuseend

Muskuseend | Cairina moschata

Muscovy Duck | Pato real

De muskuseend is een grote, zware eend van tropisch Amerika, met een kaal, rood gezicht. Hij is niet inheems op de eilanden: de vogels die daar bij vijvers, dorpen en boerderijen leven, zijn tamme of verwilderde dieren van een soort die al lang voor de komst van de Europeanen in Zuid-Amerika gedomesticeerd werd. Alleen op Trinidad worden af en toe wilde vogels van het vasteland gezien.

Muskuseend (Cairina moschata)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Grotendeels stil. Het mannetje sist zacht, vooral bij dreiging en balts; het vrouwtje geeft een zacht, kort kwak of tjirpend getjilp, onder meer bij de jongen.

Luister: RoepXC1136175

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

66–84 cm; het mannetje is veel groter dan het vrouwtje. De wilde vorm is zwart met een groene en paarse glans en grote witte vlakken op de voorvleugel, in de vlucht goed zichtbaar. Het mannetje heeft kale, zwartachtige tot rode huid rond het oog en een knobbel aan de snavelbasis, en een korte, opzetbare kuif. Het vrouwtje is kleiner en doffer, met weinig kale huid. Tamme en verwilderde vogels variëren sterk: geheel wit, zwart-wit gevlekt, grijs of bruin, vaak met veel rode, wratachtige huid op het gezicht. Ze staan laag op de poten, hebben een lange, brede staart en lopen wat waggelend.

Verwarrings­soorten

Door de grootte, de kale rode gezichtshuid en de bouw is de muskuseend van andere eenden te onderscheiden. Tamme eenden van het type wilde eend Anas platyrhynchos zijn kleiner en missen de kale huid; kruisingen tussen beide komen voor en hebben kenmerken van allebei. De Amerikaanse knobbeleend Sarkidiornis sylvicola, een dwaalgast op Trinidad, is eveneens zwart en wit en het mannetje heeft een knobbel op de snavel, maar heeft een witte, zwart gespikkelde kop en hals en een witte onderzijde.

Leefgebied

Tamme en verwilderde vogels leven bij vijvers, sloten, rivieren en waterbekkens in en rond dorpen, steden en boerderijen, en lopen vaak los op erven en weiland. Wilde vogels leven op het vasteland in bosrijke moerassen, langs rivieren en bij lagunes, en nestelen in boomholten. Eet planten, zaden, kleine dieren en afval.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Tamme en verwilderde vogels komen op een groot deel van de eilanden voor, bij boerderijen en vijvers, en planten zich er voort; op Cuba geldt de soort als ingevoerd en broedend. Wilde vogels van het Zuid-Amerikaanse vasteland worden af en toe op Trinidad gezien. Van nature in Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot Peru, het noorden van Argentinië en Uruguay; verwilderde populaties leven onder meer in de Verenigde Staten en Europa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Muskuseenden zijn bij dorpsvijvers en boerderijen op de meeste eilanden vaak te zien. Een vogel met het egale zwarte, wit gevleugelde verenkleed van de wilde vorm op een afgelegen plek op Trinidad kan een wilde dwaalgast zijn; buiten Trinidad gaat het vrijwel zeker om een ontsnapte of verwilderde vogel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al zijn wilde populaties in een deel van het areaal door jacht en het verdwijnen van bos langs het water achteruitgegaan. In het Caribisch gebied een exoot: de vogels zijn tam of verwilderd en kruisen soms met tamme eenden.

Wetenschappelijke naam

Cairina moschata | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas moschata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cairina werd in 1822 ingevoerd door Fleming. Cairina komt van oude namen als 'Cairo-eend', gegeven in de onjuiste veronderstelling dat de vogel uit Egypte kwam; hij stamt echter uit tropisch Amerika. moschata is Nieuwlatijn voor 'van Muscovië' (Rusland) of, volgens een andere uitleg, 'muskusachtig'; de eend komt uit geen van beide en stamt uit tropisch Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië (later aangewezen; oorspronkelijk 'India').