Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Mangrovevireo
Mangrovevireo | Vireo pallens
Mangrove Vireo | Vireo manglero
De mangrovevireo is een kleine, onopvallende vireo van de kusten van Mexico en Midden-Amerika. In het gebied van deze gids komt alleen de ondersoort approximans voor, op Providencia en het aangrenzende Santa Catalina voor de kust van Nicaragua. Die vogels werden lang tot de dikbekvireo gerekend en door sommige auteurs als aparte soort beschouwd, de Providenciavireo; sinds het eind van de jaren 2010 worden ze in de gangbare indelingen bij de mangrovevireo geplaatst.
Geluid
De zang varieert sterk tussen populaties en bestaat meestal uit een reeks snelle, krassende of tjilpende noten. Daarnaast nasale of zoemende scheldgeluiden en miauwende roepen.
Opname: Alán Palacios — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–12 cm, klein en gedrongen, met een vrij korte, stevige snavel. De bovendelen zijn groenig bruin tot olijfgrijs, met een lichte, okergele of gelige streep boven de teugel. De vleugeldekveren zijn donkergrijs met twee geelachtig witte vleugelstrepen; de slagpennen hebben smalle groengele randen. De kin is witachtig geel, de onderdelen zijn grijsachtig met een vage gele tint op de flanken. De iris is licht, strokleurig bruin tot vuilwit, de poten blauwgrijs. De seksen zijn gelijk. De ondersoorten verschillen in de hoeveelheid geel.
Verwarringssoorten
De San-Andrésvireo Vireo caribaeus leeft alleen op het naburige San Andrés en komt op Providencia niet voor. De baardvireo Vireo altiloquus broedt ook op Providencia, maar is veel groter, zonder vleugelstrepen, met een witte wenkbrauwstreep, een zwarte baardstreep en een rode iris. De witoogvireo Vireo griseus heeft een duidelijke gele bril en bij volwassen vogels een helderwitte iris. De mangrovezanger Setophaga petechia is veel geler, met een dunne snavel.
Leefgebied
Mangrove en de struwelen erachter, maar op de eilanden van het westelijk Caribisch gebied ook droog bos, kuststruweel, opslag op verlaten akkers en weiden en randen van secundair bos. Zoekt in dichte, lage tot middelhoge begroeiing naar insecten en blijft vaak verborgen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied van deze gids alleen op Providencia en Santa Catalina (Colombia). Op San Andrés wordt hij vervangen door de San-Andrésvireo. Elders van het noordwesten van Mexico langs de Pacifische kust en van het schiereiland Yucatán langs de Caribische kust tot Costa Rica, met eilandpopulaties op onder meer de Bay Islands van Honduras.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Providencia in vrijwel elk struweel en langs de randen van de mangrove; de herhaalde, krassende zang verraadt de vogel. Omdat oudere bronnen en waarnemingsdatabanken deze vogels onder de dikbekvireo of als Providenciavireo kunnen vermelden, is het goed bij het opzoeken op alle drie de namen te letten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd als soort. De populatie op Providencia en Santa Catalina is door het kleine landoppervlak klein en kwetsbaar voor het verdwijnen van struweel en mangrove en voor orkanen; over de grootte ervan zijn geen betrouwbare schattingen bekend.
Wetenschappelijke naam
Vireo pallens | Salvin, 1863
Salvin beschreef de soort in 1863 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. pallens is Latijn voor 'bleek', naar het vale, weinig contrastrijke verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Realejo, Nicaragua (omstreden; mogelijk Punta Arenas, Costa Rica).




