Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Langsnavelsterkeelkolibrie

Langsnavelsterkeelkolibrie | Heliomaster longirostris

Long-billed Starthroat | Colibrí pico largo

De langsnavelsterkeelkolibrie is een middelgrote kolibrie met een lange, vrijwel rechte snavel. In het gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij schaars is. Hij zit vaak hoog en onbedekt op een kale tak, van waaruit hij insecten in de vlucht vangt, en bezoekt bloeiende bomen en voerflessen.

Langsnavelsterkeelkolibrie (Heliomaster longirostris)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een vol, vloeiend tsiep of tsjoe; bij achtervolgingen piepend gekwetter.

Luister: VluchtroepXC901349

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een zwarte snavel van ruim 3 cm, langer dan bij elke andere kolibrie op het eiland met een rechte snavel. Het mannetje heeft een glanzend blauwe tot blauwgroene kruin, een zwartachtig gezicht met een witte baardstreep en een donkerpaarse, glanzende keel. De bovendelen zijn donker bronsgroen met een witte streep over de stuit; de onderdelen grijs, met witte pluimen op de flanken en een klein wit vlekje achter het oog. Het vrouwtje mist de blauwe kruin en heeft een kleinere, doffere keelvlek.

Verwarrings­soorten

De lange, rechte snavel, de witte baardstreep en de witte stuitstreep vormen samen een kenmerkende combinatie. Heremietkolibries zoals de groene heremietkolibrie Phaethornis guy hebben een gebogen snavel en een lange, spitse staart met witte punten. De zwartkeelmango Anthracothorax nigricollis en de groenkeelmango Anthracothorax viridigula zijn groter, met een gebogen snavel en een paarsrode staart. De witnekkolibrie Florisuga mellivora heeft een korte snavel en veel wit in de staart.

Leefgebied

Halfopen, vochtig terrein: bosranden, open plekken, secundair bos, weiden met verspreide bomen, plantages en tuinen; gesloten bos mijdt hij. Op Trinidad vooral in het Northern Range. Volgt bloeiende bomen en maakt daardoor slecht begrepen verplaatsingen; verdedigt soms een voedselbron, soms vliegt hij een vaste route langs verspreide bloemen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar hij schaars maar regelmatig is, vooral in en aan de voet van het Northern Range; niet op Tobago. Daarbuiten van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika tot in Zuid-Amerika, oostwaarts tot de Guyana’s en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De meeste waarnemingen komen van lodges en kolibrietuinen in het Northern Range, zoals het Asa Wright Nature Centre en Yerettê. Goed letten op een kolibrie die hoog op een kale twijg zit en een lange snavel naar voren steekt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in de neotropen, met een grote populatie die volgens de IUCN wel afneemt; op Trinidad schaars.

Wetenschappelijke naam

Heliomaster longirostris | (Audebert & Vieillot, 1801)

Audebert & Vieillot beschreef de soort in 1801 als Trochilus longirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Heliomaster werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Heliomaster is Grieks, van hēlios 'zon' en mastēr 'zoeker': 'zonnezoeker'. longirostris is Latijn, van longus 'lang' en rostrum 'snavel', naar de lange snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Trinidad.