Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Amethistboself

Amethistboself | Calliphlox amethystina

Amethyst Woodstar | Estrellita amatista

De amethistboself is een zeer kleine kolibrie van Zuid-Amerika die in het gebied alleen als zeldzame gast op Trinidad is vastgesteld. Het mannetje heeft een amethistkleurige keel met een witte band eronder en een diep gevorkte staart. Door het formaat en de zoemende vlucht wordt de soort vaak over het hoofd gezien of verward met andere kleine kolibries.

Amethistboself (Calliphlox amethystina)
Foto: Nortondefeis — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een lage, scherpe ratel, trr. De zang is niet beschreven.

Luister: VluchtroepXC938327

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

6–8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. Beide geslachten zijn donker bronsgroen van boven, met een witte vlek aan weerszijden van de stuit. Het mannetje heeft een glanzend amethistpaarse keel, daaronder een witachtige borstband, groengrijze onderdelen met roodbruine flanken en een lange, diep gevorkte, donkere staart. Het vrouwtje heeft een witachtige keel met kleine groene vlekjes, een witte borst, roodbruine flanken en een korte, afgeronde staart met roodbruin en een zwarte band.

Verwarrings­soorten

Op Trinidad is vooral de gekuifde koketkolibrie Lophornis ornatus een valkuil: ook die is minuscuul en heeft wit op de stuit, maar het vrouwtje heeft een roodbruine keel en voorhoofd, en het mannetje een kuif en nekpluimen. De muskietkolibrie Chrysolampis mosquitus is groter en mist wit op de stuit. De combinatie van een witte borstband, roodbruine flanken en (bij het mannetje) een paarse keel met gevorkte staart wijst op de amethistboself.

Leefgebied

In het eigen verspreidingsgebied halfopen tot open landschap: randen van vochtig bos, open plekken, savanne en struikrijk bos, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Op Trinidad gemeld bij kolibrietuinen en bosranden in het Northern Range.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een zeldzame gast: er zijn oude museumexemplaren, en sinds 2015 komen verspreide meldingen van kolibrietuinen en lodges in het Northern Range en bij Matura; het is onduidelijk of het om zwervers of een kleine, onopgemerkte populatie gaat. Niet van Tobago. Daarbuiten wijdverbreid in Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Venezuela en de Guyana’s tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een waarneming op Trinidad verdient documentatie met foto’s, vooral van keel, borstband, flanken en staartvorm. Bij kolibrietuinen in het Northern Range loont het om tussen de koketkolibries te zoeken naar een kleine vogel met een witte borstband.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd; de populatiegrootte is onbekend en zou afnemen. In het gebied een zeldzame gast zonder vastgestelde broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Calliphlox amethystina | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Trochilus amethystinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calliphlox werd in 1831 ingevoerd door Boie. Calliphlox is Grieks, van kallos 'schoonheid' en phlox 'vlam': 'prachtig vlammend', naar de gloeiende keel. amethystina is Latijn voor 'amethistkleurig', naar de paarsrode keel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.