Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Kuifkwartelduif
Kuifkwartelduif | Geotrygon versicolor
Crested Quail-Dove | Paloma perdiz jamaicana
De kuifkwartelduif is een kleurrijke bodemduif die alleen op Jamaica voorkomt, in het vochtige bos van de heuvels en bergen. Hij dankt zijn naam aan de verlengde veren in de nek, die een korte kuif vormen. Op Jamaica heet hij mountain witch, 'bergheks', naar zijn verborgen leven en zijn spookachtige roep; ook de namen blue dove en blue partridge zijn in gebruik.
Geluid
De roep is een korte frase van meestal twee koerende tonen, die met tussenpozen wordt herhaald; laag en zacht, en in het bos is de richting vaak onduidelijk. Vaak is de roep het enige teken van de aanwezigheid van de soort.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
27–31 cm, gedrongen en kortstaartig, met vrij lange poten; mannetjes zijn gemiddeld iets groter dan vrouwtjes. Bij het mannetje is het voorhoofd zwart en de kruin grijsbruin; de nek is grijs, en de verlengde nekveren vormen een korte, ronde kuif. De mantel glanst purper en bronsgroen, de rug, vleugels en stuit zijn warm kastanjebruin. De borst is grijs, de buik en onderstaartdekveren zijn warm okerbruin. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, maar is doffer en heeft minder glans. In de vlucht vallen de roodbruine vleugels op. Bij het lopen knikt hij met de kop en wipt hij met de staart.
Verwarringssoorten
Op Jamaica is de rosse kwartelduif Geotrygon montana de enige andere kwartelduif. Die is kleiner, overwegend roodbruin met een lichte streep onder het oog, en heeft geen grijze kop, geen kuif en geen purperglans op de mantel. De witbuikduif Leptotila jamaicensis loopt ook over de bosbodem, maar is slanker, met een lichte, bijna witte onderkant, een roze glans op de nek en witte staartpunten. Geen andere duif op Jamaica combineert een grijze borst met kastanjebruine vleugels.
Leefgebied
Vochtig bos op middelhoogte en in de bergen, van ongeveer 100 meter in de Cockpit Country tot op 1800 meter elders, in het bergregenwoud en het nevelwoud van de Blue Mountains en in het kalksteenbos van de karst. Leeft op de bosbodem, waar hij zaden, vruchten en ongewervelden zoekt. Het broedseizoen loopt van maart tot juni; het nest, een bouwsel van takjes, ligt laag bij de grond in de begroeiing.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Jamaica, met het zwaartepunt in de Blue en John Crow Mountains in het oosten, het gebied rond Mount Diablo in het midden en de Cockpit Country in het westen. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De bospaden in de Blue Mountains en de Cockpit Country, vroeg in de ochtend, wanneer de vogels op het pad of aan de rand ervan foerageren. Stil wachten bij een open stuk bosbodem loont meer dan doorlopen; de vogels lopen weg zodra ze iets horen. De roep is een goed aanknopingspunt, maar de richting is vaak onduidelijk.
Staat van instandhouding
Gevoelig (Near Threatened). De populatie neemt waarschijnlijk af doordat bos plaatsmaakt voor landbouw en bebouwing. Een deel van het leefgebied ligt in het nationaal park van de Blue en John Crow Mountains en in de Cockpit Country, die van groot belang zijn voor het voortbestaan van de soort.
Wetenschappelijke naam
Geotrygon versicolor | (de Lafresnaye, 1846)
De Lafresnaye beschreef de soort in 1846 als Columbigallina versicolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geotrygon werd in 1847 ingevoerd door Gosse. Geotrygon is Grieks, van gē 'aarde, grond' en trugōn 'tortelduif': 'gronduif'. versicolor is Latijn voor 'van kleur wisselend, bont', naar de glanzende, veelkleurige tinten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.



