Alle soorten › Zangvogels › Hispaniolatangaren › Zwartkruinpalmtangare
Zwartkruinpalmtangare | Phaenicophilus palmarum
Black-crowned Palm-tanager | Cuatro ojos coroninegro
De zwartkruinpalmtangare is een van de algemeenste vogels van Hispaniola en een van de twee palmtangares, die samen met de witvleugelzanger en de groenstaartzanger de familie Phaenicophilidae vormen, die alleen op dit eiland voorkomt. De Dominicaanse naam cuatro ojos, vier ogen, verwijst naar de witte vlekjes rond het oog.
Geluid
De zang is een rommelige reeks piepende tonen die aanzwelt, dan zachter wordt en vertraagt tot korte tsjit-tonen; in sommige streken met raspende, zoemende frasen. Roepen zijn onder meer een nasale, zoemende toon, een hogere doordringende toon en een laag tsjep.
Opname: Lance A. M. Benner — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
17–18 cm, robuust, met een vrij zware, puntige snavel. De kop is grotendeels zwart, met een witte vlek boven de snavelbasis, witte vlekjes rond het roodbruine oog en een dun wit boogje eronder. De nek is grijs, de bovendelen en staart helder geelachtig olijfgroen. Keel en midden van de borst zijn wit en gaan geleidelijk over in de grijze flanken en buik. De seksen zijn gelijk. Onvolwassen vogels hebben een doffer, donkergrijze kop en een beigeachtige keel.
Verwarringssoorten
De grijskruinpalmtangare Phaenicophilus poliocephalus uit het zuidwesten van Haïti heeft een grijze kruin, zodat het zwart beperkt blijft tot een masker, en een witte keel die scherper afsteekt tegen de grijze borst. Waar de twee elkaar raken komen hybriden voor. De witvleugelzanger Xenoligea montana is veel kleiner, met een grijze kop en een witte vleugelvlek. Onvolwassen vogels met een grijzige kop zijn op het formaat, de snavel en het witte keelvlak van andere soorten te onderscheiden.
Leefgebied
Vrijwel alle bostypen, van droog loofbos en doornstruweel tot vochtig loofbos, bergregenwoud en pijnbos, open en gesloten; daarnaast koffieplantages, erven, parken en tuinen in dorpen en steden. Van zeeniveau tot ongeveer 2500 m, het talrijkst onder 2000 m. Eet insecten, vruchten en zaden, op alle hoogten in de vegetatie, en is vaak de kern van gemengde groepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Hispaniola. Over vrijwel de hele Dominicaanse Republiek, inclusief het eiland Saona, en in Haïti behalve het schiereiland Tiburon in het zuidwesten, waar de grijskruinpalmtangare voorkomt. Ook op Gonâve leeft de grijskruinpalmtangare en niet deze soort. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te vinden in stadsparken, tuinen en vrijwel elk bos in de Dominicaanse Republiek, vaak als eerste soort die op een gemengde groep afkomt. In het zuidwesten van Hispaniola is het zaak de kleur van de kruin en de grens van het witte keelvlak goed te bekijken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is in het hele verspreidingsgebied algemeen en de populatie wordt als stabiel beschouwd; ze komt ook goed voor in tuinen en aangetaste bosrestanten.
Wetenschappelijke naam
Phaenicophilus palmarum | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Turdus palmarum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaenicophilus werd in 1851 ingevoerd door Strickland. Phaenicophilus is Grieks, van phoinix 'dadelpalm' en philos 'liefhebber': 'palmliefhebber'. palmarum is Latijn voor 'van de palmen', naar de voorkeur van de soort voor palmen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola (oorspronkelijk abusievelijk 'Cayenne').






