Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Grijskopkwartelduif

Grijskopkwartelduif | Geotrygon caniceps

Grey-fronted Quail-Dove | Paloma perdiz camao

De grijskopkwartelduif is een van de twee kwartelduiven die alleen op Cuba voorkomen, naast de blauwkopkwartelduif. Het is een gedrongen, schuwe grondvogel van vochtig, schaduwrijk bos, die lopend tussen het bladafval naar voedsel zoekt en bij onraad eerder wegloopt dan opvliegt. Op Cuba heet hij camao. Tot voor kort werd hij samen met de witvoorhoofdkwartelduif van Hispaniola als één soort beschouwd; tegenwoordig gelden beide als afzonderlijke soorten.

Grijskopkwartelduif (Geotrygon caniceps)
Foto: Christoph Moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks korte, lage en holle tonen, hoe of koe, die langzaam maar ook snel achter elkaar kan worden voortgebracht. De richting van het geluid is vaak onduidelijk; het komt meestal van de bosbodem of van een lage tak in dichte begroeiing. De zang is vooral in de vroege ochtend en in het broedseizoen te horen.

Luister: ZangXC975450

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

26–30 cm, gedrongen en kortstaartig, met een ronde kop en korte, sterke poten. Het voorhoofd is grijswit en gaat over in grijs op de rest van de kop, met een zwakke paarse glans op het achterhoofd. De keel is middengrijs en wordt naar de borst toe donkerder; de zijkanten van de borst glanzen paars. De rug en de vleugels zijn donker leigrijs met een paarsblauwe glans op de mantel, de buik is roomkleurig en de onderstaartdekveren zijn roodbruin. De seksen lijken op elkaar; het vrouwtje is iets doffer. Jonge vogels zijn bruiner en missen de glans.

Verwarrings­soorten

De blauwkopkwartelduif Starnoenas cyanocephala is groter, warm bruin en heeft een helderblauwe kruin, een zwarte keelvlek met witte rand en een witte streep onder het oog. De Cubaanse kwartelduif Geotrygon chrysia is roodbruin van boven, met een kenmerkende witte streep onder het oog en een lichte buik. De rosse kwartelduif Geotrygon montana is overwegend roestbruin, met een lichte wangstreep, en mist het grijs op kop en borst. De sterk gelijkende witvoorhoofdkwartelduif Geotrygon leucometopia leeft alleen op Hispaniola en komt op Cuba niet voor.

Leefgebied

Vochtig primair en oud secundair bos met een dichte ondergroei en een dikke laag bladafval, van het laagland tot ongeveer 1200 m hoogte, waaronder halfgroen bos en bos op kalksteen. Hij zoekt op de grond naar zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden en blijft dicht bij dekking. Open terrein en sterk gekapt bos mijdt hij. Het nest is een los platform van takjes, laag in struiken, klimplanten of op een afgebroken stam.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba. Vroeger kwam de soort verspreid over het hele eiland voor, maar ze is nu beperkt tot een aantal grotere bosgebieden, waaronder de Sierra del Rosario in het westen, de bossen van het schiereiland Zapata en bosgebieden in het oosten van het eiland. Opgaven van Hispaniola hebben betrekking op de witvoorhoofdkwartelduif, die tot voor kort tot dezelfde soort werd gerekend. Buiten Cuba komt de grijskopkwartelduif niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het schiereiland Zapata, met name het bos rond Bermejas, is een bekende plek, waar plaatselijke gidsen de stukken bos kennen waar kwartelduiven in de vroege ochtend over de paden lopen. Stilstaan op een pad bij het eerste licht levert meer op dan rondlopen; de vogel verschijnt vaak plotseling op de grond en verdwijnt even snel. De lage roep is het eerste aanknopingspunt.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (Vulnerable). De populatie is klein en gaat achteruit door jacht en het verlies van bos. Doordat de soort in toenemende mate tot geïsoleerde bosgebieden beperkt is, is ze gevoelig voor verdere versnippering. Een deel van de resterende vogels leeft in beschermde gebieden zoals Zapata.

Wetenschappelijke naam

Geotrygon caniceps | (Gundlach, 1852)

Gundlach beschreef de soort in 1852 als Columba caniceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geotrygon werd in 1847 ingevoerd door Gosse. Geotrygon is Grieks, van gē 'aarde, grond' en trugōn 'tortelduif': 'gronduif'. caniceps is Latijn, van canus 'grijs' en -ceps '-koppig', naar de grijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.