Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Geelbuikelenia

Geelbuikelenia | Elaenia flavogaster

Yellow-bellied Elaenia | Elenia vientre amarillo

De geelbuikelenia is een van de meest voorkomende tirannen van tuinen en open terrein op Trinidad en Tobago en in het zuiden van de Kleine Antillen. Met zijn borstelige, vaak gespleten kuif en zijn hese roepen is hij een vertrouwde verschijning rond huizen, langs wegen en in parken. In het gebied leeft de nominaatvorm flavogaster.

Geelbuikelenia (Elaenia flavogaster)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig. Roepen zijn een hees, eerst stijgend en dan dalend brieer en een herhaald, rasperig wriek-kriejoep. De ochtendzang is een herhaald trr-djieuw of wie-doo, wie-doo, vaak in duet.

Luister: DuetXC1163707

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, met een borstelige kuif die vaak in het midden uiteenvalt en dan een witte kruinstreep laat zien, waardoor de kop een dubbel gekuifde, hoekige vorm krijgt. Kruin en bovendelen zijn bruinig olijf. De vleugels zijn donker met twee duidelijke witte vleugelstrepen en geelwitte randen aan de slagpennen. De keel is lichtgrijs, de borst olijfgrijs, de buik geel tot lichtgeel. Een lichte oogring is vaag. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een kleinere kuif zonder wit.

Verwarrings­soorten

De witbuikelenia Elaenia martinica, op Grenada en Sint Vincent naast deze soort, heeft een kleinere, platte kuif en een grijzere, minder gele buik. De kortsnavelelenia Elaenia parvirostris en de kleine elenia Elaenia chiriquensis, beide op Trinidad, zijn kleiner, rondkoppiger en hebben nauwelijks een kuif; de kortsnavelelenia heeft een duidelijke witte oogring. De boselenia Myiopagis gaimardii is kleiner, groener en leeft in het bladerdak van bos.

Leefgebied

Savanne, struweel, halfopen bos en secundaire begroeiing, open terrein met verspreide bomen, weiland met bomenrijen, plantages, parken en tuinen tot in steden. Vermijdt gesloten bos. Eet insecten en veel bessen en kleine vruchten, die het van takken plukt of fladderend pakt. Het nest is een kommetje van mos en gras, aan de buitenkant bekleed met korstmos en schors, in een vork van een tak.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago, Grenada, de Grenadines en Sint Vincent, op alle eilanden algemeen. Enkele meldingen van Martinique en een losse melding van Guadeloupe gaan over dwaalgasten. Buiten het gebied van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal in bewoond gebied op Trinidad, Tobago en Grenada te vinden, bijvoorbeeld in hoteltuinen en parken. De gespleten kuif en de hese roep zijn kenmerkend; vroeg in de ochtend zingen de vogels het meest.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een algemene soort die profiteert van ontbossing en het ontstaan van open, half bebost landschap.

Wetenschappelijke naam

Elaenia flavogaster | (Thunberg, 1822)

Thunberg beschreef de soort in 1822 als P[ipra] flavogaster; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Elaenia werd in 1836 ingevoerd door Sundevall. Elaenia komt van Grieks elaineos 'van olie, olijfkleurig', naar het olijfgroene verenkleed. flavogaster combineert Latijn flavus 'geel' met Grieks gastēr 'buik', naar de gele buik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit vermoedelijk Rio de Janeiro, Brazilië.