Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Dwerglijster
Dwerglijster | Catharus ustulatus
Swainson's Thrush | Zorzalito de Swainson
De dwerglijster is de meest geziene Catharus-lijster in het Caribisch gebied. De oostelijke populaties trekken via Florida naar het zuiden en passeren dan in aantal Cuba, de Kaaimaneilanden en de Bahama's op weg naar hun overwinteringsgebied van Panama tot Bolivia. Verder oostelijk wordt de soort snel schaarser.
Geluid
Op de trek vooral een vloeiend, kort whit of kwip, bij onrust herhaald. De nachtelijke vluchtroep is een korte, opwaartse hiep, als van een kikker. In het voorjaar zingen sommige vogels al: een reeks fluitende tonen die spiraalsgewijs omhoog lopen.
Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–20 cm, slank, met een korte snavel en een vrij korte staart. Bovendelen egaal olijfbruin, zonder rossige staart. Kenmerkend is de lichtbruine 'bril': een brede okerkleurige oogring die met een lichte teugel doorloopt naar de snavel. Wangen en borst zijn okerbruin getint, de borst met donkere, driehoekige vlekken die naar de flanken vager worden; buik wit, flanken grijsbruin. De ondersnavel is aan de basis lichtgeel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De grijswangdwerglijster Catharus minimus en Bicknells dwerglijster Catharus bicknelli hebben grijze wangen, een vage grijze oogring en geen okerkleurige bril. De veery Catharus fuscescens is boven warmer roodbruin, met vage, lichte vlekken op de borst. De heremietlijster Catharus guttatus heeft een rossige staart die afsteekt tegen de bruine rug. De Amerikaanse boslijster Hylocichla mustelina is groter, met een roestbruine kruin en grote ronde vlekken tot op de buik.
Leefgebied
Op de trek in allerlei bos met dekking: vochtig en droog loofbos, kustbos en kalksteenbos, ook parken en tuinen met vruchtdragende bomen. Zoekt minder op de grond dan andere Catharus-lijsters en eet in de herfst veel vruchten en bessen in struiken en bomen. Trekt 's nachts en rust overdag in dekking.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Doortrekker, vrij algemeen op Cuba, de Kaaimaneilanden en de Bahama's; schaarser op Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico en de Turks- en Caicoseilanden. Zeldzaam op de Maagdeneilanden, enkele eilanden van de Kleine Antillen (onder meer Guadeloupe) en Bonaire en Curaçao. Overwintering in het gebied is niet vastgesteld. Broedt in naaldbos en gemengd bos van Alaska en Canada tot in het westen en noordoosten van de Verenigde Staten en overwintert van Mexico tot in Bolivia en het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste tijd is oktober in het westen van Cuba en op Grand Cayman, als na een koufront veel lijsters tegelijk aankomen. Vruchtdragende bomen in bosranden en tuinen zijn een goede plek om te zoeken. De okerkleurige bril is het belangrijkste kenmerk; bij twijfel helpt de roep.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De populatie is groot, maar neemt in delen van het broedgebied af. Veel vogels komen om door aanvaringen met gebouwen en communicatiemasten tijdens de nachtelijke trek.
Wetenschappelijke naam
Catharus ustulatus | (Nuttall, 1840)
Nuttall beschreef de soort in 1840 als Turdus ustulatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. ustulatus is Latijn voor 'geschroeid, verbrand', naar de bruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Vancouver, Washington, VS.




