Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Cubaanse parkiet

Cubaanse parkiet | Psittacara euops

Cuban Parakeet | Catey

De Cubaanse parkiet is de kleinste Psittacara en de enige inheemse parkiet van Cuba. Vroeger kwam hij over het hele eiland en op Isla de la Juventud voor, maar door het kappen van bos en de vangst voor de kooivogelhandel is hij teruggedrongen tot een aantal verspreide gebieden. Op Cuba heet hij catey.

Cubaanse parkiet (Psittacara euops)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een metalig, krassend krie-krie in de vlucht, ook als alarmroep, en een lang gerekt, raspend kkkeeerrrr van groepen die foerageren. Tijdens de balts korte, zachte keirp-keirp-keirp-reeksen.

Luister: VluchtroepXC975427

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–27 cm, slank, met een lange, spitse staart. Geelgroen, van onder lichter. Over kop, hals en borst zijn losse rode veertjes verspreid, bij vrouwtjes meestal minder dan bij mannetjes. De vleugelrand is rood en de ondervleugeldekveren zijn rood, wat in de vlucht goed opvalt; slagpennen en staart zijn van onder lichtgroen tot olijf. Rond het oog ligt kale, roze- tot roodachtig witte huid, de iris is lichtgeel en de snavel licht roze-hoornkleurig. Jonge vogels hebben weinig of geen rood op kop en borst.

Verwarrings­soorten

De Cubaanse amazone Amazona leucocephala is groter en gedrongener, met een korte, rechte staart, een wit voorhoofd en een rode keel. Ontsnapte parkieten van andere soorten missen de combinatie van rode vlekjes op kop en hals en rode ondervleugel; de verder gelijkende Hispaniolaparkiet Psittacara chloropterus is groter en komt op Cuba niet voor.

Leefgebied

Palmsavanne met verspreide bomen, halfgroen en groenblijvend bos in het laagland en de bergen, moerasbos, kalksteenbos en bosranden, tot ongeveer 1100 m. Eet zaden, vruchten, bloemknoppen, stuifmeel en nectar van tientallen plantensoorten. Leeft in groepen tot ongeveer 50 vogels. Broedt van februari tot september, bijna altijd in door spechten uitgehakte holten in dode koningspalmen, soms in spleten in kalksteenkliffen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba. Nu vooral in het moerasgebied van Zapata, het westelijke Escambray-gebergte, delen van Villa Clara, Sancti Spíritus, Ciego de Ávila en Camagüey, het stroomgebied van de Cauto en de bergen van Guantánamo. Op Isla de la Juventud rond 1900 verdwenen. Buiten Cuba komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op het schiereiland Zapata en in het Escambray-gebergte rond Topes de Collantes. In de vroege ochtend en laat in de middag vliegen groepen luid roepend tussen slaapplaats en voedselbomen; in palmsavanne zijn ze te zien bij nestholten in dode palmstammen.

Staat van instandhouding

Door de IUCN als kwetsbaar beschouwd; de populatie neemt af. De belangrijkste bedreigingen zijn het verlies van bos en dode palmen met nestholten en de illegale vangst van jongen voor de kooivogelhandel; zware orkanen kunnen nestbomen en voedselbronnen vernietigen. Cubaanse deskundigen pleiten voor een hogere bedreigingscategorie.

Wetenschappelijke naam

Psittacara euops | (Wagler, 1832) (GBIF: Aratinga euops)

Wagler beschreef de soort in 1832 als Sittace euops; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Psittacara werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Psittacara verbindt het Griekse psittakos 'papegaai', in het Latijn psittacus, met de geslachtsnaam Ara, de ara's. euops is Grieks, van eu 'fraai' en ōps 'gezicht', vermoedelijk naar de rode vlekjes op kop en hals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.