Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Inaguaboself

Inaguaboself | Nesophlox lyrura

Inagua Woodstar | Colibrí de Inagua

De Inaguaboself is een kleine kolibrie die alleen op Great en Little Inagua in het zuiden van de Bahama’s leeft. Hij gold lang als ondersoort van de Bahamaboself, maar wordt nu als aparte soort beschouwd, vooral op grond van verenkleed en staartvorm. Het mannetje onderscheidt zich door de liervormige buitenste staartpennen.

Inaguaboself (Nesophlox lyrura)
Foto: M.R. Perry — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is zacht en eenvoudig en is beschreven als het geluid van natte, piepende schoenen. Daarnaast korte tsjip-roepjes.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

7,8–8,2 cm, met een korte zwarte snavel. Het mannetje heeft een glanzend roodpaars voorhoofd en dito keel, glanzend groene bovendelen, een witachtige borst en een buik die roodbruin en groen gemengd is. De staart is diep gevorkt: de middelste pennen groen, de buitenste met kaneelroodbruine binnenvlaggen, en de buitenste pennen liervormig gebogen. Het vrouwtje is dof groen van boven, met een lichtgrijze kin en keel met kleine groene stippen, een witachtige borst, een roodbruine buik en een afgeronde staart met groene middenpennen en kaneelbruine buitenpennen met een brede zwarte band vlak voor de punt.

Verwarrings­soorten

Op Inagua is dit de enige standvogel onder de kolibries. De Bahamaboself Nesophlox evelynae van de overige eilanden lijkt sterk; het mannetje daarvan mist de liervormige buitenste staartpennen. Vrouwtjes zijn in het veld vrijwel gelijk, zodat de vindplaats doorslaggevend is. Een wintergast als de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris heeft een grijze buik zonder roodbruin.

Leefgebied

Duin- en kuststruweel, droog struweel, begroeiing langs zoet water en aangelegde parken en tuinen. In Matthew Town bij bloeiende struiken in tuinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Endemisch op Great Inagua en Little Inagua in het zuiden van de Bahama’s. Er zijn geen betrouwbare meldingen van andere eilanden.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de tuinen en het struweel rond Matthew Town op Great Inagua, bij bloeiende struiken. Bij een mannetje vooral op de staartvorm letten wanneer het de staart spreidt.

Staat van instandhouding

De IUCN beschouwt de soort als niet bedreigd. Het verspreidingsgebied beperkt zich tot twee eilanden; over aantallen en trend is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Nesophlox lyrura | (Gould, 1869)

Gould beschreef de soort in 1869 als Doricha lyrura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nesophlox werd in 1910 ingevoerd door Ridgway. Nesophlox is Grieks, van nēsos 'eiland' (de Bahama's) en phlox 'vlam': 'eilandvlam'. lyrura is Grieks, van lura 'lier' en oura 'staart', naar de liervormig gebogen buitenste staartpennen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Inagua, Bahama's.