Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Amerikaanse schaarbek
Amerikaanse schaarbek | Rynchops niger
Black Skimmer | Rayador americano
De Amerikaanse schaarbek is de enige schaarbek van Amerika en de enige vogel waarvan de ondersnavel duidelijk langer is dan de bovensnavel. Hij vliegt laag boven kalm water en ploegt met de ondersnavel door het oppervlak; zodra die een visje raakt, klapt de snavel dicht. In het Caribisch gebied broedt de soort niet, maar groepen rusten en foerageren op lagunes, zandbanken en in riviermondingen.
Geluid
Een nasaal, blaffend kaup of kak-kak-kak, vaak in koor uit een rustende of opvliegende groep, ook 's nachts.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
40–50 cm, met lange, smalle vleugels en een korte, licht gevorkte staart. De bovendelen zijn zwart, voorhoofd en onderdelen wit. De snavel is lang, zijdelings platgedrukt en rood met een zwarte voorste helft; de ondersnavel steekt ver voorbij de bovensnavel uit. De korte poten zijn rood. Mannetjes zijn duidelijk groter en grofgebekter dan vrouwtjes. Buiten de broedtijd is de rug bruiner en loopt een witte band over de achterhals. Jonge vogels zijn bruin met lichte randen op de bovendelen en hebben een kortere, dofrode snavel. Vogels uit Noord-Amerika (R. n. niger) hebben een witte ondervleugel en een witte achterrand van de vleugel; de Zuid-Amerikaanse R. n. cinerascens, die Trinidad bezoekt, heeft een donkerdere ondervleugel en minder wit in de vleugel.
Verwarringssoorten
Door de snavelvorm en het foerageergedrag met geen andere soort te verwarren. Op afstand en in rust kan een groep aan sterns doen denken, zoals de koningsstern Thalasseus maximus, die een oranje snavel en een lichtgrijze rug heeft. De lachmeeuw Leucophaeus atricilla heeft in zomerkleed een zwarte kop maar een grijze rug en een korte snavel.
Leefgebied
Beschutte lagunes, zoutpannen, riviermondingen, slikken en zandbanken, waar het water kalm en ondiep genoeg is om te scheren; op Trinidad ook in de mangrove- en moeraskust. Foerageert vooral in de schemering en 's nachts, wanneer het water het rustigst is. Overdag rusten de vogels dicht opeen op zandbanken en stranden, vaak plat op de grond liggend, samen met sterns en meeuwen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Het hele jaar aanwezig op Trinidad, met de grootste groepen aan de west- en zuidwestkust, en op Aruba, Bonaire en Curaçao. Vooral in de winter op Cuba, de Bahama's en, schaarser, Puerto Rico. Zeldzaam elders, onder meer op Grenada, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola, Guadeloupe en Barbados. Buiten het gebied broedt de soort langs de oostkust van de Verenigde Staten tot Texas, langs de Pacifische kust van Mexico tot Ecuador en langs de kusten en grote rivieren van Zuid-Amerika tot Argentinië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het meest kansrijk op hoogwater en tegen de avond langs de kust van Trinidad en bij de lagunes en zoutpannen van de ABC-eilanden. In rust valt een groep op door de lage, liggende houding en de felrode snavels; het scheren boven het water is vooral in de schemering te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot, maar de broedkolonies op stranden en zandbanken in Noord- en Zuid-Amerika zijn gevoelig voor verstoring door recreatie, overstroming en predatoren, en zijn regionaal achteruitgegaan.
Wetenschappelijke naam
Rynchops niger | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rynchops voerde hij in datzelfde werk in. Rynchops komt van het Griekse rhunkhos, 'snavel', en ōps, 'gezicht' — een 'snavelgezicht', naar de opvallende snavel met de veel langere ondersnavel. niger is Latijn voor 'zwart' — naar de zwarte bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit kust van South Carolina, VS.




