Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Wilde eend
Wilde eend | Anas platyrhynchos
Mallard | Ánade azulón
De wilde eend is de eend die iedereen kent: het mannetje met glanzend groene kop en gele snavel, het vrouwtje effen bruin, samen op vrijwel elk stuk water van Noord-Amerika te vinden. Geen andere eendensoort ter wereld is zo wijd verspreid, en geen andere is zo grondig door de mens naar zijn hand gezet — als jachtwild, als parkvogel en als stamvader van bijna elk ras huiseend.
Geluid
Het bekende, luide kwak-kwak-kwak-kwak, afdalend in toonhoogte, komt uitsluitend van het vrouwtje en is het geluid dat de meeste mensen met 'eend' associëren. Het mannetje is veel stiller en laat vooral een zachte, rasperige rèb horen, vaak in de baltsgroepen die zich in de nazomer en winter vormen. Bij het opvliegen klinkt van beide seksen een reeks korte, schrapende kwaakjes.
Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · Aljarafe (near Choza de Huerta Tejada), Sevilla, Andalucía, Spain · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje in prachtkleed heeft een glanzend groene kop, een smalle witte halsband, een kastanjebruine borst en een grijs lichaam, met een gekruld staartveertje boven de zwarte stuit. Het vrouwtje is gestreept lichtbruin met een oranje-met-zwarte snavel, moeilijk te onderscheiden van andere bruine eenden op afstand. Beide seksen tonen in vlucht een blauwpaarse vleugelspiegel met een brede witte rand aan weerszijden. Na de rui draagt het mannetje enkele maanden een vrouwtjesachtig 'eclipskleed', herkenbaar aan de gele in plaats van oranje snavel.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse zwarte eend (Anas rubripes) van het noordoosten is donkerder en effener bruin dan het wilde-eendvrouwtje, met een egaal donkere kop en een vleugelspiegel zonder witte rand; de twee soorten kruisen waar hun gebieden overlappen, en de nakomelingen zijn vaak niet met zekerheid op naam te brengen. In het zuidwesten en Mexico neemt de nauw verwante Mexicaanse eend (Anas diazi) de rol van de wilde eend over — beide seksen lijken dan op een wilde-eendvrouwtje — en ook daar komen kruisingen voor. Verwilderde en tamme eenden op stadswater voegen daar nog een laag verwarring aan toe, met elke denkbare combinatie van wit, bruin en groen.
Leefgebied
Vrijwel elk zoetwaterhabitat, van prairievennen en moerassen tot rivieren, meren, aangelegde vijvers en stadsparken, en buiten het broedseizoen ook brakke kustwateren. Voor de nestplaats is dichte vegetatie op de grond dicht bij water voldoende; voor voedsel is de soort weinig kieskeurig en foerageert al gravend en grondelend op waterplanten, zaden en waterinsecten. Hij is een van de weinige eenden die goed gedijt in volledig door de mens gemaakte wateren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt over vrijwel heel Canada, Alaska en de Verenigde Staten, met de kern van de broedpopulatie in de prairievijvers van de noordelijke Great Plains en de Canadese prairieprovincies. In het grootste deel van de Verenigde Staten is de soort standvogel, mede dankzij het jaarrond open water van steden en aangelegde plassen; noordelijke en Canadese vogels trekken in de winter zuidwaarts tot in Mexico. Door ontsnapte en uitgezette parkvogels is de soort bovendien in vrijwel elke stad gevestigd geraakt, los van zijn natuurlijke trekpatroon.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Elk stadspark met water levert vrijwel gegarandeerd wilde eenden op, maar voor zuivere vogels in natuurlijk gedrag is een moeras of prairievijver buiten de bebouwde kom de betere plek — let daar op de afwezigheid van witte vlekken of afwijkende snavelkleuren, tekenen van tamme voorouders. In het najaar concentreren duizenden vogels zich op ondiepe moerassen langs de trekroutes; de late namiddag, wanneer ze invallen om te rusten, is het beste moment om ze te zien aankomen.
Staat van instandhouding
Verreweg de talrijkste eend van Noord-Amerika, niet bedreigd (LC) en met een populatie van vele miljoenen, en om die reden ook de belangrijkste soort voor de jacht. De grootste zorg is niet het aantal maar de genetische zuiverheid van verwante soorten: door voortdurende kruising dreigt de wilde eend zowel de Amerikaanse zwarte eend als de Mexicaanse eend geleidelijk in zich op te nemen, een probleem dat plaatselijk als groter risico geldt dan habitatverlies.
Wetenschappelijke naam
Anas platyrhynchos | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas platyrhynchos, in hetzelfde geslacht waarin ze nu nog staat, vandaar geen haakjes om auteur en jaartal. Anas is Latijn voor 'eend'; platyrhynchos is Grieks voor 'platsnavelig', naar de brede, afgeplatte snavel die de meeste eenden van dit geslacht kenmerkt. De typelocatie ligt in Europa, in 1761 door Linnaeus zelf beperkt tot Zweden.




