Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Nuttalls nachtzwaluw

Nuttalls nachtzwaluw | Phalaenoptilus nuttallii

Common Poorwill | Chotacabras Pachacua

Nuttalls nachtzwaluw is de kleinste nachtzwaluw van Noord-Amerika en de enige vogel ter wereld waarvan is aangetoond dat hij weken tot maanden achtereen in een echte winterslaap kan liggen. Overdag rust hij, net als zijn familieleden, roerloos en volmaakt gecamoufleerd op de kale grond tussen rotsen of struiken. Zijn Engelse naam poorwill is een klanknabootsing van zijn eentonige, van schemer tot dageraad herhaalde roep.

Nuttalls nachtzwaluw (Phalaenoptilus nuttallii)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is de bron van de Engelse naam en wordt in Engelse veldgidsen weergegeven als poor-will-ip, van dichtbij te horen als poor-will-low, urenlang herhaald vanaf de grond in de schemering en bij maanlicht. Vanaf half mei zijn de eerste zangers te horen, en na september wordt de soort nog maar zelden gehoord. In de vlucht laat de vogel een kort tsjok-geluid horen.

Luister: ZangXC820861

Opname: Gregory Askew — CC BY-NC-SA 4.0 · Cache, Comanche County, Oklahoma, United States · xeno-canto

Herkenning

Nuttalls nachtzwaluw is een compacte, ronde vogel met een korte snavel, korte, ronde vleugels waarvan de top bij zittende vogels net de staartpunt bereikt, en een fijn getekend, grijsbruin verenkleed dat perfect opgaat tegen kale grond en rotsgruis. De staart is kort, met witte hoeken die bij het mannetje breder zijn dan bij het vrouwtje. In de vlucht toont de vogel geen witte vleugelvlek zoals de grotere nachtzwaluwen, en de vleugelslag is zacht en fladderend. De kleine afmeting alleen al onderscheidt de soort van vrijwel elke andere Noord-Amerikaanse nachtzwaluw.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse nachtzwaluw (Chordeiles minor) heeft lange, puntige vleugels met een witte band en jaagt hoog in de lucht, anders dan de korte, ronde vleugels en de laag over de grond fladderende vlucht van Nuttalls nachtzwaluw. De Mexicaanse whippoorwill (Antrostomus arizonae) van dennenbos op grotere hoogte is aanzienlijk groter, met een langere staart en een andere, drielettergrepige roep die niet op poor-will lijkt. Op de grond, in koplampen, is Nuttalls nachtzwaluw vooral door zijn geringe afmeting en korte staart van de pauraque te onderscheiden.

Leefgebied

De soort houdt van droog, open terrein met weinig plantendek: sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland)-steppe, kortgrasprairie, rotsachtige woestijnhellingen en open dennen-jeneverbesbos, vaak op plekken met los steengruis waartegen de vogel volledig wegvalt. Dichte begroeiing en vochtig terrein mijdt hij. Voor zijn winterslaap zoekt hij rotsspleten of stapels stenen op zuidhellingen, waar de temperatuur ook in de kou minder sterk wisselt dan in de open lucht.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van zuidelijk Brits-Columbia en zuidoostelijk Alberta zuidwaarts door vrijwel het hele westen van de Verenigde Staten tot in noordelijk Mexico. De meeste noordelijke en hooggelegen broedvogels trekken in de winter weg naar centraal en westelijk Mexico; in zuidelijk Arizona en New Mexico blijven vogels op lage hoogte het hele jaar aanwezig, en in delen van Californië en New Mexico overwinteren sommige vogels zelfs zonder weg te trekken, verscholen in een winterslaap tussen stapels stenen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Luister in de schemering op een droge, rotsachtige heuvelhelling in het westen van Noord-Amerika naar de eentonige, herhaalde poor-will-roep — vaak urenlang vanaf dezelfde plek. Overdag is de kans op een toevallige vondst het grootst wanneer je vlak langs een pad met los steengruis loopt en een vogel bijna per ongeluk opstoot; hij zit dan zo dicht bij zijn schuilplaats dat hij zelden verder dan een paar meter vliegt.

Staat van instandhouding

De soort is niet bedreigd (LC); de wereldwijde broedpopulatie wordt geschat op 1,4 miljoen vogels, met een afname van ongeveer 29 procent tussen 1970 en 2017 volgens Noord-Amerikaanse tellingen. De belangrijkste oorzaken zijn verlies van droog, open habitat aan de rand van steden en aanrijdingen door verkeer, waaraan de vogel net als de pauraque kwetsbaar is door zijn gewoonte om op wegen te zitten.

Wetenschappelijke naam

Phalaenoptilus nuttallii | (Audubon, 1844)

Audubon beschreef de soort in 1844 als Caprimulgus Nuttallii, genoemd naar de Engelse botanicus en ornitholoog Thomas Nuttall; sindsdien is ze naar een ander geslacht overgebracht, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Ridgway voerde het geslacht Phalaenoptilus in 1880 in, van het Griekse phalaina, 'mot', en ptilon, 'veer' — een verwijzing naar het zachte, motachtige verenkleed. De typelocatie ligt aan de oostzijde van de bovenloop van de Missouri, tussen Fort Pierre en de monding van de Cheyenne River in South Dakota.