Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Mexicaanse whippoorwill
Mexicaanse whippoorwill | Antrostomus arizonae
Mexican Whip-poor-will | Chotacabras Cuerporruín Mexicano
De Mexicaanse whippoorwill is de bergbewoner onder de whippoorwills: hij bezet de dennen-eikenbossen van het zuidwesten van de Verenigde Staten en Mexico, op een hoogte waar zijn oostelijke naamgenoot niet komt. Pas in 2010 werd hij als eigen soort erkend, gescheiden van de whippoorwill vooral op grond van zijn zang.
Geluid
De zang is het vertrouwde, drielettergrepige refrein dat in Engelse veldgidsen wordt weergegeven als whip-poor-will, maar lager van toonhoogte en heser, ruwer van klank dan bij de whippoorwill, met een merkbaar trager, 'lui' aandoend ritme. Mannetjes zingen vooral vlak na zonsondergang en vlak voor zonsopgang, soms de hele nacht door tijdens het broedseizoen, vanaf een tak in het bos. Een kort kwirt of grip dient als contactroep tussen partners, en bij opwinding klinkt een reeks lage grombrommende klanken afgewisseld met korte klikjes.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Tierra Colorada, Santa Catarina Ixtepeji, Oaxaca, Mexico · xeno-canto
Herkenning
Nauwelijks van de whippoorwill te onderscheiden: een middelgrote nachtzwaluw met een grote ronde kop, fijn grijs-bruin-zwart gemarmerd verenkleed en, bij het mannetje, brede witte hoeken aan de buitenste staartveren die bij het vrouwtje smaller en roomkleurig zijn. Het silhouet is even gedrongen van voren en spits van achteren als bij de whippoorwill; op uiterlijk alleen is de soort in het veld niet met zekerheid vast te stellen.
Verwarringssoorten
De whippoorwill (Antrostomus vociferus) is qua verenkleed vrijwel niet te onderscheiden; het verschil zit in de zang, hoger en sneller bij de whippoorwill, en in het areaal, dat oostelijk en noordelijk van dat van de Mexicaanse whippoorwill ligt met vrijwel geen overlap. De carolinanachtzwaluw (A. carolinensis) is duidelijk groter met roomkleurige in plaats van witte staarthoeken. Ridgways nachtzwaluw (A. ridgwayi) is kleiner, mist de brede witte staarthoeken en heeft een korte, versnellende in plaats van chantende zang.
Leefgebied
Vochtig tot halfdroog dennen-eikenbos in de bergen, in Mexico doorgaans tussen 1.400 en 3.000 meter hoogte, in het zuidwesten van de Verenigde Staten al vanaf ongeveer 1.700 meter: beboste canyons, dennen-jeneverbes-eikenbos in West-Texas en gemengd eiken-naaldbos in de bergen van Californië. Winters zakt hij naar lager gelegen bos af.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van het zuidoosten van Californië, Arizona en New Mexico tot het uiterste zuidwesten van Texas, en zuidwaarts door de bergen van Mexico. De noordelijkste vogels trekken 's winters zuidwaarts weg; zuidelijker populaties blijven het hele jaar. Over de precieze trekroutes en overwinteringsgebieden is nog weinig bekend — de soort behoort tot de minst onderzochte broedvogels van Noord-Amerika.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Beklim in mei of juni een beboste canyon in het zuiden van Arizona of New Mexico tot in de dennen-eikenzone en luister vlak na zonsondergang: de tragere, lagere zang onderscheidt hem meteen van de whippoorwill verderop naar het oosten. Overdag is hij, net als zijn verwanten, vrijwel onvindbaar.
Staat van instandhouding
De soort is niet bedreigd (LC); de wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 190.000 vogels; de trend is onbekend. De soort staat op de Amerikaanse gele aandachtslijst, met een Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20) die wijst op matige kwetsbaarheid, vooral omdat verwante insectenetende nachtzwaluwen elders sterk zijn afgenomen.
Wetenschappelijke naam
Antrostomus arizonae | Brewster, 1881
Brewster beschreef de vogel in 1881 als ondersoort Antrostomus vociferus arizonae, al meteen in het huidige geslacht — vandaar geen haakjes om auteur en jaartal, ook al veranderde de rang later van ondersoort naar soort. De typelocatie ligt in de Chiricahua Mountains in Arizona, waar de soortnaam arizonae naar verwijst. Pas in 2010 werd de vogel op grond van verschillen in zang, eiafmetingen en DNA als zelfstandige soort van de whippoorwill afgesplitst.



