Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Krombekspotlijster

Krombekspotlijster | Toxostoma curvirostre

Curve-billed Thrasher | Cuitlacoche piquicurvo

De krombekspotlijster is de algemeenste grote spotlijster van de zuidwestelijke woestijnen: een grijsbruine vogel met een lange gebogen snavel, een oranje iris en een vage vlekking op de borst. Hij nestelt bij voorkeur in cholla-cactus en laat zich horen met een scherp, tweelettergrepig fluitje.

Krombekspotlijster (Toxostoma curvirostre)
Foto: Andy Morffew — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, abrupt wit-wiet, met de klemtoon op het tweede deel, alsof iemand om aandacht fluit; het is meestal het eerste geluid dat je in de woestijn leert herkennen. De zang is een lange, gevarieerde reeks van heldere, gorgelende en krassende frases, met tussendoor nagebootste fragmenten, en wordt vanaf de top van een cactus of struik gebracht. Anders dan de spotlijster herhaalt hij frases hoogstens twee keer. In Mexico levert zijn zangrepertoire hem de naam cuicacoche op, ‘zangvogel’.

Luister: ZangXC1153770

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · Tucson, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Een forse, langgerekte spotlijster met een lange, afgeronde staart, stevige poten en een lange, duidelijk naar beneden gebogen zwarte snavel. Het verenkleed is grijsbruin van boven en vuilgrijs tot okerwit van onderen, met ronde, vage grijze vlekken op de borst. De iris is oranje tot oranjegeel. De staarthoeken zijn wit, het duidelijkst bij vogels uit de Chihuahuawoestijn. Vogels van de Sonorawoestijn (‘palmeri’-groep) hebben een grijzere borst met nauwelijks zichtbare vlekken en vrijwel geen witte vleugelstrepen; die van de Chihuahuawoestijn (‘oberholseri’-groep) hebben scherper afgetekende borstvlekken, witte vleugelstreepjes en grotere witte staarthoeken.

Verwarrings­soorten

De cactusspotlijster is kleiner en heeft een kortere, rechtere snavel met een bleke basis van de ondersnavel, driehoekige in plaats van ronde borstvlekken en een gelere iris; zijn roep is een laag tsjoek in plaats van het scherpe wit-wiet. De langsnavelspotlijster van Zuid-Texas is warmer bruin en heeft scherp zwart gestreepte in plaats van vaag gevlekte onderdelen. De roodbuikspotlijster heeft een langere, sterker gebogen snavel, een ongevlekte borst en een roestrode onderstaart en zit in struweel langs droge beddingen. De rosse spotlijster heeft een gestreepte borst en twee witte vleugelstrepen en ontbreekt in het grootste deel van het woestijngebied.

Leefgebied

Woestijn en halfwoestijn met cholla, saguaro (de grote zuilcactus van de Sonorawoestijn), mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes) en creosootstruik, doornstruweel en droge beddingen, en hogerop ook pinyon (laaggroeiende den van de droge zuidwestelijke bergvoeten)-jeneverbes en droog eikenstruweel, tot ongeveer 2500 meter op de Mexicaanse hoogvlakte. Hij bezet ook tuinen, parken en woonwijken in woestijnsteden, waar hij bij voederplaatsen en onder struiken foerageert. Het nest staat vrijwel altijd in een doornige cactus, het vaakst in cholla.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hij is standvogel van de zuidwestelijke Verenigde Staten en het grootste deel van Mexico: van Zuidoost-Californië en Arizona door New Mexico en West- en Zuid-Texas tot in Zuidoost-Colorado en Zuidwest-Kansas, en zuidwaarts over de Mexicaanse hoogvlakte tot Oaxaca. Trek vertoont hij niet; buiten het areaal duiken alleen af en toe dwaalgasten op, tot in North Dakota en Alberta toe. De opdeling in een westelijke (Sonora) en een oostelijke (Chihuahua) groep ondersoorten volgt de twee woestijnsystemen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in het eerste uur na zonsopgang op een cholla- of mesquitetop: dan zingt hij van een vaste zangpost en tekent de gebogen snavel zich af tegen de lucht. Buiten die uren verraadt het wit-wiet hem, ook als hij onder een struik met de snavel in het zand aan het graven is. In woonwijken van Tucson en Phoenix is hij een van de vaakst geziene woestijnvogels.

Staat van instandhouding

De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek dankzij haar grote areaal, maar de aantallen in de Verenigde Staten zijn over de afgelopen decennia afgenomen. Verlies van cholla en mesquite door begrazing, woningbouw en woestijnbranden vermindert het aanbod van nestplaatsen; waar cholla in tuinen en parken behouden blijft, houdt de soort stand. Predatie door zwerfkatten en de uitbreiding van geïntroduceerde grassen die branden aanwakkeren, zijn de belangrijkste lokale knelpunten.

Wetenschappelijke naam

Toxostoma curvirostre | (Swainson, 1827)

William Swainson beschreef de soort in 1827 als Orpheus curvirostris, naar materiaal van de Mexicaanse hoogvlakte; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Toxostoma is gevormd uit het Griekse toxon ‘boog’ en stoma ‘mond, snavel’ en verwijst naar de gebogen snavel van de groep. De soortnaam curvirostre is Latijn voor ‘met gebogen snavel’, van curvus ‘krom’ en rostrum ‘snavel’ — dezelfde betekenis als de Nederlandse naam.