Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Kleine Kauailijster
Kleine Kauailijster | Myadestes palmeri
Puaiohi | Solitario puaiohi
De kleine kauailijster is een solitaire die alleen nog in het hooggelegen regenwoud van Kauaʻi leeft, langs steile beekravijnen in het Alakai-gebied. Met een geschatte 400 tot 600 vogels is het een van de zeldzaamste zangvogels van de Verenigde Staten; hij nestelt op richels in de natte rotswanden boven de beek.
Geluid
De zang begint met een korte inleidende fluittoon, gaat over in een langgerekte triller en eindigt in enkele scherpe, dalende notities; de klank is dun en piepend en draagt over het geruis van de beek heen. Mannetjes zingen het hele jaar, met een piek in april en mei. De roepnoot is een droge, rasperige sis. Omdat de vogels vrijwel altijd in de dichte, natte ondergroei zitten, is de zang meestal het enige aanknopingspunt.
Opname: Melissa Hafting — CC BY-NC-SA 4.0 · Kauai County, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Een slanke, langpotige lijster, leigrijsbruin van boven en lichtgrijs op borst en buik, met een witte oogring, een zwarte snavel en lichtroze poten. Het gewicht ligt rond de 40 gram. Hij zit rechtop op een lage tak of rotsrichel en beweegt met korte, abrupte sprongen; zoals de andere solitaires laat hij zijn vleugels trillen. Jonge vogels hebben vlekken en schubtekening op borst en vleugeldekveren.
Verwarringssoorten
Op Kauaʻi is er geen andere soort van dit formaat en deze vorm meer: de kamaʻo, de grotere solitaire van hetzelfde eiland, is sinds de jaren tachtig niet meer vastgesteld en geldt als uitgestorven. De hawaiilijster van het eiland Hawaï is korter van poot en staart, olijfbruiner van boven en heeft donkere poten en een veel vagere oogring, maar de twee komen nergens samen voor. Van de ingevoerde Japanse brilvogel, die op Kauaʻi algemeen is, verschilt hij door zijn formaat, de roze poten en de rechte, zwarte snavel.
Leefgebied
Nat bergbos van ʻohiʻa met een dichte ondergroei van varens, olapa en kanawao, in steile ravijnen boven ongeveer 1050 meter. Het nest is de bepalende factor: hij bouwt op smalle, met mos begroeide richels en in nissen van bijna verticale beekwanden, waar ratten er moeilijker bij kunnen. Vruchten van inheemse struiken en op de grond gezochte ongewervelden vormen het voedsel. Sterk door varkens omgewoelde of met gember en andere invasieve planten overgroeide delen van het bos worden gemeden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het hele areaal ligt in het midden en zuiden van het Alakai-plateau op Kauaʻi, een gebied van enkele tientallen vierkante kilometers; daarbuiten komt de soort niet voor. Vroeger reikte hij lager de valleien in, tot in bos dat nu grotendeels is omgezet of door muggen onbewoonbaar is geworden. De populatie werd sinds 1973 op ongeveer hetzelfde niveau geschat, maar na de orkanen Iwa en Iniki en in droge jaren daalden de aantallen plaatselijk sterk.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Waarneming vergt een tocht over de modderige paden van het Alakai Wilderness Preserve, het best in april of mei bij het eerste licht, wanneer de mannetjes zingen. Ga bij een beekravijn zitten en luister naar de inleidende fluittoon met daaropvolgende triller; zoek daarna de rotswand af in plaats van de kroon, want de vogel blijft laag. Het gebied is nat en glad en het aantal vogels is klein, zodat een waarneming ook met goede omstandigheden uitblijft.
Staat van instandhouding
De soort staat op de IUCN-lijst als ernstig bedreigd (CR) en is sinds 11 maart 1967 federaal beschermd; recente schattingen liggen tussen 414 en 580 vogels. De bedreigingen zijn vogelmalaria en vogelpokken door de ingevoerde mug, die met de stijgende temperatuur ook het Alakai-plateau bereikt, predatie door ratten, aantasting van de ondergroei door verwilderde varkens en geiten, verdringing van inheemse planten door invasieve soorten, en droogte en orkanen die in één seizoen een groot deel van de broedsels kunnen wegnemen. Tussen 1999 en 2017 werden meer dan tweehonderd in gevangenschap grootgebrachte vogels uitgezet; het fokprogramma uit 1995 werd later beëindigd nadat inteeltdepressie was vastgesteld. Het beheer richt zich nu op rattenbestrijding rond de nestwanden, omrasteren tegen hoefdieren en muggenbestrijding.
Wetenschappelijke naam
Myadestes palmeri | (Rothschild, 1893)
Rothschild beschreef de soort in 1893 als Phaeornis palmeri, naar een exemplaar van Halemanu op Kauaʻi; omdat ze later in Myadestes werd geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam eert Henry C. Palmer, de verzamelaar die Rothschild naar Hawaï had gestuurd. De geslachtsnaam Myadestes betekent 'vliegeneter', van het Griekse muia 'vlieg' en edestes 'eter'. Puaiohi is de Hawaïaanse naam; de Nederlandse naam onderscheidt de soort van de grotere kamaʻo, die eveneens op Kauaʻi leefde.



