Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Californische kuifkwartel
Californische kuifkwartel | Callipepla californica
California Quail | Colín de California
De Californische kuifkwartel is de staatsvogel van Californië en een van de vertrouwdste vogels van de westkust: een gedrongen, grijsbruine kwartel met een naar voren gebogen, komma-vormige zwarte pluim en een fijn geschubde buiktekening die aan maliënkolder doet denken. Grote, drukke groepen scharrelen door chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat), eikenbos en voorstedelijke tuinen, en de soort is zo succesvol dat hij elders ter wereld — van Brits-Columbia tot Nieuw-Zeeland en Chili — met opzet is uitgezet.
Geluid
Het mannetje laat een luid, ritmisch tsji-KA-go horen, met de klemtoon op de tweede, hoogste lettergreep, dat als verzamelroep de groep bijeenbrengt en op zichzelf staat onder de Amerikaanse kwartels. Contact tussen groepsleden houdt de vogel met zachte, korte pip-geluidjes terwijl ze samen over de grond foerageren. Bij gevaar volgt een schor, oplopend alarmgeroep, waarop de hele groep tegelijk wegrent of, als het echt nodig is, opvliegt. In de vroege ochtend, vanaf een lage struik of hek, is het tsji-KA-go vaak het eerste geluid dat een woonwijk met kuifkwartels verraadt.
Opname: Cristian Pinto Fernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · Santuario de La Naturaleza Humedal de Tunquen, Chile · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een blauwgrijze borst, een olijfbruine rug, een zwart gezicht met een witte rand langs voorhoofd en keel, en een buik die dicht geschubd is in bruin en zwart, als een maliënkolder. De naar voren gebogen zwarte pluim bestaat uit meerdere ineengegroeide veertjes en is duidelijk langer dan bij het vrouwtje. Het vrouwtje is egaler grijsbruin, mist de zwart-witte gezichtstekening vrijwel helemaal en heeft een vager, minder contrastrijk geschubde buik. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met een nog kortere pluim. In de vlucht toont de soort korte, ronde vleugels en een kort staartje, en groepen vliegen zelden ver: meestal een korte sprong naar de dichtstbijzijnde dekking.
Verwarringssoorten
De verwarring met de Gambels kuifkwartel is het grootst waar de arealen elkaar raken in het zuidoosten van Californië en het noorden van Neder-Californië. Het mannetje van de Californische kuifkwartel heeft een dicht geschubde, olijfbruine buik zonder duidelijke vlek, tegenover de effen crèmekleurige buik met één grote zwarte vlek bij de Gambels kuifkwartel, en de flanken zijn roodbruiner en grover getekend in plaats van schoon kastanjebruin met witte strepen. Het vrouwtje is lastiger te onderscheiden, maar toont een duidelijker geschubde buik en minder rode flanken dan het vrouwtje van de Gambels kuifkwartel. Van de bergkuifkwartel, waarmee het areaal in het noorden van Californië eveneens raakt, onderscheidt de Californische kuifkwartel zich meteen door de gebogen in plaats van kaarsrechte pluim en het aanmerkelijk kleinere formaat.
Leefgebied
Hij bewoont chaparral, kustdoornstruweel, de rand van eikenbos en rivierbegeleidende vegetatie, en is een van de weinige kwartels die zich moeiteloos aan voorsteden aanpast: parken, heggen en beplante tuinen met dichte struiken worden even makkelijk gebruikt als natuurlijk struweel. Hij zoekt de overgang tussen dichte dekking om in te schuilen en opener grond om te foerageren, en is daarmee meer een randbewoner dan een soort van gesloten habitat. Dicht, hoog bos zonder ondergroei en kaal, waterloos woestijnterrein mijdt hij. Water in de buurt is nodig, maar minder strikt dan bij de Gambels kuifkwartel: dauw en sappig voedsel volstaan in koelere delen van het areaal.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van oorsprong bewoont de Californische kuifkwartel vrijwel heel Californië buiten de hoogste bergen en de droogste woestijnen, het westen van Oregon en een klein deel van Neder-Californië en Nevada. Hij is met succes uitgezet in de staat Washington en Brits-Columbia, en daarnaast wereldwijd op plekken als Hawaï, Nieuw-Zeeland, Chili en Argentinië, waar hij zich telkens gemakkelijk vestigde. Hij is volledig standvogel, zonder enige trek. De totale populatie is sinds het midden van de twintigste eeuw licht toegenomen, maar in de sterk verstedelijkte delen van Zuid-Californië gaat hij plaatselijk achteruit doordat aaneengesloten struweel steeds verder versnippert door bebouwing.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem bij zonsopgang langs een pad door chaparral, een park met dichte struiken of zelfs een gewone voorstedelijke tuin: het ritmische tsji-KA-go vanaf een hek of lage tak verraadt de groep al voor je hem ziet. Wacht daarna bij een open plek tussen twee struikpartijen — kuifkwartels steken die in rap tempo achter elkaar over, wat de hele groep in een paar seconden zichtbaar maakt.
Staat van instandhouding
De wereldwijde populatie wordt geschat op 5,8 miljoen vogels en nam tussen 1966 en 2019 met ongeveer 0,8 procent per jaar toe — een lichte maar gestage groei. De soort geldt als niet bedreigd (LC) en wordt fors bejaagd: alleen al in Californië worden jaarlijks tussen de acht- en twaalfhonderdduizend vogels geschoten, zonder dat dit de populatie merkbaar aantast. Lokaal, vooral in de dichtstbevolkte delen van Zuid-Californië, gaat hij wel achteruit door het verlies van aaneengesloten struweel aan bebouwing.
Wetenschappelijke naam
Callipepla californica | (Shaw, 1798)
Shaw beschreef de soort in 1798 als Tetrao californicus, bij de korhoenders; sindsdien in Callipepla geplaatst — dat geslacht werd in 1832 ingevoerd door Wagler, uit het Grieks kalli-, 'welgevormd', en peplos, 'gewaad' — staan auteur en jaartal tussen haakjes. californica betekent 'van Californië'. Shaw werkte de beschrijving uit aan het Britse Museum, op basis van een exemplaar dat de Vancouver-expeditie in de jaren 1790 langs de Californische kust had verzameld. De typelocatie is Monterey, Californië.




