Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Antilliaanse nachtzwaluw

Antilliaanse nachtzwaluw | Chordeiles gundlachii

Antillean Nighthawk | Añapero Querequeté

In het uiterste zuiden van Florida, alleen op de Keys, broedt deze Caraïbische nachtzwaluw — de enige plek in de Verenigde Staten die hij bereikt. Verder broedt hij door de Grote Antillen, de Bahama's en de Maagdeneilanden. Beter dan aan het uiterlijk, dat sterk op de veel algemenere Amerikaanse nachtzwaluw lijkt, is hij te herkennen aan zijn roep, die in Engelse veldgidsen wordt weergegeven als gimme-me-bit. Aan het eind van de zomer verlaat de hele populatie het gebied, naar een overwinteringsgebied dat tot voor kort volstrekt onbekend was.

Antilliaanse nachtzwaluw (Chordeiles gundlachii)
Foto: JeffreyGammon — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een snelle, droge reeks harde tikken, klinkend als drik-rik-rik-rik, meestal in vlucht gegeven en het betrouwbaarste kenmerk om de soort van de Amerikaanse nachtzwaluw te onderscheiden. Op de Bahama's en in de Dominicaanse Republiek klinkt de roep de plaatselijke bevolking als ki-dee-dee-dee of quera-que-que in de oren, wat in het Spaans tot de naam querequeté heeft geleid. Overdag, rustend op de grond of een tak, is de vogel vrijwel stil.

Luister: VluchtroepXC1071606

Opname: Noah Khanti Steinberg — CC BY-NC-SA 4.0 · Little Hamaca (near Key West), Monroe County, Florida, United States · xeno-canto

Herkenning

Een middelgrote nachtzwaluw met lange, smalle, spitse vleugels, een gekerfde staart en een fijn patroon van zwart, grijs en bruin dat sterk op boomschors of grind lijkt. Het mannetje heeft een brede witte vleugelband, een witte keelvlek en een witte staartband; bij het vrouwtje zijn keel en vleugelband roomkleurig en ontbreekt de staartband. In de vlucht is de soort van de nauw verwante Amerikaanse nachtzwaluw nauwelijks te onderscheiden: hij is iets kleiner en fijner gebouwd, met een net iets smaller silhouet, maar dat verschil is in het veld zelden overtuigend te zien.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse nachtzwaluw is groter en heeft dezelfde witte vleugelband, maar de twee soorten worden vrijwel alleen op geluid uit elkaar gehouden: het korte, tikkende drik-rik-rik-rik tegenover de nasale, langgerekte roep van de Amerikaanse nachtzwaluw. De dwergnachtzwaluw, in Florida zeldzaam maar mogelijk, is kleiner, met een vleugelband die dichter bij de vleugelpunt zit, en heeft een zachte, trillende roep. De grotere pauraque van het zuiden van Texas en Florida heeft ronde, geen spitse vleugels en wordt zelden hoog in de lucht boven open terrein gezien.

Leefgebied

Open, warm terrein met kort gras of kale grond: suikerrietvelden, weiland, savanne, golfbanen, vliegvelden en pas ontboste grond, met daarnaast stranden, zoutvlaktes en zelfs bauxietmijnen als nestplek. Hij jaagt in groepen boven vrijwel elk open landschap, van steden tot bosranden. Gesloten bos mijdt hij volledig; wat hij nodig heeft is alleen een kale plek op de grond om zijn eieren op te leggen en voldoende open lucht om te jagen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt in het uiterste zuiden van Florida (de Keys), en verder door de Grote Antillen, de Bahama's, de Caymaneilanden, Turks- en Caicoseilanden en de Maagdeneilanden. Aan het eind van de zomer verlaat de hele populatie het gebied; pas in 2013 werd met een geolocator vastgesteld dat minstens één vrouwtje overwinterde in het diepe regenwoud van de Braziliaanse Amazone, ruim tweeduizend kilometer ten zuiden van het broedgebied — de eerste harde aanwijzing voor een trek die daarvoor volledig in nevelen was gehuld.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Ga in de schemering naar een open plek op de Keys — een vliegveld, een golfbaan of open grasland — en let niet op het uiterlijk maar op het geluid: een snel, droog drik-rik-rik-rik onderscheidt hem meteen van de vergelijkbare Amerikaanse nachtzwaluw. Groepen jagen soms gezamenlijk boven een open plek, vooral rond insectenzwermen na zonsondergang.

Staat van instandhouding

Met naar schatting tweehonderdduizend vogels wereldwijd en een lage zorgenscore geldt de soort als niet bedreigd (LC). Het is desondanks een van de minst onderzochte vogels van het Caraïbisch gebied: van zijn overwinteringsgebied is vrijwel niets bekend, en trends in de kleine, geïsoleerde eilandpopulaties worden nauwelijks gevolgd.

Wetenschappelijke naam

Chordeiles gundlachii | Lawrence, 1856

Lawrence beschreef de soort in 1856 als Chordeiles gundlachii, in hetzelfde geslacht als nu; auteur en jaartal staan daarom zonder haakjes. Het geslacht Chordeiles werd in 1832 ingevoerd door Swainson, samengesteld uit het Griekse khordē, 'snaar', en deilē, 'avond' — een verwijzing naar het snorrende geluid dat de verwante Amerikaanse nachtzwaluw tijdens zijn baltsduik maakt. Het epitheton gundlachii eert de Duits-Cubaanse natuuronderzoeker Juan Gundlach, die tientallen jaren de fauna van Cuba beschreef. De typelocatie is Cuba.