Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Zwartkraagmuskaatduif

Zwartkraagmuskaatduif | Ducula mullerii

Collared Imperial-Pigeon | Dúcula acollarada

De zwartkraagmuskaatduif is een dwaalgast uit Nieuw-Guinea: een forse grijze boomduif van veertig centimeter met een witte keel die door een gesloten zwarte band wordt afgesneden. Die kraag is zo scherp en zo compleet dat de soort met één blik vaststaat. In dit gebied gaat het om een handvol gevallen op de noordelijkste eilanden van de Straat Torres.

Zwartkraagmuskaatduif (Ducula mullerii)
Foto: cuatrok77 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Diepe, dreunende koergeluiden die uit de kroon van een hoge boom komen en eerder als een trilling dan als een roep worden waargenomen — het typische geluid van de muskaatduiven. Daarnaast klinkt bij opvliegen een zwaar klapperen van de vleugels. Omdat het hier alleen om dwaalgasten gaat, is de kans dat men de vogel in dit gebied hoort roepen verwaarloosbaar klein.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een grote, zwaargebouwde boomduif van ongeveer veertig centimeter en zo'n zeshonderd gram. De bovenzijde is grijs, de onderzijde grijs met een roze waas. De keel en de voorhals zijn wit, en daaronder ligt een volledig gesloten zwarte band — de kraag waaraan de soort haar naam dankt en die geen andere duif in dit gebied heeft. Kop en hals zijn licht grijs, de vleugels en de staart donkerder grijs. De vogel oogt log en zit meestal roerloos hoog in een boom.

Verwarrings­soorten

De Australische muskaatduif (Ducula spilorrhoa) is de enige muskaatduif die hier gewoon is en is direct te scheiden: helder wit met zwarte slagpennen en staart, zonder enige kraag. Een grote grijze duif in de kruinen van Kaap York kan eerder aan de knoedelduif (Lopholaimus antarcticus) doen denken, maar die draagt een dubbele kuif, heeft een rode snavel en een zwarte staart met een lichte band, en mist de witte keel met zwarte kraag. Wie op de Straat Torres een grote grijze duif ziet, hoeft dus maar op één ding te letten: is er een gesloten zwarte band onder een witte keel, dan is er geen alternatief.

Leefgebied

In Nieuw-Guinea een vogel van het laaglandregenwoud, moerasbos, mangrove en de bosstroken langs rivieren, vrijwel altijd dicht bij water. Hij foerageert hoog in de kroon en slikt vruchten tot vijf centimeter doorsnede in hun geheel door; onderzoek bij Port Moresby noemde onder meer Tristiropsis canarioides, ylang-ylang en palmvruchten, aangevuld met insecten. Het nest is een losse takkenschotel in een boom aan de rand van een moeras, met één ei.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

De soort hoort thuis in Nieuw-Guinea — noordelijk en zuidelijk — en op de Aru-eilanden, en komt binnen het kaartvenster van deze gids alleen als dwaalgast voor. De waarnemingen concentreren zich op Boigu en Saibai, de noordelijkste Australische eilanden in de Straat Torres, die op enkele kilometers van de Papoease kust liggen en waar de vogel bij tijden opduikt; verder zuidwaarts, op het Australische vasteland, is hij niet gevestigd. Het gaat om enkele tientallen gevallen in totaal, zonder vaste populatie en zonder aanwijzing voor broeden aan Australische kant.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Wie hem in dit gebied wil zien, moet naar de noordelijke Straat Torres, en ook daar is het een kwestie van geluk: zoek de hoge bomen langs de kust en de mangroverand af op een grote, roerloze grijze duif. Werk met de telescoop en zoek gericht naar de keel, want de zwarte kraag is bij tegenlicht het enige wat overeind blijft. Een grote witte duif die langs de kust trekt is de Australische muskaatduif en niet deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), met een als stabiel beoordeelde stand. De soort is talrijk en wijdverspreid in het laagland van Nieuw-Guinea, en aan Australische kant is er niets in stand te houden: het gaat om zwervers uit een populatie die volledig buiten dit gebied leeft. Wel geldt dat de voortgaande ontbossing en de aanleg van oliepalmplantages in het Papoease laagland op termijn ook de bron van deze dwaalgasten aantasten.

Wetenschappelijke naam

Ducula mullerii | (Temminck, 1835)

Temminck beschreef de vogel in 1835, naar materiaal dat de Nederlandse Natuurkundige Commissie in zuidelijk Nieuw-Guinea had verzameld; omdat de soort daarna naar Ducula verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Brian Houghton Hodgson voerde dat geslacht in 1836 in; de naam gaat terug op het Latijnse dux, genitief ducis, 'aanvoerder', wat ook in de Engelse groepsnaam imperial pigeon doorklinkt. mullerii eert Salomon Müller, de Duits-Nederlandse natuuronderzoeker die voor die commissie in de archipel en op Nieuw-Guinea verzamelde.