Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Roodvoorhoofdkakariki

Roodvoorhoofdkakariki | Cyanoramphus novaezelandiae

Red-crowned Parakeet | Perico maorí cabecirrojo

De roodvoorhoofdkakariki is de bekendste van de zes kakariki's: een smaragdgroene parkiet met een lange staart, een karmijnrood voorhoofd en een rode streep die dwars door en achter het oog doorloopt. Hij is de grootste en luidruchtigste van de kleine kakariki's en tegenwoordig vooral een vogel van roofdiervrije eilanden.

Roodvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus novaezelandiae)
Foto: Bernard Spragg. NZ from Christchurch, New Zealand — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De vluchtroep is het kenmerkende kakarikigeratel, een snel en schetterend ke-ke-ke-ke-ke dat over het water van een eiland af draagt. Daaronder ligt een hele reeks zachtere contactgeluiden, waaronder een murmelend tur-tur-tur tussen vogels van een paar. Zijn stem klinkt duidelijk lager en voller dan die van de geelvoorhoofdkakariki, wat bij gemengde groepen vaak het eerste verschil is dat opvalt.

Luister: ZangXC956617

Opname: Meena Haribal — CC BY-NC-SA 4.0 · Tawharanui Regional Park (near Tāwharanui Peninsula), Auckland, Auckland, New Zealand · xeno-canto

Herkenning

Een parkiet van vijfentwintig tot achtentwintig centimeter, waarvan meer dan de helft staart, met een gewicht van zeventig tot tachtig gram. Het kleed is effen smaragdgroen, geler op de onderzijde. Rood staat op het voorhoofd en de voorkruin, in de teugel, als een band die achter het oog nog doorloopt, en als een vlek aan weerszijden van de stuit. De voorrand van de handpennen is helder cyaanblauw en licht op zodra de vogel de vleugel opent. De snavel is bleek blauwgrijs met een zwarte punt; het mannetje is groter en zwaarder van snavel dan het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De geelvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus auriceps) is kleiner en heeft een gele kruin met alleen een smalle rode band vlak boven de waslaag, en mist het rood achter het oog — dat laatste kenmerk is het betrouwbaarste, maar vraagt een goed zicht op de kop. De oranjevoorhoofdkakariki (Cyanoramphus malherbi) is nog kleiner en bleker, met een oranje in plaats van rode voorhoofdsband. De chathamkakariki (Cyanoramphus forbesi) heeft een gele voorkruin met een rode band die juist níet tot het oog doorloopt. De groene kakariki (Cyanoramphus unicolor) is veel groter en heeft helemaal geen rood of geel op de kop.

Leefgebied

Van podocarpen-loofbos en beukenbos tot laag manuka-struweel, tussockvelden (grasland van losse, hoge polvormende grassen, vooral in Nieuw-Zeeland) en zelfs kale graseilandjes: op roofdiervrije eilanden gebruikt hij alles wat zaad, knoppen en bessen levert, en hij foerageert net zo goed op de grond als in de kroon. Hij broedt in holten van bomen en rotsspleten, en op boomloze eilanden in holen onder tussockpollen. In Wellington komt hij in tuinen en parken rond het omheinde reservaat.

Verspreiding en trek

Nu grotendeels beperkt tot plaagdiervrije eilanden voor de kust en de buitenlanden, van de Kermadec-eilanden in het noorden oostwaarts tot de Chathams en zuidwaarts tot de Auckland-eilanden, met bolwerken op Little Barrier, Tiritiri Matangi, de Mercury-eilanden, Kapiti, Codfish en Stewarteiland. Op het vasteland van het Noorder- en Zuidereiland is hij zeldzaam geworden; de enige plek waar je hem daar geregeld ziet is Wellington, waar hij zich vanuit het omheinde reservaat Zealandia in de stad heeft gevestigd.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem op een roofdiervrij eiland langs de bosrand en boven het struweel: groepjes roepen bijna altijd in de vlucht, dus wacht op het geratel en kijk dan naar het blauw op de vleugelvoorrand. Op de grond, tussen omgewaaid strooisel en zaaddragend gras, is hij verrassend onopvallend — luister naar het knippen van de snavel. Bij Zealandia in Wellington lukt het van een bank aan de rand van het reservaat.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) op wereldschaal, maar in Nieuw-Zeeland geldt de soort als relictvogel: van het vasteland is hij vrijwel verdwenen door hermelijnen, ratten en possums (klimbuideldier), die de broedholten leegroven. Op eilanden waar die roofdieren zijn uitgeroeid herstelt hij snel, en herintroducties op Tiritiri Matangi, Motuihe en in Zealandia hebben aangetoond dat de soort terugkomt zodra de roofdieren weg zijn. Dat maakt hem tot een van de duidelijkste graadmeters van het Nieuw-Zeelandse eilandherstel.

Wetenschappelijke naam

Cyanoramphus novaezelandiae | (Sparrman, 1787)

Sparrman beschreef de soort in 1787 als Psittacus novaezelandiae, naar materiaal uit Dusky Sound op het Zuidereiland; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanoramphus werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte en is gevormd uit het Griekse kuanos 'blauw' en rhamphos 'snavel', naar de blauwgrijze snavel. Het epitheton betekent eenvoudig 'van Nieuw-Zeeland'. Kakariki is Maori en betekent 'klein groen'.