Alle soorten › Papegaaiachtigen › Kaketoes › Roodstaartraafkaketoe
Roodstaartraafkaketoe | Calyptorhynchus banksii
Red-tailed Black Cockatoo | Cacatúa colirroja
De roodstaartraafkaketoe is de zwartste en zwaarste van de Australische raafkaketoes: een glanzend zwarte vogel ter grootte van een raaf, met een hoge helmvormige kuif en, bij de man, twee vuurrode vlakken in de staart die in de vlucht open gaan liggen. Hij komt in bijna heel het vasteland voor, maar telkens in eigen, sterk van elkaar gescheiden populaties.
Geluid
Luid, hard en ver dragend: een rollend metaalachtig kree of krurr-rr, in de vlucht herhaald, en bij onraad een scherp krur-rak. Veel waarnemers vergelijken het met het knarsen van een roestige windmolen. Troepen roepen bijna onophoudelijk tijdens het verplaatsen, zodat ze meestal ruim voor het zicht al gehoord zijn; bij het foerageren klinkt daarnaast een zacht keelgeluid tussen de partners.
Opname: Morgan Pickering — CC BY-NC-SA 4.0 · Neil McDougall Park (near Como), City of South Perth, Western Australia, Australia · xeno-canto
Herkenning
Een forse kaketoe van zestig centimeter met een brede, trage vleugelslag en een lange staart. De man is egaal glanzend zwart met een donkergrijze snavel en twee scharlaken staartvlakken die alleen in de vlucht of bij het draaien zichtbaar zijn. Het vrouwtje is bruinzwarter en fijn geel gestippeld over kop, hals en vleugeldekveren, met gele bandering over borst en onderstaart, oranjegele en zwart gebandeerde staartvlakken en een bleke, hoornkleurige snavel. Beide seksen zetten bij opwinding een hoge, smalle kuif op die de kop een helmvorm geeft. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
De bruine raafkaketoe (Calyptorhynchus lathami) heeft eveneens rode staartvlakken, maar is een kwart kleiner, dof bruinzwart in plaats van glanzend, heeft een korte platte kuif, een dikke bolle bleke snavel en een veel zachtere, krakende stem; het vrouwtje daarvan draagt alleen op kop en hals geel, nooit op de vleugel en nooit als borstbandering. De drie Zanda-soorten — geeloograafkaketoe (Zanda funerea), dunsnavelraafkaketoe (Zanda latirostris) en langsnavelraafkaketoe (Zanda baudinii) — hebben gele of witte staartvlakken en een lichte wang- of oorvlek, en vallen daarmee meteen af; in Zuidwest-Australië, waar de boskaketoe (ondersoort naso) naast beide witstaartsoorten leeft, is dat verschil in kleur van het staartvlak het snelste kenmerk.
Leefgebied
Zeer breed: eucalyptussavanne en open bos in het tropische noorden, rivierbos van rode gomboom langs kreken in het droge binnenland, jarrah- en marribos in het zuidwesten, en in het zuidoosten mallee (laag, veelstammig eucalyptusstruweel van droog zuidelijk Australië) en de stringybarkbossen (eucalyptus met lange, vezelige schorsstroken) met buloke. Hij zoekt zaden van eucalypten, casuarina's en acacia's, in het binnenland vaak op de grond onder de bomen, en komt daarnaast in landbouwland en in regionale steden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen het Australische vasteland, maar daar in vrijwel alle staten: van de Kimberley en het Top End door Queensland tot in Nieuw-Zuid-Wales, in een binnenlandse band langs de kreken tot in Zuid-Australië, in het zuidwesten van West-Australië, en in een klein, geïsoleerd gebied op de grens van Zuid-Australië en Victoria. De soort ontbreekt in Tasmanië en in Nieuw-Zeeland. De vijf ondersoorten beslaan samen ongeveer acht van elkaar gescheiden populaties, die onderling sterk verschillen in aantal en in bedreiging.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Let op het silhouet in de vlucht: de brede vleugels, de trage slag en de lange staart maken hem op afstand al herkenbaar, en pas als de vogel draait komt het rood tevoorschijn — mannen laten het vaak zien bij het aanvliegen van een boom. In het binnenland foerageren troepen op de grond onder rode gombomen; rijd langs een kreek in de vroege ochtend en let op zwarte vogels die van de weg opvliegen. In het noorden komen ze bij zonsopgang en tegen de avond naar drinkplaatsen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC): de noordelijke en binnenlandse populaties zijn talrijk en profiteren plaatselijk zelfs van uitheemse zaaddragers. Het gemiddelde verbergt echter twee zorgelijke uiteinden. De zuidoostelijke ondersoort graptogyne, van de stringybark- en bulokebossen op de grens van Zuid-Australië en Victoria, geldt als bedreigd en telt nog maar enkele duizenden vogels; de boskaketoe naso van het zuidwestelijke jarrah- en marribos staat als kwetsbaar te boek. Voor beide is het verlies van oude holtebomen doorslaggevend: een nestholte die groot genoeg is doet er een paar eeuwen over om te ontstaan en verdwijnt bij het ruimen van één oude boom.
Wetenschappelijke naam
Calyptorhynchus banksii | (Latham, 1790)
Latham beschreef de soort in 1790 als Psittacus banksii, genoemd naar Sir Joseph Banks, de botanicus die met Cook de oostkust van Australië aandeed; omdat de soort later naar Calyptorhynchus verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dat geslacht voerde Desmarest in 1826 in, uit Grieks kalyptos (bedekt) en rhynchos (snavel), naar de met veren bedekte snavelbasis. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam wijzen alle drie op hetzelfde: de rode staartvlakken van de man.




