Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Stewartaalscholver
Stewartaalscholver | Leucocarbo chalconotus
Stewart Island Shag | Cormorán de Stewart
De stewartaalscholver is de enige blauwoogaalscholver die op het Nieuw-Zeelandse vasteland broedt: langs de Otago-kust van het Zuidereiland, van Oamaru tot het schiereiland van Dunedin en Nugget Point, en verder zuidelijk rond de Foveaux-straat en Stewarteiland. Hij is de enige van de groep met twee kleurvormen die door elkaar broeden — een bronskleurige en een bonte — en dat is geen soortverschil.
Geluid
Alleen in de kolonie laat hij zich horen. Het mannetje geeft bij het zoeken naar een partner een dof borr, en bij thuiskomst op het nest een zacht eh-eh-eh; het vrouwtje zwijgt. Jongen bedelen vanaf een week oud met een piepend a-wie-a dat over de hele kolonie te horen is. Op zee en op een rustplaats is hij stil.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een forse zeeaalscholver van bijna zeventig centimeter en zo'n tweeënhalve kilo, met roze voeten en een bruine iris. Er zijn twee kleurvormen die vrij met elkaar paren. De bronsvorm, zeventig tot tachtig procent van de vogels, is bruinzwart met groene en blauwe weerschijn en zonder wit op de onderdelen. De bonte vorm, twintig tot dertig procent, is zwart met een witte buik en witte vleugelvelden. In broedtijd krijgt ongeveer de helft van de vogels van beide vormen kleine, felle oranje wratten boven de snavelbasis; bij de andere helft blijven het donkeroranje knobbeltjes. Beide vormen hebben een oranje of paarse keelzak. Jonge vogels zijn dof bruin en missen de wratten.
Verwarringssoorten
Op de vastelandskust van Otago is hij de enige blauwoogaalscholver, dus in de praktijk niet te verwarren; de bronsvorm wordt daar wel eens voor een aalscholver (Phalacrocorax carbo) aangezien, maar die heeft een gele keelvlek en geen wratten of roze voeten. De bonte vorm lijkt sterk op Onslows aalscholver (Leucocarbo onslowi) van de Chathams en op de wrattenaalscholver (Leucocarbo carunculatus) van de Marlborough Sounds, maar die twee broeden ver weg en hebben respectievelijk donkerpaarse gezichtshuid met oranjerode wratten en gele wratten met een kobaltblauwe oogring. De aucklandaalscholver (Leucocarbo colensoi), de campbellaalscholver (Leucocarbo campbelli) en de Bounty-aalscholver (Leucocarbo ranfurlyi) missen de wratten en zitten op subantarctische eilanden; de keizeraalscholver (Leucocarbo atriceps) op Macquarie. De Chatham-aalscholver (Phalacrocorax featherstoni) is grijs en slank en hoort in een ander geslacht. Let ten slotte op de taxonomie: een deel van de naslagwerken splitst de vogels van Stewarteiland en de Foveaux-straat sinds 2016 af als Foveaux-aalscholver (Leucocarbo stewarti), met de vogels van de Otago-kust als otagoaalscholver. Deze gids houdt beide bij elkaar, en daarom volgen de namen hier in alle drie de talen de ruimere opvatting: stewartaalscholver, Stewart Island Shag, cormorán de Stewart.
Leefgebied
Ondiep kustwater, baaien en de monding van estuaria langs een rotsige kust, waar hij op de bodem naar platvis en ongewervelden duikt, vaak boven kelpbedden en zelden ver uit de kust. Hij broedt in kolonies op steile rotswanden, kaperiffen en de toppen van zeekliffen, op stevige zuilvormige nesten van wier, takken, gras en guano die jaar na jaar worden opgehoogd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
De kust van Otago op het Zuidereiland, ruwweg van Oamaru in het noorden via het schiereiland van Dunedin — Taiaroa Head is de bekendste kolonie — tot Nugget Point in het zuiden, met daarnaast enkele kolonies op eilandjes voor de kust, en verder zuidelijk de kolonies rond de Foveaux-straat en Stewarteiland. Elders in Nieuw-Zeeland komt hij niet voor. De vogels van de Foveaux-straat en Stewarteiland worden in een deel van de naslagwerken als aparte soort gerekend; Deze gids rekent ze tot deze soort.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd naar Taiaroa Head op het schiereiland van Dunedin of naar Nugget Point en zoek de nesten op de rotswanden onder het uitkijkpunt; bij Aramoana en in de haven van Otago zitten de vogels vaak op de pieren te drogen. Let erop dat je zowel bronskleurige als bonte vogels naast elkaar ziet — dat is dezelfde soort, en juist die mengeling verraadt hem. De roze voeten scheiden hem meteen van de gewone aalscholver.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) op de internationale lijst, vanwege het kleine areaal en de kleine populatie, terwijl de nationale Nieuw-Zeelandse beoordeling hem juist als toenemend aanmerkt; de schattingen lopen van zestienhonderd tot achttienhonderd broedparen tot minder dan vijfduizend vogels in totaal. De belangrijkste verliezen zijn verdrinking in staande netten, plaatselijk illegaal afschot door vissers, en verstoring van de kolonies door boten, drones en wandelaars. Omdat vrijwel alle nesten op enkele tientallen rotswanden liggen, kan één olieramp in de haven van Otago een groot deel van de soort raken.
Wetenschappelijke naam
Leucocarbo chalconotus | (Gray, 1845)
George Robert Gray beschreef de soort in 1845 als Graculus chalconotus; door de verhuizing naar Leucocarbo staan auteur en jaartal tussen haakjes. chalconotus betekent 'bronsrug', uit het Griekse khalkos, 'brons of koper', en -notos, 'gerugd' — een naam die op de bronskleurige vorm slaat, de vorm die Gray voor zich had. Het geslacht Leucocarbo (Bonaparte, 1857) betekent 'witte aalscholver', uit het Griekse leukos en het Latijnse carbo. De typelocatie is Otago op het Zuidereiland; de Maori-naam is matapo.


