Alle soorten › Zangvogels › Australische vliegenvangers › Norfolkvliegenvanger

Norfolkvliegenvanger | Petroica multicolor

Norfolk Robin | Petroica multicolor

De norfolkvliegenvanger leeft uitsluitend op Norfolk Island, een eiland van nog geen vijfendertig vierkante kilometer in de Tasmanzee, en nergens anders ter wereld. Het mannetje lijkt op het eerste gezicht sterk op de karmijnvliegenvanger van het Australische vasteland — zwart, met een witte voorhoofdvlek en een rode borst — en gold tot 1999 ook als dezelfde soort. Vandaag is het een aparte, endemische soort met een populatie van enkele honderden paren, en staat zij als bedreigd op de rode lijst.

Norfolkvliegenvanger (Petroica multicolor)
Foto: Paul Balfe — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zachte, heldere zang van enkele fluittonen, in karakter dicht bij die van de karmijnvliegenvanger, aangevuld met een kort, hard tikje als contactroep. Omdat de soort in dicht, vochtig bos leeft en er op Norfolk Island geen andere vliegenvanger (robin) voorkomt, is elke vliegenvangerachtige zang op het eiland van deze vogel. Dat maakt het geluid tot een betrouwbare ingang, ook waar de vogel zelf in de ondergroei onzichtbaar blijft.

Luister: ZangXC466785

Opname: William Goulding — CC BY-NC-SA 4.0 · Norfolk Island National Park, Australia · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje is zwart op kop en bovenzijde, met een opvallende witte voorhoofdvlek, witte vleugelstrepen en slechts een spoor van wit in de staartpunten. De borst en de bovenbuik zijn helderrood en gaan op de onderbuik in wit over. Het vrouwtje is overwegend bruin, met een rozerode zweem op de borst; jonge vogels lijken op het vrouwtje. Binnen de groep van de Pacifische vliegenvangers (Pacific robins) is dit de grootste vorm, met een opvallend lang loopbeen — de vogel foerageert veel op en vlak boven de bosbodem, waar hij in vochtige bladstrooisel naar ongewervelden zoekt.

Verwarrings­soorten

Op Norfolk Island zelf is verwarring uitgesloten: er is geen andere vliegenvanger (robin). Het determinatieprobleem is er een van de literatuur en van de museumlade. De karmijnvliegenvanger (Petroica boodang) van het Australische vasteland lijkt sterk op deze soort en gold er lang mee als één; die vogel is iets groter en zwaarder, heeft minder wit in de vleugel maar juist duidelijk witte buitenste staartpennen, waar deze soort daar hooguit een spoor van heeft. De vuurbuikvliegenvanger (Petroica phoenicea) heeft geen zwarte keel en een veel kleinere voorhoofdvlek, en de roodkapvliegenvanger (Petroica goodenovii) een rode kruin; beide komen op Norfolk niet voor. De roze soorten, de grijs-roze vliegenvanger (Petroica rosea) en de zwart-roze vliegenvanger (Petroica rodinogaster), zijn roze in plaats van rood. De meest bedreigde soort van het geslacht, de Chatham Island-vliegenvanger (Petroica traversi), is geheel zwart en beperkt tot de Chathameilanden — ook zij is, net als deze soort, een eilandendemiet met een zeer kleine populatie.

Leefgebied

Subtropisch regenwoud met een dichte struiklaag en een open, vochtige bodemlaag van bladstrooisel, waarin de vogel het grootste deel van zijn voedsel zoekt. De soort is volgens de beschikbare bronnen grotendeels beperkt tot het Mount Pitt-deel van Norfolk Island National Park en tot enkele resterende bosfragmenten in de omgeving. Het is dus niet alleen een eilandsoort maar een soort van één bosrestant op dat eiland, en dat is precies waarom zij zo kwetsbaar is.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Endemisch op Norfolk Island, een Australisch buitengebied in de Tasmanzee tussen Australië en Nieuw-Zeeland. Het typemateriaal komt van het eiland zelf. Er is geen trek en geen uitwisseling met andere populaties; de dichtstbijzijnde verwanten binnen de groep van de Pacifische vliegenvangers (Pacific robins) leven op andere eilandengroepen in de zuidwestelijke Stille Oceaan. Voor het nabijgelegen Phillip Island, waar het bos zich na het verdwijnen van de konijnen herstelt, is herintroductie voorgesteld.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop de paden van het nationale park rond Mount Pitt en zoek laag: deze vliegenvanger (robin) zit op lage takken en op de bosbodem, niet in het kronendak. Sta stil op een vochtige, beschaduwde plek met veel bladstrooisel en wacht; net als andere vliegenvangers komt de vogel vaak uit zichzelf dichterbij. Een felrode borst laag in de ondergroei is op Norfolk Island altijd deze soort, en het tikje verraadt de vogel ook waar het bos dicht is.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN) op de Rode Lijst van de IUCN. De populatie werd in 1988 geschat op vier- tot vijfhonderd paren. De belangrijkste bedreigingen zijn aantasting en versnippering van het bos, en vooral predatie door zwarte ratten en verwilderde katten — het bekende patroon waarin een eilandvogel zonder evolutionaire ervaring met zoogdierroofdieren komt te staan tegenover twee tegelijk. Het beheer richt zich op bestrijding van die predatoren en op het terugdringen van invasieve planten die de ondergroei verdringen; daarnaast is herintroductie op Phillip Island voorgesteld om de soort een tweede, veiliger populatie te geven.

Wetenschappelijke naam

Petroica multicolor | (Gmelin, 1789)

Johann Friedrich Gmelin beschreef de soort in 1789 als Muscicapa multicolor, naar materiaal van Norfolk Island; in 1829 werd zij naar Petroica overgebracht, en daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht is samengesteld uit het Oudgriekse petros ('rots') en oikos ('woning'). Het epitheton multicolor is Latijn voor 'veelkleurig', naar het zwart, wit en rood van het mannetje. Lang gold de vogel als één soort met de karmijnvliegenvanger; in 1999 werd hij als onderdeel van de groep van de Pacifische vliegenvangers (Pacific robins) afgesplitst en genetisch onderzoek bevestigde in 2015 de soortstatus. De Engelse naam Norfolk Robin, de Nederlandse norfolkvliegenvanger en de Spaanse petroica multicolor volgen respectievelijk het eiland en de wetenschappelijke naam.