Alle soorten › Zangvogels › Hihi › Geelbandhoningzuiger

Geelbandhoningzuiger | Notiomystis cincta

Stitchbird | Hihi

De geelbandhoningzuiger, in Nieuw-Zeeland hihi genoemd, is de enige soort van een eigen vogelfamilie: geen honingeter, zoals lang werd gedacht, maar de naaste verwant van kokako en zadelrug. Het mannetje is zwart met witte oorpluimen en een felgele band over borst en schouder, en de soort overleefde de rattenplaag op één enkel eiland.

Geelbandhoningzuiger (Notiomystis cincta)
Foto: Pseudopanax — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Het meest gehoorde geluid is een kort, hoog tsjit, dat beide geslachten als waarschuwing geven en waaraan de Engelse naam stitchbird is ontleend — het klinkt als het doorhalen van een naald. Het mannetje heeft daarnaast een doordringende fluit van twee of drie noten en een reeks varianten daarop, plus een zacht gebabbel bij de nestholte. Bij ruzie om een nectarbron klinkt een snel, schetterend ratelen.

Luister: ZangXC959023

Opname: Meena Haribal — CC BY-NC-SA 4.0 · Tiritiri Matangi Island, New Zealand · xeno-canto

Herkenning

Een middelgrote zangvogel van achttien centimeter met een dunne, licht gebogen zwarte snavel en de gewoonte de staart schuin omhoog te dragen. Het mannetje heeft een fluweelzwarte kop met korte witte oorpluimen, een gele band die van de borst over de schouder loopt, en witte vleugelstrepen. Het vrouwtje en de jonge vogels zijn grijsbruin zonder zwarte kop en zonder geel, maar houden de opvallende witte vleugelstreep en de opgewipte staart.

Verwarrings­soorten

De maoribelhoningvogel (Anthornis melanura) is olijfgroen met een paarsige weerschijn op de kop en mist de witte vleugelstreep; de toei (Prosthemadera novaeseelandiae) is veel groter en donker met de witte keelkwast. Vrouwtjes van de geelbandhoningzuiger worden het vaakst voor een maoribelhoningvogel of een grijsrugbrilvogel (Zosterops lateralis) aangezien; let dan op de witte vleugelstreep en op de rechtopstaande staart, die geen van beide heeft.

Leefgebied

Oud, gesloten podocarpen-loofbos met veel bloeiende en vruchtdragende soorten, en op Hauturu ook de stroken met kauri. Hij heeft holten hoog in oude bomen nodig om in te broeden, en dat is de flessenhals: jonger bos levert geen holten, zodat op de meeste plekken nestkasten zijn opgehangen. Waar met suikerwater wordt bijgevoerd, houdt hij ook in jonger, herstellend bos stand.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Vroeger over het hele Noordereiland en op Great Barrier, Little Barrier en Kapiti. Na 1885 bleef alleen de populatie van Hauturu ofwel Little Barrier over, en alles wat er nu verder is, komt uit herplaatsingen: Kapiti, Tiritiri Matangi, Zealandia in Wellington, Maungatautari, Bushy Park en Rotokare. Trekken doet hij niet; de vogels blijven binnen het bos van hun eiland of reservaat, en jongen vestigen zich vlak bij hun geboorteplek.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga op Tiritiri Matangi of in Zealandia bij een suikerwatervoederplaats of een bloeiende flaxstruik staan en wacht op het scherpe tsjit; de vogel komt vrijwel altijd naar de nectar toe. Kijk niet naar de kleur maar naar de houding: een kleine bosvogel die zijn staart schuin omhoog draagt en een witte streep in de vleugel heeft, is deze soort, ook als het geel ontbreekt. In het voorjaar, van september tot december, zijn de mannetjes het luidst.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), en dan op grond van het criterium D2: het aantal volwassen vogels ligt rond de tweeëneenhalf- tot drieënhalfduizend, maar het aantal populaties is zo klein dat één misstap alles kan omkeren. In Nieuw-Zeeland staat hij als nationaal kwetsbaar (Nationally Vulnerable) te boek. De zwarte rat is de oorzaak van de historische ineenstorting; nu wegen schimmelinfectie met Aspergillus fumigatus, gebrek aan nestholten en voedseltekort het zwaarst, en de meeste populaties leunen op bijvoeren en op kasten.

Wetenschappelijke naam

Notiomystis cincta | (Du Bus de Gisignies, 1839)

Du Bus de Gisignies beschreef de vogel in 1839 in een ander geslacht, zodat auteur en jaartal tussen haakjes staan. Het geslacht Notiomystis werd in 1908 ingevoerd door Richmond; het eerste lid is het Griekse notios, 'zuidelijk'. Het epitheton cincta is Latijn voor 'omgord' en slaat op de gele band over de borst. De soort werd lang bij de honingeters ingedeeld; sinds 2007 heeft ze een eigen familie, de Notiomystidae, naast de Nieuw-Zeelandse Callaeidae.