Alle soorten › Zangvogels › Elfjes › Eyremeergrassluiper

Eyremeergrassluiper | Amytornis goyderi

Eyrean Grasswren | Maluro del Eyre

De eyremeergrassluiper is de grassluiper van de duinkammen van de Simpson Woestijn, en de enige van het geslacht die je aan zijn snavel herkent: kort, hoog en bleek, bijna die van een vink, waar alle andere grassluipers een fijne, spitse snavel dragen. Hij is bovendien de kleinste en lichtste van de dertien. Zijn geschiedenis is er een van verdwijnen en terugkomen — bijna een eeuw lang gold hij als mogelijk uitgestorven.

Eyremeergrassluiper (Amytornis goyderi)
Foto: Mothnut — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun en snel liedje van enkele seconden, ijler en minder ratelend dan bij de meeste verwanten, doorgaans gezongen vanaf de top van een rietgraspol op een duinkam. Het contactgeluid is een fijn tsip dat paren voortdurend uitwisselen terwijl ze door de pol scharrelen. Bij onraad klinken droge, korte noten. In de wind die vrijwel permanent over de kale duinkammen staat, is het geluid maar over korte afstand te horen.

Luister: ZangXC372229

Opname: Martin Cake — CC BY-NC-SA 4.0 · Murnpeowie, South Australia, Australia · xeno-canto

Herkenning

Veertien tot zestien centimeter, waarvan de staart ongeveer de helft; met zo'n zeventien gram de lichtste grassluiper. Beslissend is de snavel: kort, diep en bleek hoornkleurig tot blauwgrijs, duidelijk vinkachtig, en daarmee in één oogopslag van elke andere grassluiper te scheiden. Het verenkleed is licht zandkleurig roodbruin met fijne witte schachtstrepen op kruin en mantel; de onderdelen zijn helder wit en effen, zonder streping. Het vrouwtje heeft roestbruine flanken. De poten zijn lang, de staart wordt rennend omhoog gedragen.

Verwarrings­soorten

De duingrassluiper (Amytornis oweni) is de enige soort die het duinlandschap echt met hem deelt, maar heeft een fijne, spitse donkere snavel, een scherp afgezette witte keel met bij het mannetje een zwarte baardstreep, en een duidelijk gestreepte borst; bovendien zit die in het spinifex (stekelig, pollenvormend woestijngras van het binnenland) van de duinvoet en de dalen, terwijl deze soort juist op de kale kam in het rietgras zit. De harlekijngrassluiper (Amytornis barbatus) komt in de Strzelecki-hoek dicht in de buurt maar is groter, grijzer, veel langer van staart en draagt een zwart-wit getekend gezicht; hij houdt zich bovendien aan lignummoerassen op overstromingsvlakten en niet aan duinen. Waar een grassluiper in dit landschap een dikke bleke snavel laat zien, is de determinatie rond.

Leefgebied

De kammen en bovenhellingen van rode zandduinen, begroeid met rietgras (Zygochloa paradoxa): het pollige, stugge duingras dat op het los verstuivende zand van de kam standhoudt waar spinifex het niet redt. Dat is een opvallende omkering ten opzichte van de andere grassluipers, die juist de kale kammen mijden. Plaatselijk gebruikt hij ook spinifex en lage struiken in de duindalen. Hij is grotendeels zaadeter — vandaar de zware snavel — en vult dat aan met insecten; het nest staat laag in een rietgraspol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Het duinland van het Kati Thanda-Lake Eyre-bekken: de Simpson Woestijn in het zuidoosten van het Noordelijk Territorium, het uiterste zuidwesten van Queensland en het noordoosten van Zuid-Australië, met uitlopers naar de Strzelecki-duinen. Bekende hoeken zijn de omgeving van Goyder Lagoon, de Birdsville Track en de duinvelden ten noorden van Kati Thanda-Lake Eyre. Het type-exemplaar werd bij Lake Eyre verzameld. Standvogel, al kunnen de aantallen plaatselijk sterk schommelen met de zaadzetting na regen.

  • Jaarrond
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Klim in het eerste uur na zonsopkomst een duinrug op en werk de kam af waar het rietgras in losse, stugge pollen staat — niet het spinifex in het dal, dat is het terrein van de duingrassluiper. Blijf bij de eerste dunne roep stilstaan en zoek de vogel lopend op het kale zand tussen de pollen. Let meteen op de snavel: die beslist de determinatie. De bekendste plekken liggen langs de Birdsville Track en in de westelijke Simpson.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot de niet bedreigde vogels (LC), en dat is een geruststellender oordeel dan haar geschiedenis doet vermoeden. Na de typeexemplaren uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw werd zij bijna negentig jaar niet meer met zekerheid vastgesteld en gold zij lange tijd als mogelijk uitgestorven; pas in 1961 werd zij in het Lake Eyre-gebied hervonden, en in de decennia daarna bleek zij over de duinvelden van de Simpson veel wijder verspreid dan iemand had gedacht. Dat de vogel het redt, komt doordat zijn leefgebied vrijwel niet te ontginnen is en rietgras op verstuivend zand slecht brandt. Verwilderde katten zijn de voornaamste blijvende druk, samen met begrazing door verwilderde kamelen, die de rietgraspollen op de kammen aantasten.

Wetenschappelijke naam

Amytornis goyderi | (Gould, 1875)

John Gould beschreef de vogel in 1875 als Amytis goyderi, naar materiaal uit het Lake Eyre-gebied; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton goyderi eert George Woodroffe Goyder, landmeter-generaal van Zuid-Australië, naar wie ook Goyder Lagoon in het hart van het areaal is genoemd. Het geslacht heette eerst Amytis, naar een Perzische vorstin; omdat die naam al vergeven was, stelde Leonhard Stejneger in 1885 Amytornis voor, met het Griekse ornis (vogel). De Nederlandse naam verwijst naar Kati Thanda-Lake Eyre, het zoutmeer waaromheen de duinvelden liggen; de Engelse naam Eyrean Grasswren doet hetzelfde.