Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Chathamduif
Chathamduif | Hemiphaga chathamensis
Chatham Islands Pigeon | Paloma de las Chatham
De chathamduif, op de eilanden zelf parea genoemd, is de grootste duif van Nieuw-Zeeland: een vijfenvijftig centimeter grote en bijna acht ons zware boomduif, met een blauwzwarte kop, een maroenkleurige mantel, een bleekgrijze stuit en een sneeuwwitte buik. Hij komt uitsluitend voor op Chatham Island, achthonderd kilometer ten oosten van het Zuidereiland, en was in 1989 tot vijfenveertig vogels teruggelopen.
Geluid
Net als zijn verwant op het vasteland is hij vrijwel zwijgzaam: af en toe een kort, laag oe bij onraad, en een zachter, langer contactgeluid dat aan het eind omhoog buigt. Nestjongen bedelen met dunne, nauwelijks hoorbare piepjes. In een stil bos is de zware vleugelslag bij het opvliegen het geluid waarop je hem vindt.
Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · Upper Tuku Valley, Chatham Island, New Zealand · xeno-canto
Herkenning
Een zeer grote, zware boomduif van vijfenvijftig centimeter. De kop, hals en bovenborst zijn blauwzwart met een zwakke groenblauwe weerschijn; mantel en vleugeldekveren zijn maroen met dezelfde toon in de glans, en de stuit en bovenstaartdekveren zijn opvallend bleekgrijs met een flauwe groene zweem. De slagpennen zijn grijs, de bovenstaart zwart. Vanaf de bovenborst is de onderzijde helder wit, scherp afgegrensd. De snavel is rood met een oranje punt, de poten karmijn, het oog roodachtig.
Verwarringssoorten
De Nieuw-Zeelandse duif (Hemiphaga novaeseelandiae) is de zustersoort — tot 2001 gold de chathamduif als een ondersoort daarvan — en is het enige echte vergelijkingspunt. Die is kleiner en lichter, mist de bleekgrijze stuit volledig, heeft een groenblauwe in plaats van maroenkleurige mantel en een egaal rode snavel zonder oranje punt. De twee komen nergens samen voor: alles op de Chathameilanden is parea, alles op het hoofdeiland kereru. Andere grote duiven ontbreken op de eilandengroep.
Leefgebied
Inheems bos, zowel de grote resterende blokken in het zuiden van het eiland als kleine bosjes, en daarnaast laag struweel en met adelaarsvaren begroeide hellingen. De vogels foerageren ook op weiland dat aan bos of houtwal grenst, en soms in koolzaad- en raapakkers. Bepalend is de hoho (Pseudopanax chathamicus): de winter- en voorjaarsvruchten van die endemische boom sturen het moment en de duur van het broedseizoen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Endemisch op de Chathameilanden en daar nu beperkt tot Chatham Island zelf, met het zwaartepunt in het zuiden — de stroomgebieden van de Tuku en de Awatotara — en verspreide groepjes rond de Te Whanga-lagune. Vroeger zat hij ook op Pitt Island en op de kleinere eilanden daaromheen, waar hij inmiddels is verdwenen. Daarbuiten komt de soort nergens ter wereld voor, en met een areaal van enkele tientallen vierkante kilometers is dit een van de kleinst verspreide vogels van deze gids.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Het Tuku Nature Reserve in het zuiden van Chatham Island is de plek; loop er langs de bosrand en kijk naar de buitenste takken van vruchtdragende hoho. De vogels foerageren opvallend vaak laag, tot op de grond toe, wat elders bij duiven van dit formaat ongewoon is — kijk dus niet alleen omhoog. Let bij elke waarneming op de bleekgrijze stuit: dat vlak is op afstand het betrouwbaarste kenmerk.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU), en in de Nieuw-Zeelandse lijst als nationaal kwetsbaar geclassificeerd na een opwaardering uit de categorie nationaal kritiek in 2013. De stand bereikte in 1989 een dieptepunt van vijfenveertig vogels; na jaren van plaagdierbestrijding in de Tuku en de Awatotara telde een inventarisatie in 2009 tweehonderddrieënzestig vogels, met een geschat totaal van ruim zeshonderd. De bedreiging komt van verwilderde katten, possums (klimbuideldier), scheepsratten en weka's, en van verwilderde varkens die grondnesten uitgraven; doordat de vogel laag nestelt en laag foerageert, liggen zowel de oudervogels als de eieren binnen bereik. Uitrastering van reservaten en het weren van vee hebben het herstel mogelijk gemaakt.
Wetenschappelijke naam
Hemiphaga chathamensis | (Rothschild, 1891)
Rothschild beschreef de vogel in 1891; omdat de soort in Hemiphaga terechtkwam, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Bonaparte voerde dat geslacht in 1854 in en bouwde de naam uit het Griekse hēmi 'half' en het staartstuk van Carpophaga 'vruchteneter'. chathamensis betekent 'van de Chathams', en daar ligt ook de typelocatie. Lange tijd gold de vogel als ondersoort van de Nieuw-Zeelandse duif; een studie in het Journal of the Royal Society of New Zealand bepleitte in 2001 volledige soortstatus, en die is sindsdien algemeen aanvaard. De naam parea komt uit het Moriori en het Maori van de eilanden.


