Alle soorten › Zangvogels › Honingeters › Bruinkaphoningeter

Bruinkaphoningeter | Xanthotis macleayanus

Macleay's Honeyeater | Mielero de Macleay

De bruinkaphoningeter is de honingeter van het regenwoud van de Wet Tropics en komt nergens anders voor: een kustzoom in Noord-Queensland van Cooktown tot de Paluma Range. Hij is te herkennen aan de bijna zwarte kap met daarachter een brede, wit geschubde nek — alsof er sneeuw op zijn schouders ligt.

Bruinkaphoningeter (Xanthotis macleayanus)
Foto: JJ Harrison ( https://www.jjharrison.com.au/ ) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rijk, schel en nogal onmelodieus repertoire: korte, scherpe roepen en een ratelende, kwetterende reeks die hij vanuit dichte begroeiing laat horen. Hij roept veel en op alle uren, ook midden op de dag als de rest van het regenwoud zwijgt, en is daardoor een van de betrouwbaarste stemmen in het bos boven Cairns.

Luister: DuetXC649714

Opname: Arnoud B van den Berg — CC BY-NC-SA 4.0 · Mount Carbine, Mareeba Shire, Queensland, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een vrij grote honingeter van negentien tot eenentwintig centimeter en dertig tot veertig gram. De kop is donker bruinzwart met een bruine oogring, en vanaf het achterhoofd loopt een opvallende, brede witte schubtekening over de nek en verder over de rug — dat is het kenmerk waarop alles draait. De onderzijde is olijfgroenbruin met grove, lichtgrijze streping; de onderstaartdekveren zijn donker olijfbruin en de staart donkerbruin. De mondhoek is bleek, het oog donker, en snavel, poten en tenen zijn donkergrijs. Hij foerageert klimmend en tastend langs stammen en epifyten, meer als een boomkruiper dan als een typische nectarzoeker.

Verwarrings­soorten

In hetzelfde regenwoud zitten drie Meliphaga-soorten — de geeloorhoningeter (Meliphaga lewinii), de torreshoningeter (Meliphaga notata) en de priemsnavelhoningeter (Meliphaga gracilis) — die alle een lichte, vaak geelachtige oorvlek dragen en een egale bruine kop hebben; geen van hen heeft de donkere kap met witte schubbennek. De tweede Xanthotis, de geelborsthoningeter (Xanthotis flaviventer), zit noordelijker op Kaap York, is groter, heeft een egaal okerbruine borst zonder streping en een grijsblauw naakt vlak rond het oog; de arealen raken elkaar nauwelijks. De wielewaalhoningeter (Gavicalis versicolor) is geler en heeft een gele halspluim in plaats van de witte nekschubben.

Leefgebied

Tropisch regenwoud van de laaglanden en de lagere bergen, en de randen daarvan; daarnaast mangrove en, waar het bos aan bebouwing grenst, tuinen en bananenplantages. Hij blijft het hele jaar op dezelfde plek en is niet nomadisch. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit ongewervelden, aangevuld met nectar en vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Endemisch in de Australische Wet Tropics: een smalle, min of meer kustgebonden strook langs de oostkust van Queensland, van Black Mountain National Park net ten zuiden van Cape Melville en Cooktown in het noorden tot de heuvels in het achterland van Townsville en de Paluma Range in het zuiden. Het totale areaal beslaat nog geen dertigduizend vierkante kilometer.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In het bos rond Kuranda, Julatten of de Atherton Tablelands hoef je hem niet te zoeken in de bloemen maar tegen de stammen: kijk naar middelgrote vogels die zich langs mossige takken en epifyten omhoog werken. Draait de vogel zich om, dan is de witgeschubde nek zelfs in slecht licht meteen duidelijk — veel beter zichtbaar dan het streeppatroon op de borst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De soort is binnen haar kleine areaal algemeen, en het grootste deel van dat areaal ligt in het Wereld Erfgoed-gebied Wet Tropics of Queensland, dat goed beschermd is. Het beperkte en sterk hoogtegebonden verspreidingsgebied maakt haar op termijn wel gevoelig voor klimaatverandering, die het geschikte regenwoud bergopwaarts verschuift.

Wetenschappelijke naam

Xanthotis macleayanus | (Ramsay, 1875)

Edward Pierson Ramsay beschreef de soort in 1875, oorspronkelijk als Ptilotis macleayana, en vernoemde haar naar William John Macleay, de Australische natuuronderzoeker en verzamelaar; omdat ze later naar een ander geslacht is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Xanthotis is gevormd uit Grieks xanthos 'geel' en ōtis 'geoord' — naar het gele oorveertje dat de soorten van dit geslacht dragen. De Nederlandse naam benoemt de donkerbruine kap, de Engelse naam Macleay's Honeyeater houdt de eerbetuiging aan.