Alle soorten › Zangvogels › Honingeters › Brilvogelhoningeter

Brilvogelhoningeter | Glycichaera fallax

Green-backed Honeyeater | Mielero dorsiverde

De brilvogelhoningeter is de honingeter die op geen honingeter lijkt: een klein, effen olijfgroen vogeltje van de regenwoudkroon van Kaap York, geel van onder, met een bleke iris in een smalle lichte oogring en blauwgrijze poten. Wie hem voor het eerst ziet, denkt eerder aan een brilvogel of een mangrovezanger, en juist die verwarring zit in zijn wetenschappelijke naam verwerkt. Hij is de enige soort van zijn geslacht.

Brilvogelhoningeter (Glycichaera fallax)
Foto: Alan Bell — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog geluid uit de kroon. Het bekendste is een herhaalde, gelijkmatige reeks — pie pie pie pie pie — op één toonhoogte, snel achter elkaar en zonder de rijke klank die de meeste honingeters hebben. Daarnaast klinken korte, ijle contactnootjes tussen de vogels van een foeragerend groepje. Omdat de soort hoog in het bladerdak blijft en het geluid weinig draagt, is de roep in de praktijk vaak het eerste en soms het enige bewijs dat ze aanwezig is.

Luister: RoepXC188047

Opname: Phil Gregory — CC BY-NC-SA 4.0 · Varirata NP picnic site, Kairuku-Hiri, Central Province, Papua New Guinea · xeno-canto

Herkenning

Een heel kleine honingeter van elf tot dertien centimeter, vrijwel effen olijfgroen tot geelgroen op kop, rug en vleugels, en licht geel op keel, borst en buik, zonder streping, masker, oorvlek of pluim. Het koppatroon bestaat uit precies twee dingen: een bleke, grijswitte iris en daaromheen een smalle lichte oogring, die samen een zachte 'bril' vormen. De snavel is kort, recht en donker — voor een honingeter opvallend weinig gebogen — en de poten zijn bleek blauwgrijs, wat bij goed licht een bruikbaar kenmerk is. Jonge vogels hebben een donker oog en missen daarmee juist het kenmerk waar de naam naar verwijst.

Verwarrings­soorten

De belangrijkste verwisseling is niet met een honingeter maar met een zangertje: de zwartkeelmangrovezanger (Gerygone palpebrosa) heeft hetzelfde formaat, dezelfde groengele kleur en dezelfde manier van foerageren, maar een donker oog en een kortere, fijnere zwarte snavel, en bij de man een donkere keel. De brilvogels zijn de tweede valstrik: de grijsrugbrilvogel (Zosterops lateralis) heeft een brede, scherp afgetekende witte oogring in plaats van een vage lichte rand, en een grijze in plaats van groene rug. De dikbekmangrovezanger (Gerygone magnirostris) is grauwer en heeft een zwaardere snavel. Van de bruine dwerghoningeter (Myzomela obscura) scheidt hem alles: die is groter, donker bruingrijs en heeft een lange gebogen snavel. Wees in de kroon eerlijk over de beperkingen — bij tegenlicht is een groen vogeltje hoog in het blad vaak alleen op geluid thuis te brengen.

Leefgebied

Vochtig laaglandregenwoud en de gesloten bosranden daaromheen, met daarnaast moessonbos en lianenstruweel; in Nieuw-Guinea gaat hij tot ongeveer 1800 meter omhoog, in Australië blijft hij in het laagland. Hij foerageert in de kroon en de hogere zijtakken, alleen of in kleine, snel bewegende groepjes, en sluit zich regelmatig aan bij gemengde troepen bosvogels. Anders dan de meeste honingeters leeft hij vooral van ongewervelden, die hij al plukkend en hangend van blad en twijg haalt; nectar speelt een veel kleinere rol dan de familienaam doet vermoeden. Het legsel telt gemiddeld twee tot drie eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Nieuw-Guinea, de Aru-eilanden en het noorden van het schiereiland Kaap York in Queensland. In Australië is het areaal klein en volledig beperkt tot de regenwouden van het noordelijkste puntje van het continent, met het Iron Range- en Lockerbie-gebied als bekendste plekken; naar het zuiden reikt hij niet tot de Wet Tropics bij Cairns. Hij is standvogel en zwerft nauwelijks. Daarmee is hij een van de soorten waarvoor Australische vogelaars speciaal naar Kaap York reizen. In Nieuw-Zeeland komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Reken erop dat je hem eerst hoort: loop in het regenwoud van Kaap York langzaam met het oor omhoog en let op de vlakke, herhaalde reeks hoge nootjes uit de kroon. Zoek daarna niet naar kleur maar naar het oog — een bleke iris in een groen kopje is bij tienvoudige vergroting nog net te zien en scheidt hem meteen van de mangrovezangers. Een plek met laag blijvende bosrand, bijvoorbeeld langs een pad of een kreek, brengt de kroonvogels dichter bij ooghoogte en is de moeite waard.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Over het grote areaal in Nieuw-Guinea is de soort algemeen en is er geen aanwijzing voor achteruitgang. In Australië gaat het om een klein areaal met weinig waarnemers, zodat de aantallen daar slecht bekend zijn; de regenwouden van Kaap York liggen wel grotendeels in beschermd gebied. Aantasting van laaglandregenwoud is de enige aannemelijke bedreiging. Andere, specifieke bedreigingen zijn voor deze soort niet met bronnen te onderbouwen en worden hier daarom niet genoemd.

Wetenschappelijke naam

Glycichaera fallax | Salvadori, 1878

Tommaso Salvadori beschreef de soort in 1878 en voerde daarbij ook het geslacht in; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want ze is altijd in Glycichaera gebleven en is er nog steeds de enige soort van. Het epitheton fallax is Latijn voor 'bedrieglijk' of 'misleidend' en slaat op precies wat de vogel in het veld doet: hij ziet eruit als iets anders dan een honingeter. De geslachtsnaam opent met hetzelfde Griekse glykys, 'zoet', dat ook in Gliciphila zit en dat in de honingetersnamen telkens terugkeert. De Nederlandse naam brilvogelhoningeter benoemt de misleiding rechtstreeks door de brilvogels erin te halen, terwijl de Engelse naam Green-backed Honeyeater en de Spaanse naam mielero dorsiverde de groene rug kiezen.