Alle soorten › Zangvogels › Doornsnavels en verwanten › Beccari's struiksluiper

Beccari's struiksluiper | Sericornis beccarii

Tropical Scrubwren | Sedosito de Beccari

Beccari's struiksluiper is de struiksluiper van de regenwouden van het noordelijke Kaap York-schiereiland, en de enige van zijn geslacht die ook buiten Australië voorkomt: zijn zwaartepunt ligt op Nieuw-Guinea en de Aru-eilanden. Het is een klein, bruin, druk vogeltje met een zwarte, wit getipte vleugelvlek en een vage lichte wenkbrauwstreep, dat vrijwel onzichtbaar door de dichte ondergroei flitst en zich vooral door zijn stem laat gelden.

Beccari's struiksluiper (Sericornis beccarii)
Foto: Alan Bell — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een druk, helder getsjilp met scherpe, aanhoudende noten, dat een paar of een groepje vrijwel voortdurend laat horen terwijl het door de ondergroei trekt; het is een luidruchtige vogel voor zijn formaat. Daarnaast klinkt een scherp, herhaald scheldgeluid bij onraad. Omdat de vogel zelf in dicht blad verborgen blijft, is het geluid in het Kaap York-regenwoud vaak het enige bewijs van zijn aanwezigheid.

Luister: RoepXC613956

Opname: Phil Gregory — CC BY-NC-SA 4.0 · Kutini-Payamu (Iron Range) National Park (near Lockhart), Cook Shire, Queensland, Australia · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer elf centimeter en tien tot elf gram: klein, bruin van boven en licht van onderen, met een korte staart en een lange, spitse snavel die iets omhoog wijst. Het beslissende kenmerk zit op de schouder: de vleugeldekveren vormen een zwarte vlek met witte puntjes. Daarbij een vage witte wenkbrauwstreep en een roodbruine iris, die in het schemerdonker van het regenwoud zwart oogt. De man heeft donkere teugels met een lichte streep erboven en eronder; de vrouw heeft een egaler gezicht.

Verwarrings­soorten

De nachtegaalstruiksluiper (Sericornis magnirostra) deelt in het noorden het bos maar heeft een effen, kenmerkloos gezicht zonder wenkbrauwstreep en mist de zwart-met-wit getekende schouder volledig. De oostelijke witbrauwstruiksluiper (Sericornis frontalis) heeft een veel scherpere, brede witte wenkbrauwstreep boven én onder het oog en een bleke crèmekleurige iris, en komt in het regenwoud ten noorden van Cooktown niet of nauwelijks voor. De mangrovezangers van het geslacht Gerygone zijn slanker, effener en foerageren in het bladerdak in plaats van in de ondergroei. Een kleine bruine struiksluiper met een zwarte, wit gespikkelde schouder in het regenwoud van noordelijk Kaap York is deze soort.

Leefgebied

Gesloten tropisch regenwoud en de kleinere gesloten bosblokken en lianenstruwelen in de savannematrix, met daarbij bosranden en verruigde randen langs kreken. Hij verkiest de dichte ondergroei en foerageert daar en in de onderste kroonlaag, maar komt ook op de grond. Hij blijft in paren of kleine groepjes en beweegt zich vrijwel ononderbroken. De bosblokken van Iron Range en de McIlwraith Range zijn zijn Australische bolwerk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

In Australië alleen het Kaap York-schiereiland, van ongeveer Cooktown noordwaarts, waar hij plaatselijk gewoon is; buiten Australië zuidelijk Nieuw-Guinea en de Aru-eilanden. In totaal worden acht ondersoorten onderscheiden, waarvan de meeste op Nieuw-Guinea zitten. Hij is standvogel. Omdat het Australische deel van het verspreidingsgebied ver van de bewoonde wereld ligt en grotendeels in nationale parken valt, is de soort daar slecht onderzocht maar ook weinig onder druk.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd naar Kutini-Payamu (Iron Range) of Lockerbie Scrub en loop in de vroege ochtend een bospad in. Blijf bij een dichte struikrand staan en luister naar het aanhoudende getsjilp — dat komt vrijwel altijd van een groepje van deze vogels. Krijg je er een in beeld, zoek dan meteen de schouder: de zwarte vlek met witte puntjes is de enige eigenschap die het van de nachtegaalstruiksluiper scheidt en verdwijnt zodra de vogel de vleugel opvouwt tegen de flank.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Het wereldwijde areaal beslaat Nieuw-Guinea, de Aru-eilanden en noordelijk Kaap York en is groot; in Australië ligt het leeuwendeel binnen beschermde gebieden. Het risico zit in de kwaliteit van het bos zelf: te vaak of te heet doorlopende branden die de randen van de regenwoudblokken aanvreten, en wilde varkens die de ondergroei en de strooisellaag omwoelen. Van een landelijke afname is niets bekend.

Wetenschappelijke naam

Sericornis beccarii | Salvadori, 1874

Salvadori beschreef de soort in 1874 naar materiaal van Wokan op de Aru-eilanden. Sericornis is gevormd uit Grieks serikos (zijden) en ornis (vogel). De soortnaam beccarii eert Odoardo Beccari, de Italiaanse natuuronderzoeker en verzamelaar wiens materiaal uit de Indische archipel aan de basis van veel van Salvadori's werk stond; de Nederlandse naam houdt die eerbetuiging aan, terwijl het Engelse Tropical Scrubwren naar de ligging van het verspreidingsgebied verwijst.