Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Baraus stormvogel

Baraus stormvogel | Pterodroma baraui

Barau's Petrel | Petrel de Barau

Baraus stormvogel is een middelgrote Pterodroma-stormvogel van de Indische Oceaan die alleen op Réunion broedt, hoog in de bergen, en die in de wateren van dit gebied een uitzonderlijke dwaalgast is. Wit van onderen, grijs van boven, met een wit voorhoofd en een zwarte diagonale balk over de ondervleugel die de soort vastlegt.

Baraus stormvogel (Pterodroma baraui)
Foto: Lando K — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Op zee zwijgt hij, zoals vrijwel alle stormvogels van het geslacht Pterodroma, en in dit gebied is hij dan ook nooit roepend waargenomen. Boven de kolonies op Réunion is hij 's nachts luidruchtig, met klaaglijke nasale jammerkreten en hoge fluittonen die over de bergwanden slaan; de Réunionse naam taillevent, 'windsnijder', slaat echter op de vlucht en niet op het geluid.

Luister: RoepXC309351

Opname: Daniel Danckwerts — CC BY-NC-SA 4.0 · Trois-Bassins, Saint-Paul, France · xeno-canto

Herkenning

Een stormvogel van bijna veertig centimeter, van boven asgrijs met een donkere M over de gespreide vleugels en de rug, en van onderen zuiver wit. Kop en voorhoofd zijn wit met een donkere kap die tot onder het oog reikt, zodat de vogel een gemaskerd gezicht heeft; de snavel is kort, zwaar en zwart. Het beslissende kenmerk zit op de ondervleugel: een brede zwarte baan langs de voorrand die halverwege naar binnen afbuigt als een schuine balk richting het lichaam, tegen een verder witte ondervleugel met zwarte punt. Man en vrouw zijn gelijk. De vlucht is snel en hoog buitelend, met lange bogen op stijve, wat naar achteren geknikte vleugels.

Verwarrings­soorten

Het onderzijdepatroon lijkt sterk op dat van de veel kleinere zwartvleugelstormvogel (Pterodroma nigripennis), die dezelfde zwarte diagonaal over de witte ondervleugel heeft; het formaatverschil van ruim een derde is op zee de eerste aanwijzing, samen met de zwaardere snavel en de tragere vleugelslag van Baraus stormvogel. De Kermadec-witnekstormvogel (Pterodroma cervicalis) is nog groter en heeft een brede witte band over de achterhals die Baraus stormvogel volledig mist — juist dat kenmerk werd bij de eerste Australische waarneming gebruikt om de determinatie rond te maken. De donsstormvogel (Pterodroma mollis) heeft een geheel donkergrijze ondervleugel zonder wit en een grijze borstband. De Cook-stormvogel (Pterodroma cookii) en de Gould-stormvogel (Pterodroma leucoptera) zijn kleiner en lichter gebouwd, met een veel fijnere zwarte tekening op de ondervleugel.

Leefgebied

Open oceaan boven diep water, ver buiten het continentaal plat; hij volgt geen schepen en hangt niet boven visgronden. Broeden doet hij op een plaats die voor een zeevogel bijzonder is: het hooggebergte van Réunion, in holen en rotsspleten tussen 2400 en 2800 meter, waar de vogels 's nachts in en uit vliegen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster van deze gids een dwaalgast, met een handvol waarnemingen. De eerste Australische vogel werd op 15 februari 1987 gezien op ongeveer twaalfeneenhalve zeemijl ten zuidwesten van Cape Bridgewater in Victoria, tijdens een pelagische tocht waarbij met visafval was gelokt; enkele weken later volgde een vogel ver uit de kust van West-Australië, bij ongeveer 32 graden zuiderbreedte. Zijn normale bereik reikt van Réunion oostwaarts tot in de noordwestelijke Australische wateren, zodat de meeste kans op een ontmoeting in de Indische Oceaan voor de kust van West-Australië ligt. In Nieuw-Zeelandse wateren is hij niet vastgesteld.

  • Zomergast (broedt hier niet)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Reken er niet op. Wie hem wil vinden moet mee op een pelagische tocht uit West-Australië of uit het westen van Victoria, en dan bij elke witbuikige stormvogel de ondervleugel fotograferen: de combinatie van formaat, wit voorhoofd, ontbrekende witte nekband en brede zwarte diagonaal is alleen op beeld hard te maken. Elke melding vraagt om foto's en om beoordeling door een zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). De soort broedt in één berggebied op één eiland, wat haar bij uitstek kwetsbaar maakt. De grootste aderlating is lichtvervuiling: uitvliegende jongen raken door straatverlichting en verlichte gebouwen gedesoriënteerd en storten op land neer, en in slechte jaren treft dat tot ongeveer veertig procent van de vliegvlugge jongen. Daarnaast eisen verwilderde katten en ratten in de kolonies hun tol, vooral onder volwassen vogels. Op Réunion worden gestrande jongen jaarlijks in grote aantallen door vrijwilligers opgeraapt en weer uitgezet, en wordt de straatverlichting bij het uitvliegen gedoofd.

Wetenschappelijke naam

Pterodroma baraui | (Jouanin, 1964)

De Franse ornitholoog Christian Jouanin beschreef de soort in 1964, en wel als Bulweria baraui; omdat ze sindsdien in een ander geslacht staat, gaan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, uit het Grieks voor 'vleugel' en 'loper'. Het epitheton baraui eert Armand Barau, landbouwkundig ingenieur en ornitholoog van Réunion, die het bestaan van de vogel onder de aandacht bracht. De typelocatie is Saint-Denis op Réunion; de Nederlandse en de Engelse naam nemen dezelfde man over.