Alle soorten › Trapachtigen › Trappen › Australische trap

Australische trap | Ardeotis australis

Australian Bustard | Avutarda australiana

De Australische trap is de grootste vliegende landvogel van Australië en het beeldmerk van de open vlakte: een meter hoog, met een grijze hals en een zware, langzame pas. De baltsende man laat een keelzak tot op de grond hangen en loeit dan een diep gebrom over het gras. In het zuiden van het land is hij grotendeels verdwenen.

Australische trap (Ardeotis australis)
Foto: Scott Williams — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam en buiten de baltstijd hoor je hem zelden. Het mannetje laat op zijn baltsplaats een diep, ver dragend gebrul horen, oe-woem, dat een paar seconden aanhoudt en op stille avonden over een kilometer draagt; het klinkt meer als een rund of een verre motor dan als een vogel. Bij verstoring geeft hij een kort, laag geblaf, en jongen roepen een dun gefluit. Baltsgeluid hoor je vooral in de avondschemering en de eerste uren van de nacht.

Luister: ZangXC1170014

Opname: Mike Letnic — CC BY-NC-SA 4.0 · Fowlers Gap, Unincorporated - Far West Area, New South Wales, Australia · xeno-canto

Herkenning

Tachtig tot honderdtwintig centimeter hoog, met lange grauwe poten, een lange hals en een korte, platte kop met een zwarte kruin en een fijne kuif. Hals en borst zijn licht grijs met fijne golflijnen, de bovendelen grijsbruin met zwarte spikkels, de buik wit, en over de borst loopt bij het mannetje een zwarte band. De gevouwen vleugel toont een blok van zwarte en witte dekveren dat in de vlucht als een scherpe zwart-witte tekening oplicht. Het mannetje is fors groter dan het vrouwtje. In de vlucht zijn de vleugels breed en de handpennen aan het uiteinde gespreid en opgebogen.

Verwarrings­soorten

De Australische kraanvogel (Antigone rubicunda) en de saruskraanvogel zijn hoger, hebben een veel langere hals, een lange rechte snavel en een rode kop, en ze vliegen met de nek gestrekt; de trap trekt de nek in en heeft een korte snavel. De emoe is groter, bruin en ruigharig en vliegt niet. Een trap die in hoog gras neerhurkt lijkt op een termietenheuvel of een boomstronk, en dat is de gewoonste vergissing; door de kijker verraadt de fijne golftekening op de hals hem. Op grote afstand in trillende lucht kan hij op een grazend rund lijken.

Leefgebied

Mitchellgrasland op zwarte kleivlakten, savanne met verspreide eucalypten, spinifexland (stekelig, pollenvormend woestijngras van het binnenland) en mulga (acaciastruweel van het droge binnenland, gedomineerd door Acacia aneura) met open ondergrond: overal waar hij over het gras heen kan kijken. Hij gebruikt ook gibbervlakte (steenwoestijn met een dek van gepolijste keien) en beweid extensief weidegebied, en na een brand of na regen komen de vogels af op de verse opslag en op de sprinkhanen die daarbij horen. Dichte struiklaag en gesloten bos mijdt hij, want hij moet zijn belager op afstand zien aankomen.

Verspreiding en trek

Het binnenland en het tropische noorden van het Australische vasteland, plus zuidelijk Nieuw-Guinea. In de negentiende eeuw liep het areaal aaneengesloten door tot in Victoria, het zuidwesten van West-Australië en de kuststreken van Nieuw-Zuid-Wales; jacht — hij heette de plains turkey en werd bij duizenden geschoten — en de omzetting van grasvlakte in akkerland hebben hem daar weggevaagd. In Nieuw-Zuid-Wales staat hij nu als bedreigd te boek en in Victoria is hij zo goed als weg. Hij zwerft ver en onvoorspelbaar: een streek kan jarenlang leeg zijn en na een natte zomer opeens tientallen vogels tellen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd bij het eerste licht of in het laatste uur van de dag over een vlakteweg door het Mitchellgrasland van westelijk Queensland of het Barkly Tableland en kijk over het gras heen naar een rechte, lichte verticaal: dat is de hals. Overdag ligt hij in de schaduw en is hij vrijwel niet te vinden. Rijd na een natte zomer, tussen december en maart, dezelfde wegen opnieuw, want dan lopen er groepen en zijn de baltsplaatsen bezet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar dat oordeel steunt op de noordelijke helft van het areaal. De vos, de verwilderde kat en het wegvallen van dekking kosten hem zijn broedsel — hij legt één ei op de kale grond — en in het zuiden is hij daardoor grotendeels verdwenen. Verder wegen stroperij, aanrijdingen en de omzetting van grasvlakte in akker; in het noorden en midden houdt hij zich op grote schaal staande op beweid extensief weidegebied.

Wetenschappelijke naam

Ardeotis australis | (Gray, 1829)

Gray beschreef de vogel in 1829 als Otis australis, bij de Europese trap; door de latere overgang naar een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. Le Maout voerde Ardeotis in 1853 in, gevormd uit het Latijnse ardea, 'reiger', en het Griekse otis, 'trap': de trap met het postuur van een reiger. australis betekent 'zuidelijk'. De typelocatie is Nieuw-Zuid-Wales, waar de soort inmiddels alleen nog in het uiterste westen van de staat voorkomt.