Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Australische kievit

Australische kievit | Vanellus tricolor

Banded Lapwing | Avefría tricolor

De Australische kievit is de kievit van het droge binnenland: een strak getekende vogel met een zwarte kap, een witte keel en een brede zwarte borstband, die anders dan zijn grote neef helemaal niet aan water gebonden is. Je vindt hem op kortgegraasde paddocks en zilte kruidenvlakten, vaak kilometers van de dichtstbijzijnde poel.

Australische kievit (Vanellus tricolor)
Foto: JJ Harrison ( https://www.jjharrison.com.au/ ) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij onrust roept hij luid en schel, met een klaaglijk driedelig motief dat in toonhoogte daalt: a-tsjie-tsjie-tsjie, meestal in de vlucht boven de paddock (omheind weiperceel op een Australisch landbouwbedrijf). Rond het nest gaat dat over in een aanhoudend, snel herhaald alarm dat elke voorbijganger op afstand houdt. In een rustig foeragerend groepje is hij vrijwel stil.

Luister: VluchtroepXC570051

Opname: Ramit Singal — CC BY-NC-SA 4.0 · Sassafras, Latrobe Council, Tasmania, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een kievit van vijfentwintig tot negenentwintig centimeter, van boven grijsbruin en van onderen wit, met een zwarte kruin en zwart gezicht en een brede zwarte band dwars over de borst. Van de snavelbasis loopt een witte streep over het oog naar beneden langs de hals, wat het scherpe koppatroon maakt. De snavel is bleekgeel met een zwarte punt, de iris helder geel met een gele oogring, en boven de snavel staat een klein rood lelletje — bij het mannetje groter dan bij het vrouwtje, net als de spoor aan de vleugelbocht. De poten zijn donker grijsroze tot purperachtig. Hij staat rechtop en vliegt met snelle, afgemeten vleugelslagen.

Verwarrings­soorten

De maskerkievit (Vanellus miles) is de enige andere kievit van dit gebied en is duidelijk groter en bleker, met grote gele lellen over het hele gezicht en géén zwarte borstband; bovendien staat die op natte gazons, sportvelden en kustweiden, terwijl de Australische kievit juist het droge, kortgegraasde binnenland zoekt. De Australische renplevier (Peltohyas australis) deelt het droge grasland maar is veel kleiner, zandkleurig en draagt een zwarte Y op de borst in plaats van een rechte band. De steltvorkstaartplevier (Glareola isabella) loopt op dezelfde vlakten maar is slanker, met lange spitse vleugels en een gevorkte staart.

Leefgebied

Open, kortgegraasd grasland: zwaar begraasde paddocks, akkerranden, stoppelvelden, zilte kruidenvlakten en saltbush-vlakten (zoutminnend dwergstruweel van zoute vlakten) in de droge en halfdroge zone, tot en met kale vliegveldstroken en sportvelden. Hij heeft geen moeras of oever nodig en foerageert door korte rennen en uitvallen naar insecten, wormen, spinnen, slakken en huisjesslakken; in droge tijden schakelt hij over op zaad. Kort gras is de voorwaarde, niet water.

Verspreiding en trek

Endemisch in Australië, met de nadruk op het oosten, zuiden en westen van het vasteland plus Tasmanië; in het tropische noorden is hij zeldzaam en aan de kust over het algemeen schaars. Hij is nomadisch: buiten de broedtijd vormt hij groepjes die met de neerslag mee verschuiven en daarbij grote afstanden afleggen, vaak 's nachts. In goede jaren duikt hij ver buiten zijn gewone gebied op, in slechte jaren verdwijnt hij uit hele districten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in de vroege ochtend langs een zwaar begraasde paddock of een pas geoogst stoppelveld en zoek de rechtopstaande silhouetten die als groepje verspreid staan; ze laten een auto dichter naderen dan een wandelaar. Let op het koppatroon en niet op de grootte, want op afstand is de maat lastig te schatten: de brede zwarte borstband en het kleine rode lelletje boven de snavel beslissen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), met een stand die op vijfentwintigduizend tot een miljoen vogels wordt geschat en waarvoor geen concrete bedreiging is aangewezen. De omschakeling van struweel naar begraasd grasland heeft hem in grote delen van het zuiden zelfs geholpen, want kort gegraasd gras is precies zijn leefgebied. Wel is hij in delen van het zuidoosten plaatselijk teruggelopen, waar het grasland te dicht en te hoog werd of in akkerbouw is omgezet.

Wetenschappelijke naam

Vanellus tricolor | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Charadrius tricolor in de Nouveau Dictionnaire d'Histoire Naturelle; door de plaatsing in een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. tricolor betekent 'driekleurig' en slaat op de combinatie van zwart, wit en grijsbruin. Vieillot noemde als herkomst alleen 'Terres Australes'; Mathews legde de typelocatie vast op Nieuw-Zuid-Wales. Het geslacht Vanellus gaat terug op het Latijnse vannus, 'wan' of 'wanmolen', naar het klapperende, wiekende vluchtbeeld van de kieviten.