Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula moctezumae
Pinguicula moctezumae
Een vetblad met bladeren als smalle groene tongen en een bloem die bijna te groot lijkt voor de plant eronder. Pinguicula moctezumae werd pas in 1994 beschreven, uit de diepe canyon van de Río Moctezuma op de grens van Querétaro en Hidalgo, en hoort tot die reeks Mexicaanse soorten die de laatste decennia een voor een uit de Sierra Gorda tevoorschijn zijn gekomen.


Herkenning
In de droge tijd staat er een kleine winterrozet van elliptische tot langwerpige blaadjes van 5 tot 30 mm lang en 3 tot 7 mm breed, vlezig en met weinig klieren. In de zomer maakt de plant iets heel anders: lancet- tot lijnvormige bladeren van 60 tot 100 mm, soms tot 130 mm lang, en slechts 5 tot 8 mm breed aan de voet, die als smalle tongen naar beneden hangen langs de rotswand. De bloemsteel draagt één bloem van 45 tot 55 mm inclusief spoor. De kroon is roze tot violetpurper, met een tweelobbige bovenlip van 10 tot 13 mm en een drielobbige onderlip van 10 tot 15 mm; achteraan zit een cilindrisch-buisvormige, violetpurperen spoor van 28 tot 35 mm, incidenteel 25 tot 38 mm. Die zeer lange spoor is het handigste veldkenmerk.
Gelijkende soorten
In hetzelfde canyongebied groeit Pinguicula elizabethiae, die een breder, meer ovaal zomerblad heeft en een dieper roodpurperen bloem met een kortere spoor. P. agnata, ook uit de Sierra Gorda, is direct te scheiden door de korte spoor van enkele millimeters. Buiten Mexico heeft geen vetblad deze combinatie van lintvormig blad en spoor van ruim drie centimeter. Waar beide soorten uit de canyon samen staan zijn kruisingen mogelijk, en planten met tussenliggende bladbreedte en spoorlengte moeten met zorg worden benaderd.
De val en hoe hij werkt
Het lange, smalle blad hangt schuin tot bijna verticaal langs de wand, en dat maakt de lijmval hier anders dan bij een vlakke rozet. De gesteelde klieren houden de prooi vast, de zittende klieren verzorgen de vertering, maar in plaats van de bladrand over het dier heen te rollen buigt het blad zich in de lengte wat samen, zodat het vocht in de goot blijft. Bij een hangend blad is het lekken van verteringssap anders een reële verliespost. De vangst bestaat vooral uit muggen en kleine vliegen uit de vochtige canyonlucht; in het droge seizoen, met de kliervrije winterrozet, vangt de plant vrijwel niets.
Standplaats en ecologie
Kalksteenwanden in een warme, diep ingesneden riviercanyon, op negenhonderd tot elfhonderd meter. De planten zitten op kalkconcreties, in de beekbedding zelf en op wanden waar water langs sijpelt, dus daar waar het kalksteen permanent of periodiek nat is (R1, R2). Het is een halfdroog, warm milieu met een uitgesproken regentijd; buiten die periode leunt de plant op het water dat uit de rotsen blijft komen en op de luchtvochtigheid in de kloof. Van bodem is nauwelijks sprake: de wortels zitten in mos, in kalkaanslag en in nauwe spleten.
Verspreiding en hoogte
Bekend uit de canyon van de Río Moctezuma tussen Querétaro en Hidalgo, in de omgeving van San Joaquín in de gemeente Cadereyta. Onze soortenlijst vermeldt Mexico, Hidalgo en Querétaro, en dat komt overeen met de gepubliceerde vindplaatsen. Het areaal is klein en volgt de loop van de rivier en haar zijkloven. De soort is een Mexicaanse endemeet en behoort tot de kern van vetbladen die de Sierra Gorda tot een van de rijkste gebieden voor het geslacht maken.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen wilde variëteiten beschreven. De variatie binnen de soort betreft vooral bladlengte en bloemkleur: planten op nattere wanden maken langere zomerbladeren, en de kroon loopt van vrij licht roze tot donker violetpurper. De bloem vertoont in het wild geen scherp afgegrensde vormen, eerder een doorlopende reeks. Omdat de soort in de canyon samen met andere vetbladen voorkomt, moeten opvallende afwijkingen in de eerste plaats als natuurlijke kruising worden overwogen en niet als nieuwe vorm. Kwekersklonen blijven hier buiten beeld.
Waar en wanneer te zien
De regentijd, ruwweg juli tot oktober, is het beste moment: dan hangen de lange zomerbladeren langs de wand en steken de grote roze bloemen eruit. Zoek langs de oevers van de rivier en haar zijbeken, op natte kalkblokken en in overhangende delen van de wand, en let op plaatsen waar het water in een dun laagje over de rots trekt. De bloem is van tientallen meters afstand te zien; het blad daarentegen valt tussen mos en varens vrijwel weg. Blijf op de bestaande paden — de wanden zijn nat, glad en steil.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst, en niet in CITES opgenomen. Wat bekend is: de soort is pas in 1994 beschreven, komt uit een beperkt aantal wanden in één riviersysteem en is sindsdien ongewoon populair geworden in de kweek, wat verzameldruk op de wilde populaties kan zetten. Daarnaast wordt waterwinning en wegaanleg in de canyon als risico genoemd. Er bestaan geen gepubliceerde populatiecijfers. Omdat de plant zeer gemakkelijk te vermeerderen is en in cultuur ruim voorhanden, is er geen enkele reden om wilde planten te verzamelen; een formele beoordeling zou hier het belangrijkste ontbrekende stuk zijn.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula moctezumae | Zamudio & Ortega, 1994
Beschreven door Sergio Zamudio en Ricardo Zirahuén Ortega in 1994, in het artikel "Una nueva especie de Pinguicula (Lentibulariaceae) de los estados de Querétaro e Hidalgo, México", Acta Botánica Mexicana 28: 57–62. De typelocatie ligt in de kloof van de rivier Moctezuma, op de grens van de staten Querétaro en Hidalgo, nabij San Joaquín in de gemeente Cadereyta, Mexico. De naam verwijst naar de vindplaats: de kloof van de rivier Moctezuma (Rio Moctezuma), niet rechtstreeks naar de Azteekse heerser Moctezuma.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.