Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes weda
Nepenthes weda
Een kannenplant die aan het licht kwam door onderzoek voor een nikkelmijn. Nepenthes weda werd in 2015 beschreven door Martin Cheek van Kew, in een artikel over de kannenplanten van Halmahera, het grootste eiland van de Noord-Molukken. Het materiaal was verzameld tijdens milieu-inventarisaties voor een nikkelproject in de Weda-baai, waarnaar de soort is genoemd. Het is een soort van bergbos op ultramafisch gesteente, met drie verschillende soorten bekers aan één plant en een ondergronds netwerk van stengels waaruit steeds nieuwe rozetten opschieten.

Herkenning
Een klimplant van twee tot vier meter, die zich ondergronds uitbreidt: uit horizontale stengels onder de grond schieten verticale rozetscheuten op. De rozetbladeren hebben een sterk verkleinde bladschijf van slechts twee centimeter lang en enkele millimeters breed; de bladeren van de korte scheuten zijn 15 tot 25 cm lang en 4 tot 6 cm breed, die van de klimstengel ongeveer 20 tot 23 cm. Alle bladeren zijn leerachtig. De plant draagt drie soorten bekers. De rozetbekers zijn klein, 4 tot 6,5 cm, breed cilindrisch en dof donkerrood tot roodbruin. De onderbekers aan de korte scheuten zijn 11 tot 20 cm hoog, onderaan eivormig, met gefranjerde vleugels tot bijna drie centimeter breed, een peristoom van 4 tot 7 mm met tanden van 2 tot 3 mm, en bruinachtig kastanjerood. De bovenbekers aan de klimstengel worden 24 tot 25 cm hoog en zijn donkerrood of geelgroen, min of meer roodbruin gevlekt.
Gelijkende soorten
Op Halmahera komt ook Nepenthes halmahera voor, die tegelijk werd beschreven. Die is in alle opzichten kleiner: bovenbekers van ongeveer 8 tot 11 cm hoog met een peristoom van hooguit 3 mm, tegen 24 tot 25 cm en 3,5 tot 5,5 mm bij Nepenthes weda; en ze groeit vooral in open laaglandvegetatie, terwijl Nepenthes weda in bergbos staat. De tanden van 2 tot 3 mm op het peristoom van de onderbekers en de drie duidelijk verschillende bekertypen zijn goede kenmerken. Nepenthes danseri, waartoe Halmahera-planten vroeger werden gerekend, komt volgens de huidige opvatting alleen op Waigeo voor en heeft veel kleinere, gelige bekers.
De val en hoe hij werkt
Een plant met een ongewone taakverdeling tussen drie bekertypen. De kleine rozetbekers staan op scheuten met nauwelijks bladschijf en lijken vooral te dienen om vlak bij de grond prooi te vangen. De onderbekers aan de korte scheuten zijn groot, gevleugeld en voorzien van een getand peristoom: de vleugels leiden lopende dieren naar de mond, de tanden aan de binnenrand bemoeilijken het ontsnappen. De bovenbekers hangen in de vegetatie en vangen vliegende insecten. Onder het deksel liggen talrijke nectarklieren; de binnenkant van de onderbekers is wasachtig wit met paarse vlekken, een gladde zone waarop insecten geen grip vinden. Prooionderzoek aan deze soort is nog niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Laag-montaan bos op ultramafisch substraat, tussen ongeveer 415 en 1014 m hoogte (R3, B1). Ultramafische bodems zijn arm aan stikstof, fosfor en kalium en rijk aan nikkel, chroom en magnesium; de vegetatie erop is vaak lager en opener dan elders, en rijk aan planten die alleen op zulke bodems voorkomen. Halmahera heeft grote ultramafische complexen, en juist die zijn in trek bij de nikkelmijnbouw. De ondergrondse stengels waarmee de plant zich uitbreidt, kunnen een aanpassing zijn aan verstoring, maar dat is niet onderzocht.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Halmahera in de provincie Noord-Molukken, Indonesië, en daar bij de beschrijving slechts van één plaats bekend: een heuvelrug in het gebied van de Weda-baai, in het centrum van het eiland. Onze eigen soortenlijst noemt Halmahera in de Molukken, wat overeenkomt met de literatuur. De beschrijver schatte het bewoonde oppervlak op ongeveer 12 vierkante kilometer. Of de soort op andere ultramafische bergen van Halmahera voorkomt, is niet bekend; het binnenland van het eiland is botanisch slecht onderzocht.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. Wel is de variatie binnen één plant opvallend groot, met drie bekertypen die in grootte, vorm en kleur sterk verschillen: kleine, dof donkerrode rozetbekers; grote, bruinachtig kastanjerode onderbekers met een wasachtig witte, paars gevlekte binnenkant; en hoge bovenbekers die donkerrood of geelgroen kunnen zijn. Wie maar één type ziet, kan zich gemakkelijk in de soort vergissen.
Waar en wanneer te zien
Deze soort is alleen bekend uit een gebied waar mijnbouw plaatsvindt, en toegang tot concessiegebieden is doorgaans beperkt en aan vergunning gebonden. Een vindplaatstip is daarom niet zinvol, en gezien de kleine populatie ook niet wenselijk. Wie op Halmahera het bergbos op ultramafisch gesteente bezoekt, kan letten op grote, donkerrode, gevleugelde onderbekers met een getand peristoom, en op de kleine, bijna bladloze rozetten ernaast. Deel waarnemingen met onderzoekers of een herbarium, maar niet met exacte locatie.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld en staat daarom als 'niet geëvalueerd' (NE) in deze gids. De beschrijver stelde in 2015 wel een voorlopige beoordeling op: ernstig bedreigd (Critically Endangered), omdat de soort van één plaats bekend is, met een klein bewoond oppervlak binnen een gebied waar nikkelmijnbouw plaatsvindt of gepland is. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Nader veldonderzoek naar de werkelijke verspreiding is nodig voor een formele beoordeling.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes weda | Cheek, 2015
Beschreven door Martin Cheek in 2015, in "Nepenthes (Nepenthaceae) of Halmahera, Indonesia", Blumea, deel 59, p. 215-225. Bukit Limber, in het gebied van de Weda-baai, nabij het centrum van het eiland Halmahera, Noord-Molukken, Indonesië. Habitat: lager montaan bos op ultramafische (serpentijn) bodem, op 415-1014 m hoogte. Vernoemd naar de Weda-baai op Halmahera, de streek waar de soort voorkomt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.