Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes thorelii
Nepenthes thorelii
De soort die haar naam aan een hele groep gaf, en tegelijk een van de raadselachtigste kannenplanten van Azië. Nepenthes thorelii werd in 1909 door Paul Henri Lecomte beschreven naar materiaal dat de Franse botanicus Clovis Thorel tussen 1862 en 1866 in het zuiden van Vietnam had verzameld. Daarna bleef de soort een eeuw lang onvindbaar, terwijl in de kwekerij allerlei andere planten onder haar naam circuleerden. Pas in 2011 werd ze in het zuiden van Vietnam teruggevonden, binnen een militair terrein, in een populatie van minder dan honderd planten. De planten die daar groeien, passen precies bij Lecomtes beschrijving en bij het herbariummateriaal in Parijs.



Herkenning
Geen klimmer maar een lage, rechtopstaande plant met stengels tot 40 cm hoog, op een grote, onregelmatig vertakte, overblijvende wortelstok tot twee centimeter dik. De bladeren zijn lijn-lancetvormig tot smal omgekeerd eirond, 12 tot 26 cm lang en tot 3 cm breed, met een voet die de stengel omvat en tot 2,5 cm langs de stengel afloopt. De onderbekers zijn eivormig, tot 11,5 cm hoog en 4,5 cm breed, met brede gefranjerde vleugels van vijf tot acht millimeter en een peristoom dat van twee tot vier millimeter aan de voorzijde tot zeven millimeter aan de achterzijde verbreedt. De bovenbekers zijn omgekeerd eivormig en versmallen naar de mond, tot 12,5 cm hoog, en hangen aan ranken die niet oprollen. De kleur is lichtgroen met roodachtige tekening, met een roodachtig deksel; de plant is bedekt met witte, enkelvoudige of vertakte haartjes. De bloeiwijze is groot, met een rechtopstaande as van een halve meter of meer.
Gelijkende soorten
Het dichtst verwant is Nepenthes smilesii, die ook smalle bladeren met een stengelomvattende voet heeft en lange tijd onder de naam thorelii in de handel was. Nepenthes thorelii onderscheidt zich door de grote wortelstok waarmee ze droge tijd en natte tijd overbrugt, de niet-opgerolde ranken aan de bovenbekers en de grote bloeiwijze. Ook Nepenthes bokorensis uit Cambodja is verwant. De afgrenzing ten opzichte van smilesii en de oude naam anamensis was lang problematisch, en is pas met het herontdekte materiaal helder geworden. Op de groeiplaats groeit ook Nepenthes mirabilis, met gesteelde, papierachtige bladeren.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil die slechts een deel van het jaar werkt. Met de komst van de regens schiet de plant uit haar wortelstok uit en vormt ze eivormige onderbekers met brede vleugels op de grond, en omgekeerd eivormige bovenbekers aan korte, niet-opgerolde ranken. De vleugels van de bovenbekers dragen fijne, spitse franjes. In de droge tijd verbranden of verdorren de bovengrondse delen. Het peristoom is aan de voorzijde smal en naar achteren breder. De verteringsvloeistof van deze soort is onderzocht op het enzym nepenthesine en op haar steriliteit en antimicrobiële eigenschappen, en uit de plant gewonnen naftochinonen bleken werkzaam tegen malaria.
Standplaats en ecologie
Seizoensdroge savanne en grasland, van zeeniveau tot 200 m (W5, D4). De plant overleeft de droge tijd en de bosbranden als slapende wortelstok, terwijl alles boven de grond verbrandt; elk regenseizoen verschijnen nieuwe scheuten. Dat is het leefpatroon van een echte pyrofyt: niet de brand vermijden, maar erop gebouwd zijn.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Indochina en met zekerheid alleen bekend uit het zuiden van Vietnam, in de provincie Tây Ninh; het oorspronkelijke materiaal kwam uit het gebied ten noorden van het huidige Ho Chi Minhstad. Ons eigen overzicht noemt ook Cambodja; Mey hield het in 2010 voor denkbaar dat de soort aan de Cambodjaanse kant van de grens voorkomt, maar een bevestigde Cambodjaanse vindplaats is niet gepubliceerd. De precieze locatie van de herontdekte populatie wordt om beschermingsredenen niet openbaar gemaakt, en deze gids volgt dat.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend. Op de herontdekte groeiplaats komen zowel eenvoudige als complexe kruisingen met Nepenthes mirabilis voor, wat voor een kleine populatie een reëel risico van genetische vermenging betekent. Planten die in de kwekerij als thorelii bekend zijn, zijn voor een groot deel smilesii of hybriden en zeggen niets over de wilde soort.
Waar en wanneer te zien
Dit is geen soort om op te zoeken: de enige bekende populatie ligt in een militair gebied, is klein, en wordt bewust geheim gehouden. Wie in het zuiden van Vietnam door open, seizoensdroge graslanden reist, kan wel alert zijn op lage, rechtopstaande kannenplanten met smalle bladeren en eivormige bekers aan de grond, vooral kort na het begin van de regens. Een foto met datum, gedeeld met Vietnamese botanici, is dan de beste bijdrage.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als onvoldoende bekend (Data Deficient), op grond van een beoordeling uit 2000, toen de soort al een eeuw niet meer was gezien. Sinds de herontdekking is duidelijk dat de enige bekende populatie minder dan honderd planten telt; de onderzoekers noemden haar in hun publicatie een ernstig bedreigde soort. Omzetting van savannes in landbouwgrond en hybridisatie met Nepenthes mirabilis zijn de voornaamste risico's. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes thorelii | Lecomte, 1909
Beschreven door Paul Henri Lecomte in 1909, in "Les Nepenthes d'Indo-Chine", Notulae systematicae, p. 59-65. Vietnam, met drie oorspronkelijke vindplaatsen (Ti-tinh, Lo-thieu, Guia-Toan). Het lectotype (aangewezen in 1997) is een mannelijke plant met onderste bekers, bewaard in het Muséum National d'Histoire Naturelle, Parijs; isotypen in het Herbarium Bogoriense en de New York Botanical Garden. In 2011 herontdekt in een militair gebied, provincie Tây Ninh (locatie Sữa Đá); habitat: seizoensgebonden droge savanne, zeeniveau tot 200 m. Vernoemd naar Clovis Thorel, die tussen 1862 en 1866 de eerste bekende verzameling van deze soort maakte.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.