Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes domei

Nepenthes domei

In 2020 kreeg het Maleisisch schiereiland er in één publicatie twee bekerplanten bij, beide uit de heuvels van de oostelijke deelstaat Terengganu. Een ervan is Nepenthes domei, beschreven door M.N. Faizal, A. Amin en A. Latiff in het tijdschrift Webbia. De naam eert Dome Nikong, die de populatie als eerste vond. Het is een bergsoort uit de verwantschap van Nepenthes benstonei, met ronde, gedrongen onderbekers en een eigenaardige gewoonte die de beschrijvers ‘gravend’ noemden. Met de twee nieuwe soorten kwam het aantal bekerplanten van het schiereiland op vijftien.

Nepenthes domei
Foto: Mohd Norfaizal Ghazalli — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes domei — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Mohd Norfaizal Ghazalli — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes domei — de standplaats
De standplaats · Foto: Amin28th — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant van de heuvelzone. De onderbekers zijn volgens de beschrijving ronder en gedrongener dan bij N. benstonei, en liggen vaak deels verzonken in het substraat — het gedrag dat de beschrijvers als ‘gravend’ omschrijven. Het deksel is veel smaller dan bij N. benstonei; bij sommige planten is het zelfs lancetvormig. Zoals bij verwante soorten zijn de bovenbekers slanker en meer trechtervormig dan de onderbekers en hangen ze aan de klimstengels. Voor deze gids is geen toetsbare bron met maten van stengel, bladeren of bekers gevonden; de maatvelden blijven daarom leeg.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Nepenthes benstonei, bekend van Bukit Bakar in de naburige staat Kelantan. Het onderscheid ligt volgens de beschrijving in de onderbekers, die bij N. domei ronder en steviger zijn, en in het deksel, dat bij N. domei veel smaller is, soms lancetvormig. Op dezelfde heuvels van Terengganu groeit ook N. latiffiana, in dezelfde publicatie beschreven, die volgens de beschrijvers vooral met N. sanguinea te vergelijken is en daarvan in het peristoom verschilt. Andere bergsoorten van het schiereiland, zoals N. macfarlanei, groeien hoger en hebben andere bekers.

De val en hoe hij werkt

Een bekerval met een opvallend detail: onderbekers die gedeeltelijk in het substraat liggen. Zo’n beker ligt met de mond op of net boven het niveau van de strooisellaag of het mos, wat hem vooral geschikt maakt voor kruipende prooi — mieren, kevers, duizendpoten — die er als het ware in loopt. Soortgelijk gedrag is bekend van enkele andere soorten, waarvan de onderbekers in mos of strooisel verzinken. De bovenbekers hangen hoger en vangen ook vliegende insecten. Verder werkt de val zoals bij het hele geslacht: nectar op peristoom en deksel, een glad nat peristoom, en een verteringsvloeistof onderin.

Standplaats en ecologie

Heuvel- en bergbos in Terengganu, op ongeveer 800 tot 1000 m (B1). Het is de overgangszone van laaglandregenwoud naar bergbos, waar de bomen lager worden en mos, varens en struiken de bodem bedekken. Meer precieze gegevens over de standplaats zijn in de geraadpleegde bronnen niet uitgewerkt. De verwante N. benstonei en N. latiffiana groeien in vergelijkbare heuvelvegetatie op arme, vaak zandige of rotsige bodem.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op het Maleisisch schiereiland, in de staat Terengganu, op ongeveer 800 tot 1000 m. De soort is bekend van een beperkt gebied in de heuvels van Terengganu; precieze groeiplaatsen worden hier niet genoemd. Met N. latiffiana behoort hij tot de laatste aanwinsten van de bekerplantflora van het schiereiland, die met deze twee op vijftien soorten kwam.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten of vormen onderscheiden. Binnen de soort varieert de vorm van het deksel: bij sommige planten is het smal, bij andere zelfs lancetvormig. Natuurlijke hybriden worden in de geraadpleegde bronnen niet genoemd. Omdat de soort pas in 2020 is beschreven en slechts van een klein gebied bekend is, is er over de variatie binnen populaties nog weinig gepubliceerd.

Waar en wanneer te zien

De heuvels van Terengganu liggen afgelegen en zijn grotendeels bedekt met bos; voor een tocht naar de hogere delen zijn een vergunning van de bosbouwdienst van de staat en een lokale gids nodig. Kijk tussen ongeveer 800 en 1000 m op de grond: de ronde onderbekers liggen deels in het mos of de strooisellaag verzonken en zijn gemakkelijk te missen. De oostkust van het schiereiland heeft een uitgesproken natte moessonperiode van ongeveer november tot januari; daarbuiten is het terrein beter begaanbaar.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de Rode Lijst (Not Evaluated) in de bron die deze gids gebruikt. Wat bekend is: hij is pas in 2020 beschreven en komt voor zover bekend alleen in een beperkt gebied in de heuvels van Terengganu voor. Bosbouw, wegenaanleg en verzamelen voor de handel zijn voor zulke kleine bergpopulaties de voor de hand liggende risico’s. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II; internationale handel in wilde planten vereist een vergunning.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes domei | Faizal, Amin & Latiff, 2020

Nepenthes domei werd in 2020 beschreven door M.N. Faizal, A. Amin en A. Latiff, gepubliceerd in Webbia, samen met N. latiffiana — een van drie nieuwe Maleisische Nepenthes-soorten die dat jaar werden beschreven. Schiereiland Maleisië, vermoedelijk in Terengganu, op 800-1000 m hoogte; een preciezere typelocatie kon niet met zekerheid worden bevestigd. De soortsnaam eert de heer Dome Nikong, de eerste persoon die de populatie ontdekte.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.