Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes aenigma
Nepenthes aenigma
'Aenigma' is Latijn voor raadsel, en de beschrijvers kozen de naam vanwege de ongewone ecologie van deze kannenplant. Nepenthes aenigma groeit in het uiterste noorden van Luzon op ongeveer 1200 m, maar niet in het bemoste nevelwoud waar de meeste bergsoorten staan: hij staat in de diepe schaduw van winderige ravijnen tussen bamboe, rotan en schroefpalmen, met zijn bekers in de strooisellaag. De soort werd in 2016 beschreven, samen met Nepenthes justinae van Mindanao, door een team rond Thomas Gronemeyer en Wally Suarez.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een klimplant met stengels tot vijf meter lang en vijf à zes millimeter dik, groen tot donker roodachtig. De bladeren zijn zittend, lijnvormig tot zwaardvormig, tot 19 cm lang en 5,4 cm breed, met drie of vier lengtenerven aan weerszijden. De groeiwijze is eigenaardig: korte stengels aan de grond maken bekers die in het strooisel liggen, terwijl oudere stengels uit slapende knoppen nieuwe luchtscheuten maken die snel groeien. De tussenbekers zijn tonvormig tot cilindrisch, 11,7 tot 15,9 cm hoog en 4 tot 6 cm breed, met twee brede vleugels met vertakte franje, een ronde, schuine mond en een rond peristoom van zeven à acht millimeter. Ze zijn bleekgroen met langgerekte donkerrode vlekken, het dichtst onder het deksel, en het peristoom is roomkleurig tot roodachtig. De bovenbekers zijn kleiner, 7 tot 11 cm, cilindrisch en licht gebogen, geheel groen, met een afgeplat peristoom en smallere vleugels die op twee derde tot zeven achtste van de beker ophouden. Echte onderbekers van een rozet zijn niet beschreven.
Gelijkende soorten
De naaste soort in het gebied is Nepenthes ventricosa, die op dezelfde bergen groeit maar op een andere hoogte. Nepenthes ventricosa heeft bekers met een uitgesproken taille, als een zandloper, en bloeiwijzen waarin elk zijtakje één bloem draagt. Nepenthes aenigma heeft cilindrische, gevleugelde bekers die duidelijk verschillen tussen tussen- en bovenbekers, lijn- tot elliptische bladeren, en zijtakjes met meestal twee bloemen. Buiten Ilocos Norte zijn er geen andere soorten waarmee hij in het veld verward zou kunnen worden.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil die hier grotendeels op de grond werkt. De tussenbekers liggen in het bladstrooisel, waar hun vleugels met vertakte franje als looppad dienen; het ronde, geribbelde peristoom, met ribben van een halve millimeter en kleine tandjes aan de binnenrand, wordt bij vocht glad. Het deksel draagt langwerpige nectarklieren in een V-vormig patroon. De beschrijvers keken naar de inhoud van de bekers: vooral mieren, verder spinnen en kakkerlakken, en in de vloeistof leefden muggenlarven. Dat past bij een val die in de schaduw op de bosbodem ligt, waar lopend gedierte de belangrijkste prooi is.
Standplaats en ecologie
Terrestrisch in bladstrooisel, rond 1200 m, in diepe schaduw in winderige ravijnen met dichte bamboe, rotan en schroefpalmen (Pandanus). Opvallend is dat er op deze hoogte geen bemost nevelwoud is, en dat de soort juist de donkerste plekken opzoekt, waar de meeste kannenplanten het zouden laten afweten. Het gecodeerde biotoop (B1) is daarom een benadering: het gaat om bergbos, maar niet van het klassieke mosbostype.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de provincie Ilocos Norte in het noordwesten van Luzon, waar de beschrijvers drie vindplaatsen kenden op twee bergen die ongeveer tien kilometer uit elkaar liggen, alle rond 1200 m. De aanduiding 'Noord-Luzon' in onze soortenlijst kan dus worden aangescherpt tot Ilocos Norte. Herbariumgegevens noemen de gemeente Pagudpud aan de noordpunt van het eiland.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. Het kleurverschil tussen tussenbekers, die bleekgroen met donkerrode vlekken zijn, en de geheel groene bovenbekers is binnen één plant groot en moet niet voor variatie tussen planten worden aangezien. Natuurlijke hybriden met Nepenthes ventricosa zijn niet gemeld; de twee soorten worden door de hoogte van elkaar gescheiden.
Waar en wanneer te zien
Deze soort zit niet op de open, zonnige plekken waar je kannenplanten gewoonlijk zoekt. Zoek in schaduwrijke, winderige ravijnen rond 1200 m, tussen bamboe en rotan, en kijk op de grond: de gevlekte tussenbekers liggen in het strooisel en vallen nauwelijks op. De bekende populaties zijn zeer klein; loop voorzichtig en laat alles staan.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers overwogen de categorie ernstig bedreigd vanwege de lage aantallen, maar stelden uiteindelijk Onvoldoende gegevens voor, in afwachting van populatieonderzoek. Op de eerste vindplaats telden zij in 2013 slechts vijf planten, alle mannelijk en zonder zaailingen, en ook de twee andere populaties zijn zeer klein. Van stroperij of verstoring van het leefgebied was geen sprake. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes aenigma | Nuytemans, Suarez & Calaramo, 2016
Beschreven door Nuytemans, W. Suarez en Calaramo in 2016 (in Gronemeyer e.a.), in Plants 5(2): 23. De plant werd al in april 2002 ontdekt door de ornitholoog Herman Nuytemans, maar bleef ruim tien jaar bekend onder de voorlopige naam "Nepenthes sp. Luzon" voordat hij formeel werd beschreven. De typelocatie ligt op twee bergen in de provincie Ilocos Norte, op het eiland Luzon, Filipijnen, op ongeveer 1200 meter hoogte. De naam "aenigma" is Latijn voor "raadsel" en verwijst naar de zeer ongewone ecologische voorkeuren van deze soort, die in diepe schaduw gedijt — iets wat onderzoekers destijds voor een raadsel stelde.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.