Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora ceracea

Heliamphora ceracea

De soortnaam verwijst naar was, en dat is ook precies wat je in de beker ziet: de binnenwand is hier niet behaard maar wasachtig en glad. Heliamphora ceracea is in 2011 beschreven en komt voor zover bekend alleen voor op de Braziliaanse zijde van de Pico da Neblina, de hoogste berg van Brazilië. Hij is daarmee een van de weinige soorten van het geslacht die als Braziliaans endeem geldt.

Heliamphora ceracea
Foto: Dals093838 in kweek — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een rozet van rechtopstaande bekerbladen, elk uit één blad gevormd dat tot een trechter is dichtgegroeid met een naad aan de voorkant. De bekers worden 20 tot 30 cm hoog en zijn voor dit geslacht betrekkelijk smal en buisvormig, met een uitgesproken inzinking in de voorrand. Jonge bekers zijn geelgroen tot roodachtig en vaak duidelijk rood generfd; met het ouder worden slaan ze om naar oranje en rood. De binnenwand is wasachtig en kaal — geen beharing — en is bezet met grote, onregelmatig gevormde nectarklieren, die als donkere vlekken zichtbaar zijn. Het nectarlepeltje op de achterrand is rood, vlak tot licht hol, met een duidelijke middennerf waarlangs haren staan en een spitse punt. Planten breiden zich met de wortelstok uit en vormen zo losse groepen die in het veld 1,5 m breed kunnen worden, al staan de rozetten daarbinnen ver uit elkaar.

Gelijkende soorten

Op hetzelfde massief groeien meerdere soorten van het geslacht, en dat maakt determinatie hier lastiger dan elders. Heliamphora neblinae is veel groter, met bekers van 35 tot 45 en soms 50 tot 60 cm. Heliamphora parva blijft kleiner en is juist aan de buitenkant dicht met korte haartjes bezet, waar H. ceracea glad is. Heliamphora hispida, eveneens van dit massief, draagt lange stijve haren aan de binnenzijde van de beker — het tegenovergestelde van de wasachtige, kale binnenwand die deze soort haar naam gaf. Let dus vooral op de binnenkant: wasachtig glad en met grote onregelmatige klierplekken, plus een rood, spits lepeltje met behaarde middennerf, wijst op H. ceracea. Met Sarracenia is verwarring geografisch uitgesloten.

De val en hoe hij werkt

Een bekerval waarin het glijvlak het werk doet in plaats van de beharing. Waar veel soorten van het geslacht de bovenste zone van de binnenwand met naar beneden gerichte haren bekleden, is die wand hier wasachtig en kaal: een insect dat over de rand komt, vindt geen houvast. De grote, onregelmatige nectarklieren aan de binnenzijde trekken prooien juist naar dat gladde vlak toe, en het rode lepeltje op de achterrand, met zijn opvallende middennerf, doet het lokwerk boven de opening. Een deksel dat de beker afdekt ontbreekt, zoals bij het hele geslacht. De vertering wordt grotendeels aan bacteriën in de bekervloeistof overgelaten, waarna de plant de vrijkomende voedingsstoffen opneemt. Op deze bodem, waar stikstof en fosfor vrijwel afwezig zijn, is dat de hoofdvoorziening van de plant.

Standplaats en ecologie

De hooggelegen, open bergweiden op de hellingen van de Pico da Neblina, rond 1900 m (R4). De plant staat in nat, venig substraat, in het open veld of tussen ijle vegetatie (W1, W6), nooit onder een gesloten kroonlaag. Het is het klassieke tafelbergmilieu: uitgeloogd zandsteen waarop zich zure turf en veenmos verzamelen, een bodem die extreem arm is aan stikstof en fosfor, en een klimaat dat koel is en vrijwel permanent vochtig, met wolken die de hellingen een groot deel van de dag afdekken. De planten groeien er met de wortelstok uit tot losse matten, waarbij dode bekers blijven staan en tussen de levende een rommelige bult vormen. Wie het gebied kent, herkent de soort eerder aan die manier van staan dan aan een afzonderlijke plant.

Verspreiding en hoogte

Bekend van enkele kleine populaties op de Braziliaanse hellingen van de Pico da Neblina, in de deelstaat Amazonas in Noord-Brazilië, op het Neblina-massief. Expedities naar de noordelijke, Venezolaanse zijde van het massief hebben de soort daar niet aangetroffen, zodat hij voorlopig als Braziliaans endeem geldt — een zeldzaamheid binnen een geslacht waarvan het zwaartepunt in Venezuela ligt. Het geslacht als geheel is beperkt tot de tafelbergen van het Guyanaschild — Venezuela, westelijk Guyana en het uiterste noorden van Brazilië — en meer dan de helft van de soorten komt op één enkele berg voor. De Pico da Neblina is met bijna 3000 m de hoogste top van Brazilië en ligt in een van de minst ontsloten hoeken van het Amazonegebied.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn van deze soort geen variëteiten of vormen beschreven. Wel is er duidelijke variatie in kleur naar leeftijd en bezonning: jonge bekers zijn geelgroen tot roodachtig met rode nerven, oudere slaan om naar oranje en rood, en de planten op de meest open plekken kleuren het sterkst. Die variatie heeft geen taxonomische naam. Op het Neblina-massief als geheel groeien meerdere soorten van het geslacht door elkaar en zijn natuurlijke hybriden en zelfs hybridezwermen beschreven; voor H. ceracea zijn geen hybriden met name vastgelegd, maar gezien de situatie op de berg en het geringe veldonderzoek is dat eerder een gebrek aan waarnemingen dan een bewijs van isolement. De soort is pas in 2011 beschreven, en het aantal bekende populaties is klein.

Waar en wanneer te zien

De Pico da Neblina ligt in een nationaal park en in inheems gebied; beklimming is aan vergunning en aan begeleiding door lokale gidsen gebonden, en de tocht duurt een week of meer. De soort staat niet in het bos maar in de open, natte weiden op de hellingen; zoek op plekken waar de vegetatie ijl is en het veen aan de oppervlakte komt. Kijk in de beker in plaats van ernaar: het onderscheid met de andere soorten van het massief zit aan de binnenkant, in de wasachtige, kale wand met grote onregelmatige klierplekken. De losse, uitgestrekte groepen met blijvende dode bekers verraden de plek al van een afstand. De bloeitijd van de soort is niet in de literatuur vastgelegd.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst, en er is geen CITES-vermelding: Heliamphora staat in geen enkele bijlage. Wat er wél over te zeggen valt, is dat het om een handvol kleine populaties op de hellingen van één berg gaat, wat onder elke maatstaf een zeer beperkt areaal is. Daar staat tegenover dat het gebied nationaal park is, dat het in een inheems gebied ligt waar bezoek aan vergunning is gebonden, en dat de Pico da Neblina tot de moeilijkst bereikbare plekken van Zuid-Amerika behoort. Verzameling voor de handel is het risico dat voor het geslacht wordt genoemd, maar het materiaal in kweek komt inmiddels vrijwel uitsluitend uit zaad en weefselkweek. Dat een formele beoordeling ontbreekt, komt door de jonge naam en door de ontsluitingsgraad van het gebied: er is te weinig veldwerk om populatietrends vast te stellen. Het is dus een leemte in de kennis, geen bekende achteruitgang.

Wetenschappelijke naam

Heliamphora ceracea | Nerz, Wistuba, Grantsau, Rivadavia, Fleischmann & McPherson, 2011

Beschreven door Joachim Nerz, Andreas Wistuba, Ricardo Grantsau, Fernando Rivadavia, Andreas Fleischmann en Stewart McPherson in 2011, in “Sarraceniaceae of South America” (Redfern Natural History Productions, Poole), met aanvullende publicatie in AIPC Special Issue 4. Het typegebied ligt aan de Braziliaanse zijde van de Pico da Neblina, in het Neblina-massief, op ongeveer 1900 meter hoogte. De soortnaam ceracea is Latijn voor "wasachtig" en verwijst naar het wasachtige uiterlijk van de plant.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.