Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera viridis

Drosera viridis

De groene zonnedauw, en dat is geen kleine eigenschap. Vrijwel alle zonnedauwen kleuren rood in de volle zon, door rode pigmenten die bladweefsel en tentakels tegen sterk licht beschermen; Drosera viridis doet dat niet en blijft ook in felle zon geheel groen. De soort werd in 2003 door Fernando Rivadavia beschreven uit de hooglanden van Zuid-Brazilië, en is een naaste verwant van de wijdverbreide Drosera communis.

Drosera viridis
Foto: Maria Silvia Pitman — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een meerjarige, half opgerichte rozet van spatelvormige bladeren van 5 tot 28 mm lang, geheel groen, met groene of hooguit licht getinte tentakels. De bloeiwijzen zijn 7,5 tot 30 cm lang en dragen twee tot twaalf licht- tot donkerlila bloemen. Het chromosoomaantal is 2n = 20. De groene kleur is het doorslaggevende veldkenmerk: bij verwante soorten op vergelijkbare, zonnige standplaatsen is de rozet rood.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Drosera communis, die sterk op haar lijkt maar in de zon rood kleurt; waar de twee samen voorkomen zijn zeldzame hybriden gevonden. Andere zonnedauwen van Zuid-Brazilië, zoals Drosera latifolia in de bergen en Drosera brevifolia in de laaglanden, hebben een andere bladvorm. Let op: een schaduwvorm van een andere soort kan ook groen zijn; alleen planten in volle zon geven uitsluitsel.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten die door de druppels worden aangetrokken; de omringende tentakels buigen daarna naar de prooi toe. Het ontbreken van rode kleur heeft geen merkbare invloed op de vangst: de glinsterende druppels zelf zijn de belangrijkste lokmiddelen.

Standplaats en ecologie

Drassige, waterverzadigde plekken tussen grassen, op witte kleigrond, rode lateritische grond of humusrijke zwartbruine bodems, op 550 tot 1100 m hoogte (W4, W7, B6). De plant staat soms zelfs onder water, met alleen de bladeren erboven. In Rio Grande do Sul werd ze gevonden in subtropische hooglandgraslanden die aansluiten op het Atlantische regenwoud.

Verspreiding en hoogte

Zuid-Brazilië: het oosten van Paraná, São Paulo, het midden van Santa Catarina en, sinds de eerste vondsten die in 2020 werden gepubliceerd, het noordoosten van Rio Grande do Sul. Voorkomen in het aangrenzende Argentinië, Paraguay of Uruguay wordt mogelijk geacht, maar is niet bevestigd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 11 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. De soort is een voorbeeld van hoe één kenmerk, het ontbreken van rood pigment, kan helpen een nauw verwante soort te herkennen; ook de Braziliaanse synopsis van 2022 handhaaft haar als zelfstandige soort, al vormt ze op plaatsen waar ze met D. communis samengroeit soms hybriden.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het natte seizoen, december tot maart, in drassige graslanden van de hooglanden van Paraná en Santa Catarina. Kijk in volle zon naar kleine, felgroene rozetten tussen het gras; groene rozetten in de zon zijn het beste teken. Draag laarzen: de plant groeit op plekken waar het water tot aan het maaiveld staat.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De auteurs van het onderzoek uit 2020 stelden voor de soort als gevoelig (NT) te beschouwen, wegens haar beperkte verspreiding en de druk op haar leefgebied. De natte hooglandgraslanden van Zuid-Brazilië worden bedreigd door omzetting in dennen- en eucalyptusplantages, landbouw en drainage.

Wetenschappelijke naam

Drosera viridis | Rivadavia, 2003

Drosera viridis werd in 2003 beschreven door de Braziliaanse botanicus Fernando Rivadavia, gepubliceerd in Carnivorous Plant Newsletter, deel 32(3), pagina's 79-92 (specifiek pagina 87). Het typemateriaal is afkomstig uit Brazilië (oostelijk Paraná en São Paulo, centraal Santa Catarina) en werd op 2 februari 1996 verzameld door Rivadavia en M.R.F. Cardoso. De naam viridis is Latijn voor "groen" en werd door Rivadavia gekozen omdat de planten hun groene kleur behouden, zelfs wanneer ze in volle zon groeien — in tegenstelling tot verwante soorten die dan rood verkleuren.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.