Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera villosa

Drosera villosa

De behaarde zonnedauw, en de naamgever van een hele groep Braziliaanse bergsoorten. Drosera villosa werd in 1826 door Saint-Hilaire beschreven en diende daarna bijna twee eeuwen lang als naam voor vrijwel elke langbladige zonnedauw uit de Zuidoost-Braziliaanse bergen. De revisie van 2015 met de veelzeggende titel Exhuming Saint-Hilaire herstelde de oude soortopvattingen en liet van de ruime D. villosa een veel kleinere soort over.

Drosera villosa
Foto: Rosťa Kracík in kweek — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige rozet van half opgerichte bladeren met een lange, behaarde bladsteel en een duidelijk afgezette, langwerpige tot spatelvormige bladschijf vol rode tentakels. Jonge bladeren ontrollen zich vanuit een naar binnen gekrulde top. De bloeistengel is lang, aan de voet behaard en draagt een reeks roze bloemen. Omdat de maten uit de revisie niet konden worden ingezien, blijven de maatvelden leeg.

Gelijkende soorten

Binnen het complex verschilt Drosera latifolia door kortere bladstelen die vaak veel korter zijn dan de bladschijf en door minder beharing; Drosera graminifolia heeft grasachtige bladeren zonder duidelijk afgezette schijf; Drosera ascendens en Drosera chimaera zijn andere Minas Gerais-soorten uit dezelfde groep. Omdat in de oudere literatuur en in de hobby vrijwel al deze planten D. villosa heetten, is een recente determinatiesleutel onmisbaar.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels op de langwerpige bladschijf vangen muggen, vliegjes en mieren in hun slijmdruppels; de omringende tentakels buigen naar de prooi toe en het blad kan zich over de lengte om de vangst heen krullen. De half opgerichte stand van de bladeren maakt dat ook vliegende insecten worden gevangen.

Standplaats en ecologie

Permanent natte, zure plekken in de bergen: sijpelende rotswanden, drassige kwel- en bronplekken in bergweiden, en veenmosrijke venen langs beekjes (R1, W4, W1). De plant staat vaak half tussen grassen, zeggen of veenmos, in volle zon of lichte schaduw.

Verspreiding en hoogte

In de huidige, enge opvatting endemisch voor de deelstaat Minas Gerais in Zuidoost-Brazilië, volgens de verspreidingskaarten in de Braziliaanse synopsis van 2022. De vroegere, veel grotere verspreiding van Bahia tot in het zuiden van Brazilië hoort grotendeels bij andere soorten uit het complex, vooral bij D. latifolia. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet overgenomen.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 12 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten meer erkend. De vroegere D. villosa var. latifolia is sinds de revisie de zelfstandige soort D. latifolia. Omdat vrijwel alle oudere teksten, foto's en cultuurplanten onder de naam D. villosa in feite één van de afgesplitste soorten kunnen betreffen, is voorzichtigheid met oude gegevens geboden.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het natte seizoen op bron- en sijpelplekken in de bergen van Minas Gerais, waar de lange, rood glinsterende bladeren tussen het gras uitsteken. Let op de beharing van bladsteel en bloeistengel en op de verhouding tussen bladsteel en bladschijf; die kenmerken scheiden haar van de verwanten.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Na de revisie blijkt de soort veel minder verbreid dan gedacht, beperkt tot één deelstaat. Bedreigingen zijn branden, invasieve grassen, toerisme en veranderingen in de waterhuishouding van bronnen en sijpelplekken.

Wetenschappelijke naam

Drosera villosa | Saint-Hilaire, 1824

Drosera villosa werd in 1826 beschreven door de Franse botanicus Augustin Saint-Hilaire, gepubliceerd in Histoire des plantes les plus remarquables du Brésil, deel 1(6), pagina 267. De soort werd door Saint-Hilaire beschreven op basis van materiaal uit Brazilië; een precieze typelocatie met verzamelaar en verzameldatum kon niet met zekerheid worden achterhaald. De naam villosa is Latijn voor "behaard" of "donzig" (van "villus", haar/donshaar) en verwijst vermoedelijk naar de behaarde bladeren, stengels of bloemstelen van deze soort; een originele toelichting op de naamgeving door Saint-Hilaire kon niet worden teruggevonden.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.