Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera pallida

Drosera pallida

Een van de grote klimmende zonnedauwen van Zuidwest-Australië, en een plant die de gewone voorstelling van een zonnedauw — een rozetje in het veen — volledig op zijn kop zet. Drosera pallida schiet elk natte seizoen uit een ondergrondse knol een dunne stengel omhoog die zich met zijn eigen kleverige bladeren aan struiken vasthaakt en tot bijna twee meter hoog door de heide klimt. In de late winter en het voorjaar staat hij dan vol witte bloemen.

Drosera pallida
Foto: Jean and Fred from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera pallida — de bloem
De bloem · Foto: Kevin Thiele from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

De plant verschijnt als een enkele, dunne, vaak bleekgroene tot roodachtige stengel van 30 cm tot 1,8 m lang, die zonder steun omvalt en daarom tegen en door omringende struiken klautert. Langs de stengel staan de bladeren in groepjes van drie: kleine, schildvormige schijfjes op een korte steel, bezet met tentakels die in de zon glinsteren. De stengel eindigt in een losse bloeiwijze met witte bloemen. Onder de grond zit een knol, waaruit de plant elk jaar opnieuw uitloopt; in de droge zomer is er boven de grond niets van te zien. Nauwkeurige maten voor bladschijf en bloem zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd; die velden blijven daarom leeg.

Gelijkende soorten

Zuidwest-Australië telt meerdere klimmende zonnedauwen met knollen, en in het veld is de bloemkleur het eerste houvast. Drosera subhirtella en D. sulphurea klimmen op vergelijkbare wijze maar bloeien geel. Drosera macrantha en verwanten hebben eveneens witte tot roze bloemen en klimmende stengels; die zijn op grond van beharing van de kelk en de vorm van de bladschijf te onderscheiden, wat een loep en een goede determinatiesleutel vraagt. Drosera stricticaulis blijft rechtop staan en bloeit roze.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval, maar dan hoog boven de grond. De bladeren langs de stengel zijn klein, schildvormig en vaak komvormig, met langere tentakels langs de rand en kortere op de schijf. Vliegende insecten — muggen, kleine vliegen, soms bijen of vlinders die op de bloemen afkomen — raken de druppels en blijven hangen. De randtentakels buigen daarna naar binnen en het schijfje sluit zich deels om de prooi, waarna de klieren enzymen afscheiden en de opgeloste voedingsstoffen opnemen. Doordat de vallen verspreid langs een rechtopstaande of klimmende stengel zitten, bestrijkt de plant een veel groter luchtruim dan een rozet aan de grond. Bij D. pallida dienen de bladeren bovendien als klimhulp: de kleverige schijfjes plakken aan takjes van de omringende struiken en houden de lange stengel zo overeind.

Standplaats en ecologie

Zandvlakten, heide en de randen van meren op de kustvlakte, op diep zand of op laterietbodem (D1, B5, D3). Het gaat om voedselarme, sterk uitgeloogde gronden die in de winter vochtig zijn en in de zomer kurkdroog. De plant is afhankelijk van struikgewas om tegenaan te klimmen, en staat daardoor meestal in dichte heide of aan de rand van open bosland, niet in het volle open zand.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor West-Australië, en daarbinnen een soort van het zuidwesten: de kustvlakte rond Perth en de zandvlakten en heidegebieden van de Zuidwest-Australische botanische provincie. Een precieze arealgrens is in de geraadpleegde bronnen niet uitgewerkt; hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 125 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

De soort werd in 1839 beschreven door John Lindley, in zijn schets van de vegetatie van de Swan River-kolonie — een van de vroegste botanische werken over het gebied rond Perth. Hij hoort bij ondergeslacht Ergaleium, sectie Ergaleium: de groep van rechtopstaande en klimmende zonnedauwen met knollen. Binnen de soort worden in de geraadpleegde bronnen geen variëteiten of ondersoorten onderscheiden.

Waar en wanneer te zien

Zoek hem van juli tot in november, na de winterregens, en kijk niet naar de grond maar in de struiken: de dunne stengels vallen pas op als de witte bloemen open zijn of als de kleverige blaadjes tegen het licht glinsteren. De bloemen gaan open bij zonnig weer. Blijf van de stengels af — ze breken gemakkelijk en de plant kan in hetzelfde seizoen geen nieuwe maken. Knollen uitgraven is verboden en zinloos: ze liggen diep en de plant verdraagt het niet.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. De soort is wijdverspreid en in de geraadpleegde bronnen wordt geen specifieke bedreiging genoemd. Zoals voor alle planten van de kustvlakte rond Perth geldt wel dat stadsuitbreiding, ontginning voor landbouw en een veranderd brandregime hun leefgebied in de afgelopen eeuw sterk hebben verkleind.

Wetenschappelijke naam

Drosera pallida | Lindley, 1839

Drosera pallida werd in 1839 beschreven door de Engelse botanicus John Lindley, in zijn werk A Sketch of the Vegetation of the Swan River Colony, pagina 20. De soort is endemisch in zuidwestelijk West-Australië en groeit op zandvlaktes, in heideland en nabij kustmeren op diep zand of lateriet; het typemateriaal zal afkomstig zijn uit de Swan River Colony, het gebied dat Lindley behandelde. De precieze vindplaats, verzamelaar en verzameldatum konden echter niet met zekerheid worden achterhaald. Het epitheton pallida is Latijn voor "bleek." Het is een beschrijvende naam die verwijst naar de lichte, bleke bloemkleur van de plant — vandaar ook de Engelse naam "Pale Rainbow."

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.