Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera orbiculata

Drosera orbiculata

Een kleine rozetvormende knolzonnedauw met een zeer beperkt areaal ten noorden van Perth. De naam orbiculata verwijst naar de ronde vorm van de bladschijf. Allen Lowrie en Neville Marchant beschreven de soort in 1992, in de reeks publicaties waarin zij een groot aantal Zuidwest-Australische zonnedauwen voor het eerst of opnieuw afbakenden.

Drosera orbiculata
Foto: Hugo Innes — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende plant met een ondergrondse knol en een platte rozet van ongeveer 1,5 cm in doorsnede, veel kleiner dan de bekende rozetvormende knolzonnedauwen zoals Drosera erythrorhiza. De bladschijven zijn rond, wat de soort zijn naam gaf. Bloemkleur, bloeitijd en verdere maten hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden; die velden blijven leeg.

Gelijkende soorten

De soort wordt als verwant van Drosera rosulata beschouwd, een andere kleine rozetvormende knolzonnedauw uit het zuidwesten. Andere leden van de sectie Erythrorhiza, zoals D. macrophylla, D. erythrorhiza en D. lowriei, zijn groter of hebben een andere bladvorm. De kleine rozet met ronde bladschijven in een natte laagte ten noorden van Perth is de beste aanwijzing.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De bovenzijde van de platliggende, ronde bladeren draagt gesteelde klieren met kleverige druppels die kruipende en laag vliegende insecten vangen, zoals mieren, springstaarten en kleine vliegjes. Na een vangst buigen de tentakels naar de prooi en worden verteringsenzymen afgescheiden. De reserves gaan naar de knol, die elk jaar opnieuw wordt aangelegd.

Standplaats en ecologie

Zandige klei in laagten en afvoergeulen die 's winters nat staan (W7, D1). De plant groeit in de natte winter, bloeit en trekt zich in de droge zomer terug in zijn knol.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Zuidwest-Australië, bekend uit een zeer klein gebied ten noorden van Perth, in de omgeving van Gillingarra.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort hoort bij de sectie Erythrorhiza, de rozetvormende knolzonnedauwen, binnen het ondergeslacht Ergaleium.

Waar en wanneer te zien

Rozetvormende knolzonnedauwen staan in de winter boven de grond, van ongeveer juni tot september. Een rozet van anderhalve centimeter in een natte laagte vind je alleen door systematisch te zoeken op de grond. Omdat het areaal zo klein is, geldt: kijk, fotografeer, en laat de standplaats ongemoeid.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als kwetsbaar (VU). In CITES is hij niet opgenomen. Een zo klein areaal maakt de soort gevoelig voor elke verandering: ontginning, wijzigingen in de afwatering van laagten en wegwerkzaamheden. Onzekerheid: bloemkleur, bloeitijd en de West-Australische behoudsstatus hebben we niet in een bron kunnen controleren.

Wetenschappelijke naam

Drosera orbiculata | Marchant & Lowrie, 1992

Drosera orbiculata werd in 1992 formeel beschreven door Neville Marchant en Allen Lowrie, in de Kew Bulletin, deel 47, aflevering 2, pagina 319. Het type werd verzameld door Allen Lowrie op 10 juni 1986 in de Victoria Plains-streek van West-Australië, nabij Gillingarra (ongeveer 1,3 km ten noorden daarvan), niet ver van Perth. De plant groeide er op zanderige kleigrond in 's winters natte laagtes en greppels. Het typespecimen wordt bewaard in het herbarium PERTH (nummer PERTH 2344963). Het epitheton orbiculata komt van het Latijnse orbiculatus, "rondachtig, schijfvormig." Het is een beschrijvende naam: de soort werd zo genoemd vanwege de bijna cirkelvormige vorm van het bladoppervlak.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.