Alle soorten › Insecteneters › Spitsmuizen › Iberische bosspitsmuis

Iberische bosspitsmuis | Sorex granarius

Iberian Shrew | Musaraña Ibérica

De Iberische bosspitsmuis is een Sorex die alleen in het westen en midden van het Iberisch Schiereiland voorkomt. Uiterlijk lijkt hij sterk op de gewone en de tweekleurige bosspitsmuis, waarvan hij lang als ondersoort werd beschouwd; sinds 1975 geldt hij als aparte soort, op grond van zijn chromosomen. Hij leeft langs beken en rivieren in de bergen en in vochtige bossen, en dringt in het westen door tot aan de Atlantische kust. Over zijn levenswijze is weinig gepubliceerd.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Er zijn geen sporen bekend die alleen van deze soort zijn; keutels, paadjes en gangetjes verschillen niet van die van andere spitsmuizen. De soort wordt vastgesteld met levende vallen en in braakballen van uilen, vooral van de kerkuil. In braakballen zijn schedels en kaken van Sorex aan de roodbruine tandpunten te herkennen; binnen het areaal van de tweekleurige bosspitsmuis blijft de determinatie tot soort ook dan onzeker.

Herkenning

Een middelgrote Sorex met een driekleurige vacht: de rug is sepia tot donkerbruin, de flanken zijn lichter en de buik is geelachtig grijs. Jonge dieren zijn bleker en missen het duidelijke contrast tussen rug en flank. De staart is tweekleurig, van boven sepia en van onderen donker okerkleurig, en net iets langer dan de helft van de kop-romplengte. De tandpunten zijn roodbruin. Uiterlijk zijn er geen kenmerken die de soort betrouwbaar van zijn naaste verwanten scheiden. Aan de schedel vallen een kortere snuit, een breder gehemelte, lichter gekleurde bovenste snijtanden en een ongekleurde hypoconus op de eerste kiezen op. Het karyotype, 2n = 36 of 37 met uitsluitend acrocentrische autosomen, is binnen de groep van de bosspitsmuizen uniek. Kop-romplengte 5,0 tot 7,2 cm, staart 3,6 tot 4,6 cm, achtervoet 11 tot 12,5 mm, gewicht 4,5 tot 8 gram.

Gelijkende soorten

De tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) in het noorden van het Iberisch Schiereiland is uiterlijk niet van deze soort te onderscheiden, en ook de gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) van de Pyreneeën en de rest van Europa is dat niet. Een zekere determinatie berust op chromosomen of DNA; schedelkenmerken als de kortere snuit en het bredere gehemelte geven in reeksen een aanwijzing. In de praktijk beslist daarom vooral de vindplaats: in het midden van Spanje en in Portugal is een bosspitsmuis met driekleurige vacht vrijwel zeker deze soort, terwijl in het noordwesten, waar de arealen elkaar raken, genetisch onderzoek nodig is. De dwergspitsmuis (Sorex minutus), die in de Sierra de Guadarrama en de Sierra de Gredos ook voorkomt, is kleiner en lichter, met een naar verhouding kleinere kop, een langere staart en een minder gecontrasteerde vacht. De huisspitsmuis (Crocidura russula) heeft witte tanden, duidelijk uitstekende oren en losse lange haren op de staart; de Cabrera-waterspitsmuis (Neomys anomalus) langs dezelfde beken is groter, zwartachtig met een lichte buik en zwemt.

Leefgebied

Vooral oevers van beken en rivieren in de bergen, en daarnaast vochtige bossen van beuk, eik, pijnboom en steeneik met een goed ontwikkelde strooisel- en kruidlaag. In het Castiliaans Scheidingsgebergte leeft hij tussen ongeveer 500 en 2000 meter; westwaarts daalt hij af tot de kust, waar hij ook in grazige laagvlakten aan de Atlantische Oceaan voorkomt. De soort is gebonden aan een koel, vochtig klimaat met meer dan 600 mm neerslag per jaar. Omdat zulke plekken in het binnenland verspreid liggen, is ook zijn voorkomen daar sporadisch.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Een endemische soort van het Iberisch Schiereiland. Het areaal omvat Noord-Portugal ten noorden van de Taag, met de Serra da Estrela, en in Spanje Galicië, het westen van León, het noordwesten van Zamora en het Castiliaans Scheidingsgebergte tot de Sierra de Ayllón in Segovia. De typelocatie is La Granja in Segovia, aan de voet van de Sierra de Guadarrama. In het noorden grenst het areaal aan dat van de tweekleurige bosspitsmuis. In oudere literatuur staat de soort als Sorex araneus granarius.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Over de dagindeling, het sociale leven en de grootte van het leefgebied zijn geen gegevens gepubliceerd. Het voedsel bestaat uit ongewervelden: ringwormen, insecten, spinachtigen en weekdieren. Een winterslaap is er niet, zoals bij alle spitsmuizen. De voortplanting valt in voorjaar en zomer; in Portugal is een draagtijd van 18 tot 21 dagen vastgesteld en werden vijf tot zeven embryo's per zwanger vrouwtje gevonden, elders vier en zes. De dieren worden pas in hun tweede kalenderjaar geslachtsrijp en overleven hun tweede herfst zelden.

Waar en wanneer kijken

Een waarneming is alleen met vangst of braakballen goed te onderbouwen. De beste plekken zijn begroeide oevers van bergbeken en vochtige bosranden in de Sierra de Guadarrama, de Sierra de Gredos, de Serra da Estrela en Galicië. Het uitpluizen van kerkuilbraakballen uit dorpen aan de voet van deze gebergten levert de meeste gegevens op. Wie in Galicië of León een dier vangt of vindt, kan een weefselmonster voor DNA-onderzoek bewaren, omdat daar ook de tweekleurige bosspitsmuis voorkomt. Het vangen van spitsmuizen vraagt in Spanje en Portugal een vergunning.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op wereldschaal (LC, 2016). Het areaal is klein en de verspreiding binnen dat areaal is versnipperd, omdat de soort aan vochtige, koele plekken gebonden is. Er zijn te weinig gegevens om de toestand van de populaties te beoordelen. Aantasting van begroeide oevers en het verdwijnen van vochtige bossen verkleinen het beschikbare leefgebied. De soort staat op bijlage III van de Conventie van Bern.

Wetenschappelijke naam

Sorex granarius | G. S. Miller, 1910

G. S. Miller beschreef de soort in 1910 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Sorex is het Latijnse woord voor de spitsmuis. granarius is Latijn voor 'van het graan', bij granum 'graankorrel' en granarium 'graanschuur'; Miller licht de naam niet toe. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Spanje, Segovia.