Alle soorten › Knaagdieren › Kamvingers
Kamvingers | Ctenodactylidae
Gundis | Ctenodactílidos
Kleine, gedrongen knaagdieren van kale rotswoestijn, met een afgeplat lichaam en korte poten waarmee ze diep in nauwe spleten wegkruipen; de oren zijn klein en liggen plat tegen de kop, zodat er niets achterblijft om zich aan te bezeren. Aan de twee binnenste tenen van elke achtervoet staat een rij stijve hoornborstels — de kam waaraan de familie haar naam dankt — waarmee het dier het fijne zand uit zijn zijdezachte vacht kamt; blijft dat achter, dan verliest de vacht haar isolerende werking. Ze drinken niet: al het vocht komt uit blad, zaad en knoppen die in de vroege ochtend en late middag worden verzameld, en de nieren houden de rest vast. De ochtend wordt zonnend op een steen doorgebracht, plat uitgespreid. Alarm wordt met een hoog gefluit doorgegeven en de kolonie verdwijnt tegelijk. De worp is klein en de jongen komen behaard en ziend ter wereld.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.





